Mijn Prive-domein
Mijn Privé-domein

Shortlist
Shortlist


Catalogus
Catalogus


Bijdragen aan website

Interview: Martin Ros

Martin Ros over Privé-Domein
 
Putten, 22 juni 2006
 
Martin Ros: “Toen ik ermee begon toen had je nog een beetje cultuur in Nederland. Maar nu. Armoe is troef. Het is verschrikkelijk wat er in Nederland gebeurt. Armoe is troef. Ze weten van niks meer. Het is veel erger geworden. Je komt alleen aan kennis door lezen”
 
In de zomer van 2006 stuurde ik Martin Ros via de redactie van zijn boekenprogramma voor de TROS-radio een e-mail. Ik verzocht hem om steun voor mijn plan een website op te zetten voor Privé-Domein Nadat ik een tijdje niets had vernomen en de hoop eigenlijk al had opgegeven, had ik hem opeens aan de telefoon. Hij wilde mijn initiatief steunen en we spraken af in café De Heerd in Putten, de plaats waar hij een zomerhuis heeft en een deel van het jaar verblijft.
 
Martin Ros: Ik kwam uit een groot gezin met 9 kinderen. Ik was de laatste. Dat was in 1939. Mijn vader was een arm wevertje. Oer katholiek en oer arbeideristisch. Zij hebben zich bij mijn komst neergelegd en mij ten slotte een hele fijne jeugd bezorgd. Ik ging lezen op het gymnasium. Haalde allemaal negens en tienen. Waarom weet ik ook niet. Ik kan nog geen spijker in de muur slaan. Niks. Ik weet niet hoe je een band moet plakken. De wereld is voor mij duisternis. Maar ik kan alles onthouden. Dat is mijn enige voordeel.
 
Toen zag mijn vader dat ik boeken ging lezen. Onder andere Vestdijk. De grootste viezerik aller tijden. Het stadsschuim der aarde. Met het schuim op zijn bek zat hij me ook achterna. Ik verborg die boeken stiekem achter het kussen en de gereedschapskist in de schuur. Daar wist hij het nog te vinden en heeft hij Rumeiland van Vestdijk voor mijn ogen in duizenden snippers verscheurd.
 
In alle boeken kwam en komt nog steeds de liefde voor. En vaak gaat die liefde ook nog mis. Dat is het mooiste van een boek, denk maar aan Anna Karenina of Madame Bovary. Die mislukte liefde, dat is het mooiste. Dat kon die man mij toch niet afnemen. Toen was het boek een enorme verrijking voor je leven. Die beperkte maatschappij waarin ik leefde, arbeideristisch, katholiek. Ik kan niet erger noemen. In die jaren vlak na de oorlog toen de scheidslijnen heel scherp lagen. Alles had zijn eigen basis, gereformeerden, katholieken communisten. Die lazen niet wat daarbuiten gebeurde. Dat was voor mij verboden gebied en daarom ben ik ook gaan wielrennen. Maar het boek was voor mij toch het belangrijkste.
 
Bij de uitgeverij ben ik gekomen door de krant. Ik was werkzaam na mijn kandidaats geschiedenis bij Het Vrije Volk. Daar werkte ik als journalist. Na een jaar leerde ik twee oudere journalisten kennen, Paul van ’t Veer, een zeer deskundig man, die voor mij later Multatuli heeft bezorgd en de grote man Hans van Straten. Die daar de hele dag heen en weer liep tussen de gewone redactie en de eindredactie met ditjes en datjes. Een enorm kenner van de kleine geschiedenis van de literatuur en daar raakte ik mee bevriend. En die twee zeiden die Martin Ros moet naar de uitgeverij. Daar zitten twee directeuren die de deur tegenover elkaar sluiten. Die geen contact willen hebben met elkaar. Die doen niks. Geef Martin Ros een zak geld. Die verdienden toen 8,5 miljoen per jaar. Ja, ik heb het over de wereldtijd van het socialisme. Zo ben ik begonnen in 1964.
 
Toen was het de tijd van de grote ommekeer in Nederland. Kranten, televisie, een hele andere wereld van boeken. Ik Jan Cremer, de boeken van Wolkers, Maarten ’t Hart…een omwenteling, in Amsterdam de kabouters…En in die tijd van omwenteling dacht ik “je moet de wereldliteratuur pakken”. De grootste figuren uit de wereldliteratuur die breng je in een reeks. Dat is een gouden moment.
 
Het is een prachtige reeks. Na de eerste nummers heb ik hem een beetje gewijzigd. Hij was aanvankelijk heel gemêleerd. Boeken als van Majbritt Morrison, daarvan heb ik later gezegd dat doe ik toch maar niet. Allerlei onderwereldfiguren die een goed boek schrijven die breng ik er niet in. Ik breng alleen de grote mensen uit de literatuur. En daarom is het een serie geworden met grote namen.
 
Toen had ik natuurlijk het probleem – ik zat bij die Arbeiderspers – klein fondsje. Om de rechten van die boeken te pakken was enorm moeilijk want die zaten al ergens. Dus ik heb met enorm veel onderhandelingen die boeken losgekregen. Bijvoorbeeld Peter Handke. Ik kreeg zijn herinneringen voor mijn reeks. Zo heb ik die reeks opgebouwd. En door mijn persoonlijke ontdekkingen: Paustovskij. Die heb ik ontdekt met Wim Hartog. Die zat in Parijs als mentor, als tolk voor Russisch en die las voor mij Paustovskij mee. Hij zei dat moeten we doen, in die reeks. Zo is dat gegaan.
 
En dan wil ik je meteen een anekdote vertellen over die Russen in Privé-Domein. Want die heb ik enorm uitgebreid. De hele Russische revolutie zit er in. Ik heb ook veel gebracht in de vertaling van Charles B. Timmer, die nu hoop ik op een hogere hemel zit. Die bezocht ik ook altijd thuis en dan hadden we het de hele avond over de Russen. Hij heeft tegen mij gezegd: “Je moet eens een tentoonstelling houden over al die Russen in het Russisch Instituut in Den Haag. Want die zijn er wel trots op.” Dat was nog in de tijd van het bolsjewisme.
 
Ik kreeg daar te maken met zo’n kerngezonde vertegenwoordiger. Zo’n gesoigneerde communist. Hij zei: “Ja natuurlijk, Arbeiderspers…. Ik heb al mijn Russen daar neergelegd. Maar je weet, de helft daarvan was verboden. Die lagen in volle glorie in het Russisch Instituut. Iedereen hadden we uitgenodigd. Ze konden het niet weigeren. Er stond een stukje in de krant: “De Arbeiderspers verovert de Sovjet Unie”. Ja dat was het toch? Het was een enorme truc.
 
De boeken over Rusland concentreerden zich op de periode 1917 en Rusland tussen de wereldoorlogen. Dat zijn de sleuteljaartallen uit de geschiedenis. Miljoenen mensen zijn gesneuveld. Dat is een van de grootste gebeurtenissen. Hitler is gesneuveld op Rusland. De Russen hebben hem verslagen. Daarom is het zo belangrijk dat het hele tijdperk van de Russische revolutie tot en met WO II in de reeks zit.
 
Maar natuurlijk zijn er naast de Russen meer hoogtepunten in de reeks. Het Dagboek van de Goncourt daar hebben we er wel 20.000 van gemaakt, maar de grootste oplage was van het boek van Maarten ’t Hart. Daar maakten we er 20.000 á 30.000 van. Maar de meeste delen 2.000 á 3.000. Daar deden we 15, 20, 25 jaar mee. Dan lagen ze er nog. We verramsjten nooit. En als je slim was en je wachtte 25 jaar lang dan vond je hem wel ergens. Want ik kom veel op boekenmarkten, maar daar vind je bijna nooit Privé-Domein, althans niet die eerste delen. En daar vragen ze ook heel veel geld voor.
 
Ik heb ook nog een nieuwtje voor je. Meyerink, Frank Meyrink, Gottliebs dood, dat is dus verzonnen. Dat mag jij onthullen. Door Martin Ros uitgevonden. Die man bestaat niet. Het is geschreven door een eenvoudige student uit Nijmegen. Met een versleten aktetas. Hij was helemaal stuk van Goethe, net als Büch.
 
Ik zeg het in alle bescheidenheid. Als je al deze 261 delen hebt gelezen dan heb je een volledig overzicht van de wereldliteratuur. Er ontbreekt niets. Fransen, Engelsen, Duitsers, de klassieken zitten er in, alles. Het zijn goede vertalingen van bekroonde mensen. Altijd een nawoord, noten, het wordt helemaal toegelicht. Het is een wereldserie, uniek in zijn soort.
 
 
Mijn gegevens


Gustave Flaubert,
Haat is een deugd
gekozen tot GOUDEN PRIVÉDOMEIN



Kies het mooiste voorplat