In het geheel van Strindbergs autobiografische geschriften neemt INFERNO een bijzondere plaats in. Na het vastlopen van zijn tweede huwelijk vestigt Strindberg zich, in alle opzichten bankroet, in Parijs, waar hij zich op natuurwetenschappelijke experimenten stort.
Hij keert zich tijdelijk af van de literatuur, die hem, behalve roem, veel teleurstellingen en zelfs een proces wegens godslastering had gebracht. Maatschappelijk beschouwt hij zich als mislukt en hij gaat zich bezig houden met magie en occultisme.
Swedenborg is zijn grote profeet. Het wordt een verschrikkelijke geestelijke zwerftocht, deze jaren voortdurende Inferno crisis, waarvan in dit boek getuigenis is afgelegd.


