Geschiedenis van de reeks

Lisa Kuitert

Peter Claessens

Martin Ros

Ros & ´t Hart

Interview
Michel van de Waart


Interview Martin Ros
Interview Martin Ros


Interview Peter Claessens
Interview Peter Claessens


In Memoriam Wim Mol

Lisa Kuitert

Het uiterlijk behang. Reeksen in de Nederlandse literatuur 1945-1996. De Bezige Bij, Amsterdam 1997, Deel 4 Een vangnet voor moderne schrijvers. De triomf van de paperbackseries. pp.326-332.
 
Lisa Kuitert is neerlandicus en als hoogleraar Boekwetenschap verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
 
 
De waardering voor de paperback, niet als moderne gril maar als volwassen uitvoering, vindt vermoedelijk zijn hoogte­punt in de reeks `Privé-Domein' van De Arbeiderpers. Deze reeks wordt wel - in één adem met de Russische Bibliotheek - `de mooiste reeks van Nederland' ge­noemd, een reden om er extra aandacht aan te besteden.
 
De delen uit Privé-Domein zijn genaaid gebrocheerd, in een omslag met flap­pen. Met zo'n omslag dat uitsteekt, en niet-geplastifi­ceerd is, als ook door de gebruikte papiersoort hebben ze de allure van gebon­den boeken, en ook de prijs: gemiddeld tussen de 50 en 70 gulden. De delen zijn zo luxe en gewild, dat ze bij veel boek­hande­laren achter glas staan: Privé-Domein hoort evenals de Russi­sche Biblio­theek tot de bij win­keldie­ven meest geliefde boe­ken.[1]`Er was zelfs een boekhandelaar, maar hij was een uitzondering, die junks een lijstje met titels meegaf die ze moesten stelen', beweerde een antiquaar over Privé-Domein.[2]
 
In november 1966 verschenen de eerste vier delen van de reeks in een vormgeving van Kees Kelfkens, in samenwerking met Wim Mol. De geboortedatum mag dan duidelijk zijn, de conceptie van `Privé-Domein' geeft inmiddels meer aanleiding tot discus­sie.[3] Wie heeft de reeks `bedacht'?
 
Het uitge­versar­chief zwijgt over deze begin­periode. Het enige wat daaruit tevoorschijn komt is het onge­dateerde lees­rapport ten behoeve van het eerste deel, Mary McCarthy's Herinne­ringen aan mijn Roomse jeugd getekend door `R', achter wie we AP-redacteur Martin Ros kunnen vermoe­den. Over The memories of a catholic girlhood schrijft hij: `Aan de ene kant lijkt dit lucide, intellec­tuele relaas van een katho­lieke jeugd zeer wel te passen in de Floretreeks [een nonfic­tie-reeks, LK], echter óók in een serie Autobi­o­gra­fieën en ten­slotte als authentiek, toch ook literair docu­ment in de Grote ABC's.'
 
Tot voor kort ­heerste het beeld van Martin Ros als het brein achter de serie. In 1984 herinnerde Ros zich dat hij naar aanlei­ding van dagboeken van Paul Léau­taud, na enig aandringen adjunct-direc­teur Veeninga zover kreeg samen de reeks te begin­nen.[4] In 1993 schreef De Ar­bei­derspers dat de ontdek­king van het werk van Léautaud `Mar­tin Ros tot het starten van zijn eigen "Prive-Domein"' had gestimuleerd.[5]
 
Maar volgens pro­duk­tieme­de­werker Wim Mol en voor­ma­lig direc­teur Theo Son­trop was de te jong gestorven Johan Veeninga ver­antwoor­delijk voor het ontstaan van de serie.[6] Wim Mol houdt voet bij stuk:
 
            'Ik blijf zeggen dat Privé-Domein, dat was voor mijn gevoel Joop Veeninga.'
 
Privé-Domein is geïnspireerd op een Franse uitgave van Paul Léautaud, Journal particulier. Deze erotische dagboekaanteke­ningen waren sous le manteau in Monte Carlo verschenen bij Editions du CAP, die ze uitgaf onder de naam `Domaine Privé'.­ [7]Wim Mol:
 
`Vee­ninga was erg Frans-geo­riënteerd, hij kende die reeks. Hij had een grote
foto van Léautaud op zijn kamer hangen, met dat hoedje weet je wel, en daar
zat hij de hele dag tegenaan te kijken. [...] De omslagontwerpen hingen op
zijn kamer. Wim Bischot, Guus Ros en Jacques Deljeur hadden die gemaakt,
maar het werd tenslotte toch het ontwerp van Kees Kelfkens. Veeninga heeft
de ver­schijning niet meer meegemaakt. Hij overleed op 1 mei 1966 bij een
auto-onge­luk.'[8]
 
Daarna heeft Martin Ros, later samen met Sontrop, de serie met veel gevoel voor `fijn­proeverslitera­tuur' uitgebouwd tot het monument waarvoor de reeks nu gehou­den wordt. Onder zijn bezielende leiding evolu­eerde de reeks zich van een gevarieer­de verzame­ling waarin ook herin­neringen van meis­jes-van-lich­te-zeden en misdaadkoningin­nen konden worden opgeno­men, naar een serie waarin alleen nog ego-documenten van literaire of anderszins bekende cultu­rele figuren werden opgenomen.
 
Bij recensenten overheerst het beeld van een reeks die voorna­melijk bestaat uit `ego-documenten uit alle windstre­ken', in het bijzonder de Franse, maar wie de inmid­dels meer dan 200 titels op een rijtje ziet, merkt op dat het aandeel Nederlandse auteurs het grootst is: 34 Nederlanders, tegen bij voorbeeld 32 Fransen, 29 Duit­sers en 17 Britten. [9]
 
Onder de contemporaine Nederlandse auteurs bevindt zich een groot aantal eigen ( of inmiddels ex-) fondsau­teurs, onder wie Koos van Zomeren, Maarten 't Hart en Jeroen Brouwers. Uitgever Ronald Dietz zegt dat andere uitgevers niet altijd bereid zijn `hun' au­teurs aan De Arbei­derspers te lenen - zo aast hij bijvoorbeeld op Renate Dorres­tein (Contact) en A.F.­Th. van der Heijden (Querido) -, maar feit is wel dat De Arbeiders­pers met de serie veel eigen fondsau­teurs `canoni­seert'.[10]
 
Iets derge­lijks, maar meer op­zet­telijk, deed ook G.A. van Oorschot met zijn gebonden Verza­meld-werk Edities (zie hoofdstuk 1).[11] Behoeft het beeld van `wereld­literatuur' dus enige nuan­cering, ook `ego-documenten' wordt in Privé-Domein ruim opge­vat. Er zitten bij voorbeeld ook herinne­ringen aan beken­de perso­nen tus­sen, opgete­kend door minder illustere familie­le­den of kennissen. 
 
Het is boven­dien niet zo dat elk Prive-Domein-deel met ge­juich ont­vangen wordt.[12] Over Een jaar in scherven van Koos van Zome­ren en De Buiten­kant van Gerrit Komrij waren sommige critici niet erg te spreken, zo ze er al over schre­ven.[13] W.F. Hermans begon zijn kritische recensie van het deel Nietzsche, Uit mijn leven met de opmer­king dat de reeks misschien netjes en smaakvol lijkt, maar: `Het wordt steeds meer een serie corrupte bloemlezingen uit slechte vertalingen, met meestal gebrekkige toelichting er­bij.'[14]
 
Derge­lijke reac­ties lijken de repu­ta­tie van de reeks als geheel bepaald niet te schaden. Het geheel is méér dan de som der delen. Wanneer een deel gerecen­seerd wordt, laat de recen­sent vaak niet na nog even de gehele reeks te prijzen. Privé-domein is een reeks die verzameld wordt, ge­looft de produktie­medewerker Wim Mol, en met hem vele boekver­kopers die hun voorraad op peil houden. Of de delen ook werke­lijk door alle kopers gelezen worden, is dan niet meer belang­rijk. `Prachtig dat die mensen er zijn. De snob is toch het zout in de pap van de cultuur [...] Net zoiets als de M.E.: je hebt ze nodig', gelooft Theo Sontrop.[15]
 
Toch beweert de uit­ge­ver dat de reeks geen verkoopsucces is. Van Omzien in verwon­dering van Annie Romein-Verschoor, een van de best verkochte delen, gingen weliswaar 50.000 exempla­ren over de toonbank, maar doorgaans is 5000 exemplaren voor een Prive-Domein al veel. [16] Tegen­woor­dig is een oplage van 1750 exem­pla­ren nor­maal. De huidige AP-directeur Ronald Dietz heeft het niet zo op series, maar acht Privé-Domein desondanks waardevol:
 
            `Het is voor ons natuurlijk ook een prestige-object, corpo­rate image, zoals
            dat heet. Een reeks als Privé- Domein kan voor de inkoop­markt belangrijk
            zijn, omdat buitenlandse auteurs graag bij ons in de Privé Domein willen.
            In Nederland ligt dat moeilijker, daar willen de oor­spronke­lijke uitgevers
            het vaak niet.'[17]
 
Aan het uiterlijk van de reeks wordt veel zorg besteed. Kees Kelfkens was tot aan zijn dood in 1986 verantwoordelijk voor de vormgeving. Wim Mol herinnert zich dat Kelfkens begin jaren tach­tig een paar vernieuwingen heeft willen aanbrengen, onder meer in de belette­ring op het omslag. De uitgever, ver­ontrust, ging eens peilen bij de boekhandel waar hem ge­smeekt werd het ontwerp bij het oude te laten, hetgeen ook gebeurde.
 
Zelfs na de dood van Kelfkens veranderde er niets, want hoewel de specifieke invul­ling van elk nieuw deel voortaan door Marjo Starink, later door de vaste AP-vormge­ver Nico Richter, werd ontworpen, bleef Kelf­kens' basis­ont­werp gehand­haafd. Na het overlijden van ook de weduwe Kelfkens, heeft de uitge­ver de naam Kelfkens uit het colofon geschrapt. Uit respect voor het basisontwerp wilde Nico Rich­ter toen ook zijn naam niet meer vermeld zien. Gevolg is dat er nu helemaal geen ontwerpersnaam meer in de boeken terug te vinden is.
 
Sinds 1966 heeft in het basisontwerp slechts één wijzi­ging zijn beslag gekre­gen. De eerste delen, tot begin jaren zeven­tig, ver­sche­nen on­open­ge­sneden, dit `ter aanduiding van nog onbe­treden Prive Do­mein.'[18] In Frank­rijk liet men wel vaker de lezer het boek zelf opensnij­den, maar voor Nederland was deze wijze van presenteren bij­zonder en niet iedereen wist het daarom te waarderen (zie ook p.00). Omstreeks 1974 besloot de uitgever daarom de delen toch maar vooraf open te snijden.
 
De Franse uitgaven, ook de Léautaud-dagboeken die als voor­beeld voor Privé-Domein dienden, ver­schenen in een paper­back­uit­voering. Moge­lijk is dat voor De Arbeiderspers de aan­lei­ding geweest om niet voor een gebon­den boeken­reeks te kie­zen, wat gezien het pres­tige en de prijs voor de hand gelegen had. Produktiemede­werker Wim Mol beschouwt de reeks ook niet als een paper­backreeks, omdat de boeken een omslag met flap­pen hebben. Maar anderen noemen ze wel `zeer verzorgde paper­backs' of zelfs pocketboe­ken.[19]
 
 
 
 


[1] Aldus Max Schuhmacher in N. Maas en F.W. Kuyper, Offe­ren aan Mercurius en Minerva. Nederlandsche Vereeniging van Antiquaren 1935-1995 Amsterdam 1995, p. 161
 
[2] P. van Winden geciteerd naar Anneke Visser, `Tweehon­derd kroonjuwe­len', N.R.C. Handelsblad 11 februari 1995
 
[3] Vgl. Kees Fens in De Volkskrant 21 juni 1993, en in `Honderd delen Privé-Domein in twintig jaar' in Privé-Domein 1966-1984 Am­sterdam 1984.
 
[4] Privé-Domein 1966-1984 Amsterdam 1984, p 16
 
[5] De wereld van biografie en autobiografie. Catalogus Privé-Domein en Open Domein Amsterdam 1993, p 3
 
[6] Zie ook Kees Fens in De Volkskrant 21 juni 1993
 
[7] Maarten 't Hart & Martin Ros, `Ten Geleide' in M. Ros & E. Brugman (eds.) Privé-domein 1966-1984 Amsterdam
 
[8] Gesprek Wim Mol, 2 augustus 1996
 
[9] Zie voor een compleet overzicht en veel achtergrondge­gevens Ines van Piggelen, Een goed boek behoeft geen plank. De autobiografische serie Privé-Domein Niet gepubliceerde docto­raalscriptie. Universiteit van Amsterdam 1996
 
[10] Gesprek Ronald Dietz, 28 november 1995
 
[11] Gert Jan de Vries, Ik heb geen verstand van poëzie. Amsterdam 1995, p. 164
 
[12] Zie ook voorbeelden in Ines van Piggelen, Een goed boek behoeft geen plank Amsterdam 1996
 
[13] Bijvoorbeeld Hans Warren in Provinciale Zeeuwsche Courant 8 oktober 1988 (van Zomeren), Arjan Peters in De Volks­krant 24 februari 1995 (Komrij).
 
[14] Willem Frederik Hermans, `Nietzsche door de Arbeiders­pers ver­klaard', NRC Handelsblad 26 november 1982
 
[15] in Vrij Nederland 20 november 1982
 
[16] Martin Ros geïnterviewd in Algemeen Dagblad 19 mei 1984
 
[17] Gesprek Ronald Dietz, 28 november 1995
 
[18] Kees Kelfkens in Privé-domein 1966-1984 Amsterdam p. 224
 
[19] De Gelderlander 16 februari 1967, inleiding Schrijvers over zichzelf Amsterdam 1978, p. 10
 
Vernieuwing

Kees Kelfkens

Pers