Geschiedenis van de reeks

Lisa Kuitert

Peter Claessens

Martin Ros

Ros & ´t Hart

Interview
Michel van de Waart


Interview Martin Ros
Interview Martin Ros


Interview Peter Claessens
Interview Peter Claessens


In Memoriam Wim Mol

Traditie en vernieuwing

Omslag
 
De delen uit Privé-Domein zijn genaaid gebrocheerd, in een omslag met flap­pen. Het formaat is afwijkend, namelijk 11,5 x 19,5 cm. De eerste 25 delen van Privé-Domein moesten met een mes worden opengesneden. Na vele protesten besloot men in 1974, te beginnen met Toergenjevs Herinneringen, de Privé-Domein boeken schoongesneden te leveren. Dit is nog steeds de grootste verandering die in het uiterlijk van de reeks is doorgevoerd:
 
“Toen Privé-Domein in 1966 startte, vonden we het een aardig idee de kopers van een privé-Domein zich zelf een weg te laten banen naar het privé-Domein van hun voorkeurauteur en de lezers daarom zelf de pagina's te laten opensnijden. In de loop der jaren hebben we daarop veel reacties gehad, de meeste negatief Een voorbeeld uit de laatste periode van de niet opengesneden Privé-Domein delen moge dit bewijzen.
 
'Nadat het bovenstaande reeds was geschreven stuurde de Arbeiderspers ons toe uit de serie Privé-Domein een keus uit Orwells essays, journalistiek en brieven. In alle oprechtheid gezegd: we houden niet van dat "privé-Domein". Een of andere verlichte geest bij de Arbeiderspers heeft destijds in een veel te grote wijsheid beslist dat het privékarakter van deze serie tot uiting moest komen in het dichtgesneden laten van de boeken. Met andere woorden: de lezer moet zich het boek veroveren door bladzij voor bladzij open te snijden. We hebben al menig voortreffelijk boek uit deze serie naar de barrebiezen geholpen: het lukt ons maar niet de pagina's goed open te snijden, ze scheuren op de verkeerde plaats. Dat maakt ons kribbig. De bewuste uitvinder van dit gedoe moest beter weten: het veroveren van een boek zit niet in een mes.' Provinciale Zeeuwsche Courant. 1974.
 
Op grond van vele van dergelijke reacties hebben we besloten aan het niet opensnijden van de boeken een einde te maken. Dat we daardoor weer een aantal kopers en liefhebbers van Privé-Domein teleurstelden, kan blijken uit onderstaande reactie in De Groene van 15 januari 1975.
 
'In de, tegenwoordig helaas vooraf reeds opengesneden, serie Privé-Domein van de Arbeiderspers...'
 
De uitgever kan slechts aloud-Hollands concluderen: het is ook nooit goed of het deugt niet...” (1978, TH.A. Sontrop & Martin Ros, Schrijvers over zichzelf)
 
 
Het omslagontwerp van Kees Kelfkens, dat voor een belangrijk deel de verschijningsvorm van Privé-Domein bepaalt, vindt nog steeds navolging. Karakteristiek is de kaderlijn die het omslagbeeld omsluit, symbolisch voor de ‘beslotenheid’ van het privé-Domein.[1] Ook het gebruik van slechts twee kleuren naast zwart is kenmerkend, waarbij de kleuren soms een symbolische betekenis hebben (bijv. gifgroen bij Céline’s Brieven aan vriendinnen).
 
Vanaf nr. 132 Benno Barnards Uitgesteld paradijs, is het ontwerp gemaakt door Kees Kelfkens en Marjo Starink. Deze samenwerking heeft tot en met nr. 194 Nietzsche contra Wagner van Friedrich Nietzsche geduurd. Daarna wordt een tijd lang geen vormgever meer in de delen vermeld (deze delen zijn door Nico Richter ontworpen). Tot nr. 248. In Harry Graaf Kesslers De dans op de vulkaan staat als ontwerper Nico Richter vermeld. Zijn naam staat in ruim tien delen. In nr. 261, Koos van Zomerens Nog in morgens gemeten, staat een nieuwe ontwerper vermeld, namelijk Steven van der Gauw. Nr. 262, Gustave Flauberts Geluk is onmogelijk, is echter weer door Nico Richter ontworpen.
 
Verder is er nog een kleine wijziging van de omslag, die echter het boek behoorlijk ontsiert. Sinds een aantal jaren wordt de streepjescode op het achterplat gedrukt. Dit is het geval sinds nr. 215 Waarom zou ik liegen van Marie Bashkirtseff uit 1997.
 
 
Titel
 
Een stijlkenmerk van de uitgaven is de plaats van de auteur en de titel op het voorplat. Deze staat meestal linksboven, eerst de naam van de auteur en daaronder de titel. Bij Werkmans Brieven 1940 – 1945 (nr. 10) is voor het eerst van dit principe afgeweken. Hier staan titel en auteur linksonder. Het eerstvolgende deel waarbij dit ook het geval is, is nr. 28 Ik beken, ik heb geleefd van Pablo Neruda.
 
De titels zijn nooit erg consequent behandeld. Het komt wel eens voor dat de titel die op de rug en het voorplat staat vermeld niet overeenstemt met de titel op de titelpagina. De titels zijn soms te lang en zijn daarom op de omslag ingekort.
 
Met ‘ondertitels’ is soms behoorlijk gerommeld. Zo staat er op sommige omslagen Brieven vermeld. Dit lijkt een ondertitel te zijn terwijl het hier niet om een ondertitel gaat. Bij de titel op de titelpagina staat Brieven namelijk niet vermeld. Bovendien worden ondertitels nooit op de omslag afgedrukt. Het lijkt hier dus te gaan om een soort productomschrijving bedoeld voor kopers.
 
Ook de vermelding van de drukker en de vormgever varieert. Bij de oude delen werd de drukkerij vermeld en stond de naam van Kees Kelfkens op het achterplat gedrukt. In de nieuwere delen wordt de drukkerij niet meer genoemd. Lange tijd is ook de ontwerper niet meer vermeld, hoewel dat recentelijk wel weer wordt gedaan (zie boven).
 
Typografie
 
De ouderwetse boekdruk en de typografie zijn van meet af aan een belangrijk kenmerk van Privé-Domein geweest. Zeer karakteristiek zijn het gebruik van het lettertype Bembo, de toepassing van guillemets » « (Franse aanhalingstekens) en de plaatsing van de paginacijfers tussen haakjes [ ]. Ook hierin is in al die jaren geen verandering gekomen.
 
Er is echter één uitzondering hierop. De lettergrootte is onlangs aangepast om tegemoet te komen aan het wat oudere lezerspubliek van Privé-Domein. Sinds Koos van Zomerens Nog in morgens gemeten, nr. 261, wordt een grotere letter gebruikt (weliswaar heeft ook nr. 259, André Gides Het innerlijk blauw die lettergrootte, maar ondanks het lagere nummer is dit deel later verschenen dan Koos van Zomerens Nog in morgens gemeten). De wijziging van de lettergrootte is overigens doelbewust geruisloos doorgevoerd.
 
 
Papier
 
Voor de omslagen van Privé-Domein wordt het matte papier Simili Japon gebruikt. Het huidige papier is wat gladder dan dat van vroeger. De rest van het boek wordt gedrukt op houtvrij en zuurrestvrij romandruk.
 
Wat ook is veranderd is de kenmerkende geur van Privé-Domein. De nieuwere delen hebben jammer genoeg een meer neutrale geur, hetgeen te maken heeft met het gebruik van een ander soort lijm.
 
 


[1] Het mateloze privé Domein van Martin Ros, Trouw, 17/05/1984
Vernieuwing

Kees Kelfkens

Pers