In 1980 werd de Nobelprijs voor literatuur toegekend aan de Poolse dichter, essayist en romancier Czeslaw Milosz. Deze bekroning stelde Milósz, die in 1950 uit protest tegen de totalitaire politiek het land had verlaten, in staat om naar Polen terug te keren en het ere-doctoraat te ontvangen van de universiteit van Lublin. Zijn terugkeer werd een ware triomftocht, mede door toedoen van de vakbond Solidariteit.
Zijn autobiografie Geboortegrond is niet primair getuigenis van een particulier bestaan maar een indringende visie op de samenhangen in leven en cultuur, geschiedenis en samenleving die hem tot schrijver hebben gevormd. Milosz herinnert zich steden, mensen, landschappen, die de ongewone wisselvalligheden van zijn leven spiegelen aan het noodlot van dit stuk Oost-Europa in de eerste helft van deze eeuw.
Milosz werd geboren in Litouwen dat toen nog onder tsaristische heerschappij stond. Geruime tijd leefde het gezin waarin hij opgroeide daarna in Rusland. De revolutie maakte Milosz mee in een kasteel aan de Wolga. Dan volgen de schooljaren in Wilna en de eerste reizen naar West-Europa. Vanuit Oost naar West reizend heeft Milosz steeds het gevoel op te duiken uit het midden van de nacht. Maar die nacht omvat ook zijn geboortegrond en de kiemen van een nieuw sociaal bewustzijn dat om integratie met het westerse culturele erfgoed vraagt.
* juist omdat deze schrijver zich van alle hatelijke tonen onthoudt, omdat hij de voorspelbare propaganda van de dissident vermijdt, is zijn werk voor ons vol schrikwekkende inzichten, inzichten die wij niet mogen ontlopen of wegdrukken. -Heinrich Böll
* Hij schrijft met een grote verbeeldingskracht, intelligent en lucide. - Cyril Connolly in Sunday Times



