Geschiedenis van de reeks

Lisa Kuitert

Peter Claessens

Martin Ros

Ros & ´t Hart

Interview
Michel van de Waart


Interview Martin Ros
Interview Martin Ros


Interview Peter Claessens
Interview Peter Claessens


In Memoriam Wim Mol

Kees Kelfkens

DE BUITENKANT VAN PRIVÉ-DOMEIN (1984)
 
Van het begin af aan hebben de boeken uit de privé-domein-reeks enig opzien gebaard door hun uiterlijk. Het smalle formaat, de uitvoering in 'ouderwetse' boekdruk op getint papier, de niet-alledaagse bindwijze, de matte kleuren en het sprekende kader op de omslagen, en het feit dat men ze aanvankelijk zélf moest opensnijden, maakten dat de boeken er anders uitzagen dan de omringende paperbacks en dat recensenten niet alleen de inhoud bespraken, maar ook aandacht schonken aan de verpakking. Het is echter vooral de continuïteit van dat uiterlijk geweest, die de reeks in visueel opzicht haar bekendheid heeft gegeven. Want ondanks de verscheidenheid in kleur en illustratie van de individuele omslagen is in achttien jaar tijds aan de familietrekken nauwelijks iets veranderd.
 
Joop Veeninga, adjunct-directeur van De Arbeiderspers, besloot in 1966, samen met redacteur Martin Ros, de eerste vier titels van privé-domein uit te geven. Het stijgende succes dat volgde op dit initiatief heeft hij helaas niet mogen meemaken; nog datzelfde jaar kwam hij bij een auto-ongeluk om het leven.
 
De naam van de nieuwe reeks werd ontleend aan die van een kleine Franse uitgeverij, 'Editions du Cap', alias 'Domaine privé'. Produktiechef Wim Mol stelde een mooi en afwijkend formaat vast, 11,5 bij 19,5 cm (géén Gulden Snede) en deed de typografie. Ook hij zocht het in Frankrijk. Als symbool van beslotenheid plaatste hij tegenover de titelpagina » P R I V É - DOM E I N « tussen guillemets (Franse aanhalingstekens) en de paginacijfers tussen haakjes.
 
Bovenaan de pagina's plaatste hij 'sprekende hoofdregels' - in Frankrijk en in de Engelssprekende landen voor bellettrie gebruikelijker dan bij ons. Alle tekst symmetrisch gezet uit de fraaie en zeer leesbare 'Bembo', in lood, en gedrukt op créme-kleurig gevergeerd papier, in plaats van op het krijtwit-gebleekte romandruk dat toen in zwang was.
 
En als klap op de vuurpijl werd door Mol en zijn medewerkers een voor Nederland revolutionair plan ten uitvoer gelegd: ter aanduiding van nog onbetreden 'privé-domein' werden de boeken op Franse wijze niet-opengesneden in de handel gebracht.
 
Daarmee was de grondvorm van de boeken bepaald. Alleen de omslagen ontbraken nog. De ontwerpopdracht daarvoor ging niet, zoals gebruikelijk, naar één man of vrouw, maar werd aan drie mensen van de produktieafdeling toevertrouwd: Wini Bischot, Guus Ros en Jacques Telieur. Hun ontwerpen zijn bewaard gebleven. In één ervan verschijnt voor het eerst het gekleurde kader als verzinnebeelding van het begrip privé-domein.
 
De proefdrukken van de omslagen stonden een tijdlang op Veeninga's kamer; iedereen die binnenkwam, tekenaars, ontwerpers, moest er iets van zeggen.
Hij voelde wel iets voor een aantal wijzigingen die ik voorstelde, en liet mij die in een nieuw ontwerp nader uitwerken, waarmee hij uiteindelijk akkoord ging.
 
Het ontwerp voor een boekomslag (in het geval van privé-domein eigenlijk een aan het boekblok vastzittende papieren band) is geen schaap met vijf poten maar eerder een duizendpoot. Het is tegelijk affiche- en verpakkingsontwerp, het moet de feitelijke inhoud, aard en sfeer van het inliggende boek zo goed mogelijk tot zijn recht laten komen, passen in een bepaald fonds of bepaalde reeks en zich daarin toch weer onderscheiden, niet te modieus zijn - een boek gaat langer mee dan vandaag, en zeker een privé-domein-boek-, in harmonie zijn met de vormgeving van het binnenwerk of daarmee in gezond contrast, en ook nog goed reproduceerbaar.
 
Het kader, zoals dat op één van de omslagproeven te zien was, vond ik prima: een tijdloos en vanzelfsprekend reeksbeeld, dat alle vrijheid liet voor variatie. Meer moeite had ik met het voor de proeven gebruikte omslagpapier: een beperkte keus uit veelal drabbige kleuren en een hinderlijke persing die het ongeschikt maakte voor rasterdruk. Wim Mol ging voor mij op zoek naar een soort met ongeveer dezelfde kleur als het tekstpapier, dat werd 'Simili Japon'.
 
De symmetrische belettering van de proefdrukken - aansluitend op Mols typografie - had te weinig body om een pertinent kleur- of zwartaccent te kunnen opleveren, en bood, zeker bij lange titels, te weinig speelruimte voor een omslagvullende illustratie. Daarvoor in de plaats kwam - tot sommiger ontsteltenis - een volkomen contrasterend tekstbeeld (met 'Univers 65', voor de kenners), helemaal links boven in de hoek en zo klein mogelijk. En de wat 'high brow' aandoende afbeeldingen van de proeven wisselde ik om voor meer direct aansprekende achtergrondillustraties; het decor waartegen het levensverhaal van de auteurs zich afspeelt. Ook om te voorkomen dat het een portrettengalerij ging worden.
 
De eerste omslagen werden, net zoals alle daarop volgende, uitgevoerd in boekdruk. Hier past een korte technische uiteenzetting - zo dadelijk zal blijken waarom. Bij boekdruk ontstaat op de scheidslijn van aangrenzende kleurvlakken vaak een lelijk vet randje; daar overlappen de kleuren elkaar een beetje. Dat is te voorkomen door, om maar eens een kleurvoorbeeld te noemen, een blauw kader niet om een rood vlak heen te drukken, maar er over, en dan niet met gewone transparante drukinkt (want rood schijnt door blauw en dan heb je paars), maar met dekkende inkt. Die dekkende inkt bleek voor de druk van veel privé-domein omslagen dé oplossing te zijn. Maar bovendien heeft die inkt een mooi mat oppervlak, en dát heeft in combinatie met het matte 'Simili Japon' voor een goed deel het bijzondere aanzien van de omslagen bepaald.
 
De kleuren op de omslagen - nooit meer dan twee, plus zwart - worden niet 'verzonnen', zoals men soms denkt, maar komen uit de boeken zélf voort. Daarom zijn geen twee omslagen gelijk van kleur - er zijn ook geen twee boeken hetzelfde. Voor de kleuren is er bijna altijd wel een aanleiding of associatie, soms heel kinderlijk. Paars is nog altijd 'rooms'. Dat werd dus de kleur voor Mary McCarthy's Herinneringen aan mijn Roomse jeugd. Strindbergs Inferno kreeg de kleuren van het vuur, bij Céline past een gifgroen en bij Paustovskij's Sprong naar het zuiden een mediterraan blauw. Ik tracht te voorkomen dat bepaalde kleurgebieden gaan overheersen, in het bijzonder bij boeken die tegelijk verschijnen; de neiging om oud fotomateriaal in zijn natuurlijke kleur, dat wil zeggen bruin, te reproduceren probeer ik te onderdrukken. En ik heb een zekere aversie tegen oranje.                                                                       
 
Elk omslagontwerp wordt eerst op ambachtelijke wijze uitgeschilderd, soms drie of vier maal, telkens met een ander verfje. Ik zie graag voor mij hoe het worden gaat. Kleursystemen, waarbij met nummers wordt aangegeven met welke inkten moet worden gedrukt, gebruik ik niet; de matte inkt op het Simili Japon-papier pakt toch anders uit dan in het stalenboek. Die systemen hebben trouwens een blinde vlek: een hele reeks halftonen, waaraan onze omgeving zo rijk is, ontbreekt. De losse kleurstaaltjes die ik bijlever worden door drukkerij en inktfabriek meestal uitstekend benaderd.
 
Zeker zo belangrijk als de kleuren zelf, is de toonwaarde daarvan. Met een te flets omslag ziet het boek er uit alsof het een halfjaar in een stoffige etalage heeft gelegen; valt de kleur te zwaar uit dan wordt de omslagtekst onleesbaar. Ook die tekst is handwerk: afwrijfletters, die gelegenheid bieden de letters en woorden zo exact mogelijk op de juiste afstand van elkaar te plaatsen.
 
Het illustratiemateriaal voor de omslagen komt uit alle windstreken. Martin Ros en Theo Sontrop, de huidige directeur van De Arbeiderspers, staan mij met raad en plaatwerken terzijde. Het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum in Den Haag is voor wat vaderlandse auteurs betreft een goudmijn. Een enkele keer komt een schrijver zelf met iets aandragen. Maarten 't Hart ging bij het haventje van Maassluis speciaal op de foto. En ik vind nogal wat in eigen verzameling. Soms echter, zijn tijdrovende expedities nodig naar bibliotheken, instituten of foto-archieven. Of zelfs een telex naar Moskou (voor Paustovskij).
 
De oogst valt vaak tegen; slechte foto's of onmogelijke reprodukties-van-reprodukties in een boek of tijdschrift, waarmee fotograaf Feddo van Gogh dan wonderen moet verrichten om er iets clicheerbaars van te maken. Om niet te spreken van de drastische retoucheer-werkzaamheden die soms nodig zijn, of de met crayon opgewerkte fotokopieën. Merkwaardig genoeg is het juist dit gebrekkige materiaal dat het in de reproduktie af en toe bijzonder goed doet.
 
Dat het uiterlijk van de reeks sinds 1966 in principe onveranderd is gebleven is niet helemaal waar. Elders in dit boek memoreert Martin Ros dat in de beginjaren de lezers geen raad wisten met de niet-opengesneden boeken. Men ging ze met een bot keukenmes te lijf of retourneerde ze. Eén reclamant meende, zo gaat liet verhaal, dat 'die arbeiders van De Arbeiderspers te lui waren om hun boeken behoorlijk af te werken'. Daarom besloot Theo Sontrop in 1974, onder luid ach en wee geroep van de liefhebbers, de boeken voortaan schoongesneden te doen afleveren, te beginnen met nr. 26, Toergenjevs Herinneringen.
 
Er is natuurlijk in de loop der jaren wel meer mis gegaan. Niet ieder boek uit de reeks leent zich voor een achtergrondillustratie, die was ook vaak niet te vinden. Daardoor zijn er naar mijn smaak toch wat veel portretten op de omslagen verschenen. En niet alle kleuren zijn goed uit de verf gekomen. Maar als alles wél geslaagd is, als de lange reis langs tekentafel, clichéinrichting, drukkerij en binderij tot een goed einde is gebracht, dan komt het mooiste moment van het omslagen maken: liefst in een luie stoel gezeten een pas uitgekomen privé- domeinboek ter hand nemen en openslaan. Het zou mooi zijn als het nu en dan gelukt is door middel van de buitenkant van privé-domein iets van het genoegen dat de ontwerper dan beleeft over te dragen op de lezers.
 
Martin Ros & Emile Brugman Privé-domein 1966-1984
 
Vernieuwing

Kees Kelfkens

Pers