Lisa Kuitert
Het uiterlijk behang. Reeksen in de Nederlandse literatuur 1945-1996. De Bezige Bij, Amsterdam 1997, Deel 4 Een vangnet voor moderne schrijvers. De triomf van de paperbackseries. pp.326-332.
Lisa Kuitert is neerlandicus en als hoogleraar Boekwetenschap verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
De waardering voor de paperback, niet als moderne gril maar als volwassen uitvoering, vindt vermoedelijk zijn hoogtepunt in de reeks `Privé-Domein' van De Arbeiderpers. Deze reeks wordt wel - in één adem met de Russische Bibliotheek - `de mooiste reeks van Nederland' genoemd, een reden om er extra aandacht aan te besteden.
De delen uit Privé-Domein zijn genaaid gebrocheerd, in een omslag met flappen. Met zo'n omslag dat uitsteekt, en niet-geplastificeerd is, als ook door de gebruikte papiersoort hebben ze de allure van gebonden boeken, en ook de prijs: gemiddeld tussen de 50 en 70 gulden. De delen zijn zo luxe en gewild, dat ze bij veel boekhandelaren achter glas staan: Privé-Domein hoort evenals de Russische Bibliotheek tot de bij winkeldieven meest geliefde boeken.
[1]`Er was zelfs een boekhandelaar, maar hij was een uitzondering, die junks een lijstje met titels meegaf die ze moesten stelen', beweerde een antiquaar over Privé-Domein.
[2]
In november 1966 verschenen de eerste vier delen van de reeks in een vormgeving van Kees Kelfkens, in samenwerking met Wim Mol. De geboortedatum mag dan duidelijk zijn, de conceptie van `Privé-Domein' geeft inmiddels meer aanleiding tot discussie.
[3] Wie heeft de reeks `bedacht'?
Het uitgeversarchief zwijgt over deze beginperiode. Het enige wat daaruit tevoorschijn komt is het ongedateerde leesrapport ten behoeve van het eerste deel, Mary McCarthy's Herinneringen aan mijn Roomse jeugd getekend door `R', achter wie we AP-redacteur Martin Ros kunnen vermoeden. Over The memories of a catholic girlhood schrijft hij: `Aan de ene kant lijkt dit lucide, intellectuele relaas van een katholieke jeugd zeer wel te passen in de Floretreeks [een nonfictie-reeks, LK], echter óók in een serie Autobiografieën en tenslotte als authentiek, toch ook literair document in de Grote ABC's.'
Tot voor kort heerste het beeld van Martin Ros als het brein achter de serie. In 1984 herinnerde Ros zich dat hij naar aanleiding van dagboeken van Paul Léautaud, na enig aandringen adjunct-directeur Veeninga zover kreeg
samen de reeks te beginnen.
[4] In 1993 schreef De Arbeiderspers dat de ontdekking van het werk van Léautaud `Martin Ros tot het starten van zijn eigen "Prive-Domein"' had gestimuleerd.
[5]
Maar volgens produktiemedewerker Wim Mol en voormalig directeur Theo Sontrop was de te jong gestorven Johan Veeninga verantwoordelijk voor het ontstaan van de serie.
[6] Wim Mol houdt voet bij stuk:
'Ik blijf zeggen dat Privé-Domein, dat was voor mijn gevoel Joop Veeninga.'
Privé-Domein is geïnspireerd op een Franse uitgave van Paul Léautaud,
Journal particulier. Deze erotische dagboekaantekeningen waren
sous le manteau in Monte Carlo verschenen bij Editions du CAP, die ze uitgaf onder de naam `Domaine Privé'.
[7]Wim Mol:
`Veeninga was erg Frans-georiënteerd, hij kende die reeks. Hij had een grote
foto van Léautaud op zijn kamer hangen, met dat hoedje weet je wel, en daar
zat hij de hele dag tegenaan te kijken. [...] De omslagontwerpen hingen op
zijn kamer. Wim Bischot, Guus Ros en Jacques Deljeur hadden die gemaakt,
maar het werd tenslotte toch het ontwerp van Kees Kelfkens. Veeninga heeft
de verschijning niet meer meegemaakt. Hij overleed op 1 mei 1966 bij een
Daarna heeft Martin Ros, later samen met Sontrop, de serie met veel gevoel voor `fijnproeversliteratuur' uitgebouwd tot het monument waarvoor de reeks nu gehouden wordt. Onder zijn bezielende leiding evolueerde de reeks zich van een gevarieerde verzameling waarin ook herinneringen van meisjes-van-lichte-zeden en misdaadkoninginnen konden worden opgenomen, naar een serie waarin alleen nog ego-documenten van literaire of anderszins bekende culturele figuren werden opgenomen.
Bij recensenten overheerst het beeld van een reeks die voornamelijk bestaat uit `ego-documenten uit alle windstreken', in het bijzonder de Franse, maar wie de inmiddels meer dan 200 titels op een rijtje ziet, merkt op dat het aandeel Nederlandse auteurs het grootst is: 34 Nederlanders, tegen bij voorbeeld 32 Fransen, 29 Duitsers en 17 Britten.
[9]
Onder de contemporaine Nederlandse auteurs bevindt zich een groot aantal eigen ( of inmiddels ex-) fondsauteurs, onder wie Koos van Zomeren, Maarten 't Hart en Jeroen Brouwers. Uitgever Ronald Dietz zegt dat andere uitgevers niet altijd bereid zijn `hun' auteurs aan De Arbeiderspers te lenen - zo aast hij bijvoorbeeld op Renate Dorrestein (Contact) en A.F.Th. van der Heijden (Querido) -, maar feit is wel dat De Arbeiderspers met de serie veel eigen fondsauteurs `canoniseert'.
[10]
Iets dergelijks, maar meer opzettelijk, deed ook G.A. van Oorschot met zijn gebonden Verzameld-werk Edities (zie hoofdstuk 1).
[11] Behoeft het beeld van `wereldliteratuur' dus enige nuancering, ook `ego-documenten' wordt in Privé-Domein ruim opgevat. Er zitten bij voorbeeld ook herinneringen
aan bekende personen tussen, opgetekend door minder illustere familieleden of kennissen.
Het is bovendien niet zo dat elk Prive-Domein-deel met gejuich ontvangen wordt.
[12] Over
Een jaar in scherven van Koos van Zomeren en
De Buitenkant van Gerrit Komrij waren sommige critici niet erg te spreken, zo ze er al over schreven.
[13] W.F. Hermans begon zijn kritische recensie van het deel Nietzsche,
Uit mijn leven met de opmerking dat de reeks misschien netjes en smaakvol lijkt, maar: `Het wordt steeds meer een serie corrupte bloemlezingen uit slechte vertalingen, met meestal gebrekkige toelichting erbij.'
[14]
Dergelijke reacties lijken de reputatie van de reeks als geheel bepaald niet te schaden. Het geheel is méér dan de som der delen. Wanneer een deel gerecenseerd wordt, laat de recensent vaak niet na nog even de gehele reeks te prijzen. Privé-domein is een reeks die verzameld wordt, gelooft de produktiemedewerker Wim Mol, en met hem vele boekverkopers die hun voorraad op peil houden. Of de delen ook werkelijk door alle kopers gelezen worden, is dan niet meer belangrijk. `Prachtig dat die mensen er zijn. De
snob is toch het zout in de pap van de cultuur [...] Net zoiets als de M.E.: je hebt ze nodig', gelooft Theo Sontrop.
[15]
Toch beweert de uitgever dat de reeks geen verkoopsucces is. Van
Omzien in verwondering van Annie Romein-Verschoor, een van de best verkochte delen, gingen weliswaar 50.000 exemplaren over de toonbank, maar doorgaans is 5000 exemplaren voor een Prive-Domein al veel.
[16] Tegenwoordig is een oplage van 1750 exemplaren normaal. De huidige AP-directeur Ronald Dietz heeft het niet zo op series, maar acht Privé-Domein desondanks waardevol:
`Het is voor ons natuurlijk ook een prestige-object, corporate image, zoals
dat heet. Een reeks als Privé- Domein kan voor de inkoopmarkt belangrijk
zijn, omdat buitenlandse auteurs graag bij ons in de Privé Domein willen.
In Nederland ligt dat moeilijker, daar willen de oorspronkelijke uitgevers
Aan het uiterlijk van de reeks wordt veel zorg besteed. Kees Kelfkens was tot aan zijn dood in 1986 verantwoordelijk voor de vormgeving. Wim Mol herinnert zich dat Kelfkens begin jaren tachtig een paar vernieuwingen heeft willen aanbrengen, onder meer in de belettering op het omslag. De uitgever, verontrust, ging eens peilen bij de boekhandel waar hem gesmeekt werd het ontwerp bij het oude te laten, hetgeen ook gebeurde.
Zelfs na de dood van Kelfkens veranderde er niets, want hoewel de specifieke invulling van elk nieuw deel voortaan door Marjo Starink, later door de vaste AP-vormgever Nico Richter, werd ontworpen, bleef Kelfkens' basisontwerp gehandhaafd. Na het overlijden van ook de weduwe Kelfkens, heeft de uitgever de naam Kelfkens uit het colofon geschrapt. Uit respect voor het basisontwerp wilde Nico Richter toen ook zijn naam niet meer vermeld zien. Gevolg is dat er nu helemaal geen ontwerpersnaam meer in de boeken terug te vinden is.
Sinds 1966 heeft in het basisontwerp slechts één wijziging zijn beslag gekregen. De eerste delen, tot begin jaren zeventig, verschenen onopengesneden, dit `ter aanduiding van nog onbetreden Prive Domein.'
[18] In Frankrijk liet men wel vaker de lezer het boek zelf opensnijden, maar voor Nederland was deze wijze van presenteren bijzonder en niet iedereen wist het daarom te waarderen (zie ook p.00). Omstreeks 1974 besloot de uitgever daarom de delen toch maar vooraf open te snijden.
De Franse uitgaven, ook de Léautaud-dagboeken die als voorbeeld voor Privé-Domein dienden, verschenen in een paperbackuitvoering. Mogelijk is dat voor De Arbeiderspers de aanleiding geweest om niet voor een gebonden boekenreeks te kiezen, wat gezien het prestige en de prijs voor de hand gelegen had. Produktiemedewerker Wim Mol beschouwt de reeks ook niet als een paperbackreeks, omdat de boeken een omslag met flappen hebben. Maar anderen noemen ze wel `zeer verzorgde paperbacks' of zelfs pocketboeken.
[19]
[1] Aldus Max Schuhmacher in N. Maas en F.W. Kuyper,
Offeren aan Mercurius en Minerva. Nederlandsche Vereeniging van Antiquaren 1935-1995 Amsterdam 1995, p. 161
[2] P. van Winden geciteerd naar Anneke Visser, `Tweehonderd kroonjuwelen',
N.R.C. Handelsblad 11 februari 1995
[3] Vgl. Kees Fens in
De Volkskrant 21 juni 1993, en in `Honderd delen Privé-Domein in twintig jaar' in
Privé-Domein 1966-1984 Amsterdam 1984.
[4] Privé-Domein 1966-1984 Amsterdam 1984, p 16
[5] De wereld van biografie en autobiografie. Catalogus Privé-Domein en Open Domein Amsterdam 1993, p 3
[6] Zie ook Kees Fens in
De Volkskrant 21 juni 1993
[7] Maarten 't Hart & Martin Ros, `Ten Geleide' in M. Ros & E. Brugman (eds.)
Privé-domein 1966-1984 Amsterdam
[8] Gesprek Wim Mol, 2 augustus 1996
[9] Zie voor een compleet overzicht en veel achtergrondgegevens Ines van Piggelen,
Een goed boek behoeft geen plank. De autobiografische serie Privé-Domein Niet gepubliceerde doctoraalscriptie. Universiteit van Amsterdam 1996
[10] Gesprek Ronald Dietz, 28 november 1995
[11] Gert Jan de Vries,
Ik heb geen verstand van poëzie. Amsterdam 1995, p. 164
[12] Zie ook voorbeelden in Ines van Piggelen,
Een goed boek behoeft geen plank Amsterdam 1996
[13] Bijvoorbeeld Hans Warren in
Provinciale Zeeuwsche Courant 8 oktober 1988 (van Zomeren), Arjan Peters in
De Volkskrant 24 februari 1995 (Komrij).
[14] Willem Frederik Hermans, `Nietzsche door de Arbeiderspers verklaard',
NRC Handelsblad 26 november 1982
[15] in
Vrij Nederland 20 november 1982
[16] Martin Ros geïnterviewd in
Algemeen Dagblad 19 mei 1984
[17] Gesprek Ronald Dietz, 28 november 1995
[18] Kees Kelfkens in
Privé-domein 1966-1984 Amsterdam p. 224
[19] De Gelderlander 16 februari 1967, inleiding
Schrijvers over zichzelf Amsterdam 1978, p. 10