Geschiedenis van de reeks

Lisa Kuitert

Peter Claessens

Martin Ros

Ros & ´t Hart

Interview
Michel van de Waart


Interview Martin Ros
Interview Martin Ros


Interview Peter Claessens
Interview Peter Claessens


In Memoriam Wim Mol

Peter Claessens

NRC Handelsblad, 19 juli 2003
Privé-domein jubileert

Martijn Meijer

Met het dagboek van A.F.Th. van der Heijden publiceerde De Arbeiderspers onlangs het 250ste egodocument in de reeks Privé domein. Gesprek met uitgever Peter Claessens over de jubilerende serie.

In de etalage van boekhandel Athenaeum in Amsterdam lagen onlangs de authentieke dagboeken van A.F.Th. van der Heijden, opengeslagen en goed leesbaar dankzij het fraaie handschrift van de auteur. Verscheidene voorbijgangers bleven staan om een stukje te lezen; het fascineert nu eenmaal, het dagboek van een ander. Van der Heijden selecteerde 250 dagboekfragmenten voor Engelenplaque, het 250ste deel in de serie Privé-domein en dus een jubileumuitgave. De fragmenten bestrijken de jaren 1966 tot en met 2003, de periode waarin de autobiografische boekenreeks van de Arbeiderspers uitgroeide tot, in de woorden van voormalig directeur Ronald Dietz, `de goudkust van boekenland'. In 1966 verscheen het eerste deel: Mary McCarthy's Herinneringen aan mijn roomse jeugd. Daarna volgden egodocumenten van Paul Léautaud, Konstantin Paustovskij, August Strindberg en Salvador Dali.

Peter Claessens (1958), classicus en filosoof, heeft sinds twee jaar als redacteur non-fictie Privé-domein onder zijn hoede, samen met hoofdredacteur Peter Nijssen. Eerder werkte hij als vertaler voor de serie en stelde hij een bloemlezing samen, Familieportret van Privé-domein (1998). Claessens vertelt dat die eerste titels nog op Franse wijze met onopengesneden bladzijden uitgebracht werden; de lezer moest zelf met een mesje in de weer als hij tot het domein wilde doordringen. Tenslotte stopte de uitgeverij ermee, de klanten en de boekverkopers konden er weinig begrip voor opbrengen. Nu zijn die boeken, mits ze nog steeds niet opengesneden zijn, collectors items geworden.

In ieder geval was de opzet vanaf het begin ook wat vormgeving betreft bijzondere boeken te maken; iets tussen paperback en bibliofiele uitgave in. De karakteristieke omslagen werden ontworpen door Kees Kelfkens; na diens dood in 1986 werd diens stijl door vormgever Nico Richter onveranderd overgenomen. Hoewel Martin Ros, de toenmalige redacteur, later hoofdredacteur van de Arbeiderspers, als grote motor achter de serie wordt beschouwd, wil Peter Claessens benadrukken dat de toenmalige uitgever Johan Veeninga minstens zo belangrijk was: ,,Veeninga was een verschrikkelijke Léautaud-fan, hij had ook een foto van die schrijver in zijn kantoor hangen. De naam van serie ontleende hij aan Léautauds Journal particulier, dat onder de noemer Domaine privé verscheen bij de Franse uitgever Éditions du Cap.''

In het begin werden ook niet-literaire auteurs opgenomen, bijvoorbeeld Zoey Progl met haar levensverhaal Koningin van de onderwereld. In de jaren zeventig en tachtig verschenen, onder uitgever Theo Sontrop en Martin Ros, grote namen als Flaubert (Haat is een deugd), Céline (Van de ene dood naar de andere) en Klaus Mann (Het keerpunt). Literatuurliefhebbers begonnen Privé-domein te sparen. De prijzige boeken genoten een tijdlang de eer tot de categorie 'meest gestolen' te behoren. Waarin zit nu precies de aantrekkingskracht? ,,De mensen voelen dat je hier heel dicht bij de bron zit'', zegt Claessens, ,,het leven en de ervaringen waar het werk uit voorkomt''. Tot op heden bleef het criterium dat het om 'authentiek materiaal' moet gaan: dagboeken, brieven, notities, autobiografieën en memoires. Met instemming citeert Claessens de prospectus van 1966: `Het gaat er in Privé-domein om dat er iemand aan het woord is met een eigen visie op het leven, met een scherpe, non-conformistische opmerkingsgave en een radicale oprechtheid.''

Claessens: ,,Wat ik belangrijk vind, is dat de schrijver op een gegeven moment boven zijn particuliere herinneringen uitstijgt en ook een tijdsbeeld weergeeft. Het persoonlijke krijgt dan een algemene betekenis, een universele herkenbaarheid. Daar is kunstvaardigheid voor nodig. Paustovskij slaagde daarin, en Alexander Herzen, Harry graaf Kessler.''

Maar zijn Rogi Wieg, Boudewijn Büch, Maarten 't Hart en Ronald Giphart daar ook in geslaagd? De dagboeken die zij gedurende een jaar in opdracht van de Arbeiderspers bijhielden kregen veel kritiek. Claessens: ,,Privé-domein is zo'n gekoesterde serie geworden dat mensen zich afvroegen: is dit het nu waard om in de serie opgenomen te worden? Als je schrijvers de opdracht geeft om een dagboek bij te houden, werk je het in de hand dat ze hun stof gaan manipuleren. Het mooiste is het als het uit iemands eigen innerlijke gesteldheid voortkomt, zoals bij Van der Heijden, dat hij dingen aan het papier toevertrouwt.''
Vernieuwing

Kees Kelfkens

Pers