Het vuur brandde voort vormt met de memoires van Annie RomeinVerschoor een hoeveelheid boeiende en belangrijke historische informatie gedoseerd in 'n uiterst persoonlijke stijl met prijsgeven van eigen idealen en teleurstellingen. 'Weifelingen en worstelingen, dáárvan,' schrijft Henriëtte Roland Holst zelf, 'geef ik het relaas.' Een leven vol hoogtepunten, scherpe wendingen, herbezinningen, leed, strijd, een voortdurende reis van een vrouw in het woud.
Henriëtte Roland Holst werd geboren in 1869 als dochter van een notaris in Noordwijk en ze groeide op in een beschermd, althans van armoe en sociale bedruktheid gevrijwaard milieu. Al jong geraakt ze in de ban van het werk der Tachtigers. Op aanraden van Verwey stuurt ze gedichten naar Willem Kloos die ze eind 1892 publiceert.
In 1896 trouwt zij met de jonge schilder Rik Roland Holst. In hetzelfde jaar verschijnt haar eerste bundel, Sonnetten en verzen in terzinen geschreven en maakt zij via Herman Gorter, die een intieme vriend zal worden, kennis met het marxisme.
Het wordt, na de kennismaking met de Tachtigers, de tweede revolutionaire schok der herkenning in het leven van de jonge vrouw die zich samen met Gorter aanmeldt als lid van de SDAP. De nieuwe lente van het socialisme zal echter uitlopen op een dikwijls ook door diepe dalen gaand treurspel van teleurstellingen en tegenslagen.



