Mijn Prive-domein
Mijn Privé-domein

Shortlist
Shortlist


Catalogus
Catalogus


Bijdragen aan website

Interview Peter Claessens

Gerd-Jan: Hoe is het om redacteur van Privé-domein te zijn?
 
Peter: Een mooie taak. Ik heb van huis uit veel affiniteit met een groot aantal auteurs uit de reeks. Mijn vertrouwdheid met de reeks heeft ertoe geleid dat ik in 1998 werd uitgenodigd een keuze uit de reeks te maken die onder het motto Familieportret van Privé-domein is verschenen. In die uitgave hors série heb ik al mijn enthousiasme over de reeks tot uitdrukking gebracht. Mijn ouders hadden al beide delen van Annie Romein-Verschoor, Ommezien in verwondering, in de kast staan. Dat was echt mijn eerste kennismaking met de reeks. In mijn studententijd (1980) las ik de controversiële, met veel schandaal omgeven herinneringen van Maurice Sachs, Heksensabbat, verder Palinurus, Het rusteloze graf en korte tijd later de geweldige Zinaida Hippius, De schittering van woorden. Die laatste kreeg ik samen met een in hetzelfde jaar verschenen deel uit Open Domein, de biografie van Arthur Rimbaud van Enid Starkie, in 1984 voor mijn verjaardag van mijn ouders. Mijn vader dacht het zijne van de interesse van zijn zoon voor de extreme denkwerelden van een flagellante (Hippius) en een geknakte visionair (Rimbaud).
 
Gerd-Jan: Als je naar de frequentie van uitgaven kijkt dan zie je in de jaren tachtig een duidelijke piek met in 1988 maar liefst achttien uitgaven. In 2004 waren het er maar twee en in 2006 werden vijf delen uitgegeven. Waar heeft volgens jou die daling sinds de jaren tachtig mee te maken?
 
Peter: De lezersmarkt is natuurlijk sterk veranderd sinds de jaren tachtig. Hierbij kan ik slechts van mijn eigen ervaring in die tijd uitgaan. Toen ik bovengenoemde en andere delen kocht in de jaren tachtig genoot de reeks denk ik zijn grootste reputatie vanwege de onconventionele, non-conformistische aard van de erin gepubliceerde auteurs. Die waren van hoogliteraire kwaliteit, waren omgeven door een waas van schandaal, legende en exclusiviteit, en werden als zodanig met veel getrompetter in de pers onthaald. Het waren ‘Geheimtips’. Dat soort boeken vond toen veel gretiger aftrek. Ik denk dat de omslag heeft plaatsgevonden doordat er langzaam maar zeker een grotere druk op boekhandel en uitgeverij is komen te liggen, de rendementseisen zijn gestegen en die winstdoelstellingen maken prestigieuze uitgaven minder interessant, financieel gezien dan.
 
Gerd-Jan: Een enkele keer wordt een oud nummer opnieuw uitgegeven, bijvoorbeeld van Giacomo Leopardi en Lodewijk Napoleon. Welke overwegingen spelen hierbij een rol en waarom worden niet meer delen opnieuw in de Privé-domeinreeks uitgegeven?
 
Peter: Het is op een snelle boekenmarkt als de huidige ondoenlijk om alle delen leverbaar te houden. De boekhandels sturen titels die niet meteen een bestseller zijn of ten minste flink doorverkopen na korte tijd al terug. Er is nog maar een klein aantal boekhandels die een aparte Privé-domeinkast hebben.* Dan kun je de titels wel eindeloos in boekhuis en magazijn laten liggen maar dat is een dure zaak die niemand ten goede komt. Je zult dus strategischer te werk moeten gaan. Soms is er van verscheidene kanten vraag naar een titel, Lodewijk Napoleons gedenkschriften zijn herdrukt omdat hij in 2006 200 jaar geleden koning van Holland werd. Naar de eerste delen van Paustovskij, die waren uitverkocht, was ook veel vraag. En een titel als Haat is een deugd van Flaubert, dat is natuurlijk zo’n superieur boek, de brieven zijn z’n beste werk zou ik durven zeggen, en daar sta ik niet alleen in, dat wil je gewoon leverbaar houden.
 
 
Gerd-Jan: Het valt me op dat er nogal wat recente delen zijn die op een of andere wijze subsidie hebben ontvangen. Is Privé-domein in toenemende mate op dit soort steun aangewezen? Anders gezegd, in hoeverre is Privé-domein nog een levensvatbaar fonds in financiële zin?
 
Peter: Daar ben ik net al op ingegaan. Je zult wel wat selectiever dan vroeger moeten zijn. Subsidies zijn overigens vaak voor de vertalers die nauwelijks met de royalty’s die ze voor een vertaling van deze aard krijgen, voldoende gehonoreerd zijn. Een deel in deze reeks vertalen is vooral een erezaak. Liefdewerk. Vroeger zijn er ongetwijfeld delen uitgekomen die geen erg groot publiek hebben bereikt. Claire Goll wel, Flaubert ook, maar hoeveel mensen hebben Victor Alexandrov gelezen, Adder onder adders, wat overigens een zeer bijzonder boek is (nr. 3 uit de reeks!) maar daar gaat het niet om: wij geven nog steeds behoorlijk veel riskante maar bloedmooie titels uit die een groter publiek verdienen. Maar de boekhandels worden bedolven onder titels van twijfelachtige tot magnifieke kwaliteit en worden dus steeds selectiever omdat ze ook wat willen verdienen. Het hangt er dus kortweg van af dat je goede keuzes maakt en deze goed weet te brengen bij de afnemers. Alleen daarmee garandeer je levensvatbaarheid. 
 
Gerd-Jan: Opvallend is ook dat De Arbeiderspers zo nu en dan boeken dubbel uitgeeft. Een goedkope paperbackeditie en een Privé-domein editie. Dat is bijvoorbeeld het geval bij Fernando Pessoa en Koos van Zomeren. Waarom kiezen jullie voor die strategie want gaat die niet ten koste van Privé-domein? Immers, mensen zullen eerder geneigd zijn de goedkope uitgave aan te schaffen. Daardoor komen ze ook niet met de mooie reeks in aanraking. Anderzijds geven jullie soms ook boeken uit die alleen in paperback verschijnen, terwijl ze juist heel goed in Privé-domein uitgegeven zouden kunnen worden. Ik denk aan het nieuwe boek van Heinrich Böll en de aanstaande heruitgave van Stefan Zweigs De wereld van gisteren. Wellicht levert deze strategie tijdelijk meer winst op, maar kannibaliseer je met die goedkope edities niet je eigen fonds en breng je daarmee het voortbestaan van de reeks op termijn niet in gevaar?
 
Peter: Nee hoor. Het gaat er uiteindelijk om dat je lezers bereikt en in staat stelt om een uitgave van de tekst aan te schaffen. De omslagen zijn mooi, het papier is bijzonder, maar het is ook een dure soort paperback, dus als je bepaalde lezers het plezier kunt doen met een goedkopere uitgave dan doen wij dat graag. Fernando Pessoa hebben wij overigens in de Pessoa-bibliotheek opgenomen. Met name Boek van de rusteloosheid is daarin in een sterk gewijzigde, uitgebreide versie verschenen naar aanleiding van het zeventigste sterfjaar van Pessoa in 2005. Daar was de onlangs bekroonde vertaler Harrie Lemmens alleen maar heel gelukkig mee. De curieuze zelfenscenering van Nietzsche in Ecce homo en zijn muziekfilosofisch manifest Het geval Wagner  zijn op hun beurt weer als paperback in de Nietzsche-bibliotheek opgenomen, daar passen ze eigenlijk veel beter in. En Robert Graves, Dat hebben we gehad in het aan Privé-domein verwante Oorlogsdomein, met literaire oorlogsdocumenten met een autobiografische inslag. Dat verschaft die titels juist weer een nieuw leven. Dat gaat allemaal niet ten koste van de reeks. Die gaat wel verder. En het gaat me uiteindelijk om de inhoud, en die kan de bewonderaar van Stefan Zweig straks weer in het Nederlands tot zich nemen, wanneer de titel als paperback verschijnt in Modern klassiek, nadat hij meer dan tien jaar niet leverbaar was. Heinrich Böll wilde ik liever gebonden uitgeven. Een gebonden editie verleent een bepaalde titel extra gewicht, minstens zoveel als in Privé-domein te worden opgenomen. Nu bereik ik wellicht eerder lezers die grote belangstelling hebben in literaire titels over de Tweede Wereldoorlog.
 
 
Gerd-Jan: Hoe zie jij de toekomst van Privé-domein?
 
Peter: Het zal een reeks blijven die verrast, en liefhebbers van grote literatuur aanlokt. Dat moet je met mate en goed getimed doen. Er staan prachtige projecten op stapel van heel diverse snit, dat past bij de reeks. Ze horen goed uitgegeven, vertaald, geannoteerd en ingeleid te zijn, en een intieme blik in een schrijversleven en op een tijdsgewricht te verlenen. Er zijn nog zoveel niet vertaalde, unieke documenten die een leven om zijn hard facts zowel als om zijn literaire vormgeving waardevol, boeiend of hartverscheurend maken. Die horen te worden uitgegeven, en daarvoor blijft Privé-domein een ideale verzamelplaats.
 
 
Gerd-Jan: Hoewel de reeks vroeger veel en uitbundig werd geprezen is er de laatste jaren ook kritiek. De delen van Büch, ’t Hart (Een deerne...), Wieg en Giphart bijvoorbeeld, zouden te weinig kwaliteit hebben en zouden volgens sommige critici eigenlijk niet in de reeks thuishoren. Ook is er soms kritiek op de annotatie. Met name dat die slordig zou zijn. Wat vind je van die kritiek?
 
Peter: Die criticasters vergeten altijd over de hoogtepunten uit de reeks te schrijven. Oftewel, ze zijn soms uit op het ontdekken van gebreken. Jaren later vertellen ze nog over die ene uitgave waarvan het register werkelijk te wensen overliet, zo komt me wel eens ter ore. Er zijn wel eens uitzonderingen op de regel, maar die vallen denk ik op omdat de kwaliteit van de reeks door de bank genomen hoog is. Die millenniumjaarboeken waren van een heel andere orde dan de niet in opdracht geschreven geschriften van autobiografische aard die er doorgaans in verschijnen. Het was een experiment van voorbijgaande aard.
 
Gerd-Jan: In 1966 werd het eerste Privé-domein deel uitgegeven. In 2006, veertig jaar na dato, het 261e deel (Brieven uit China van Victor Segalen moet nog verschijnen). Was er gezien die 40 jaar geen reden voor een feest?
 
Peter: We hebben het verschijnen van het tweehonderdvijftigste deel uitbundig gevierd, met een prachtuitgave: Engelenplaque van Adri van der Heijden, een keuze uit zijn dagboeken die precies dezelfde periode 1966-2003 omspande als waarin die 250 delen waren verschenen. En elke uitgave is een feestje op zich. Te veel jubileum-gevier zou nog wel eens de indruk kunnen wekken dat de reeks al op jaren komt en beademing nodig heeft. Bovendien gaan we nu het eenenveertigste jaar in met de lancering van een aan Privé-domein gewijde website: www.privédomein.info. Wat vind je daarvan?
 
 
Gerd-Jan: Doordat de serie al zo lang bestaat verdwijnen steeds meer oude Privé-domein uitgaven uit onze bibliotheken. Zij worden afgeschreven, verkocht en belanden vervolgens op boekenmarkten. Vind je het een verontrustende ontwikkeling dat ze uit de bibliotheken verdwijnen en gaan jullie er iets aan doen?
 
Peter: Als ze maar in goede handen komen, die van geïnteresseerden. De handel in antiquarische delen zal toch een sport voor gevorderde lezers en bibliofielen blijven, dus daar maak ik mij niet zoveel zorgen over. De titels uit de reeks worden altijd weer te zijner tijd heruitgegeven, bij ons in een van onze reeksen, of bij andere uitgevers die graag een prestigieuze titel van ons plegen over te nemen en met onze reeks concurreren.
 
 
Gerd-Jan: Links en rechts zie ik inderdaad boeken verschijnen, met name bij kleine uitgeverijen, waarvan ik soms denk ‘jammer dat ze niet in Privé-domein zijn verschenen’. Bijvoorbeeld Barbellions Laatste dagboek, verschenen bij uitgeverij Vorroux, of Memoires van een man die op vossen jaagde van Sassoon, die bij uitgeverij IJzer verscheen. Of de Memoires van over het grafvan Chateaubriand dat door Meulenhoff is gepubliceerd. Of al langer geleden, de brieven van Vincent van Gogh. Zijn dit gemiste kansen? En hoe moeilijk is het om de rechten van een boek te verwerven?
 
Peter: Sassoon had eerder in Oorlogsdomein gepast, maar daarin hebben we al enige andere klassieke oorlogsbiografieën, war poets opgenomen, Robert Graves, Edmund Blunden. Je kunt niet alles tegelijk uitgeven, en Barbusse, Gert Ledig en Malaparte vind ik persoonlijk stuk voor stuk belangwekkender dan Sassoon. Verder geven we al nogal wat titels uit die zwaar wegen op de winstmarge, prestigieuze maar kostbare titels. Daarom is het helemaal niet erg dat andere uitgeverijen ook titels die op zich in Privé-domein zouden passen uitgeven. Het heeft met persoonlijke smaak, de juiste timing, tijdsfactoren, fondsopbouw, profiel van de uitgeverij, variëteit van een reeks, kortom met zoveel factoren te maken of je al dan niet een bepaalde titel wilt aankopen voor de Nederlandstalige markt. Redactionele voorkeuren, maatschappelijke tendensen en literaire ontwikkelingen beïnvloeden allemaal de keuzes die je maakt voor een reeks.
 
 
Gerd-Jan: Bij welke uitgave van een concurrent had je echt de pest in dat de rechten aan je neus voorbij zijn gegaan?
 
Peter: Dat zou ik niet weten. Il mestiere di vivere van Cesare Pavese is me aan het hart gebakken maar is al sinds 1980 in het Nederlands verkrijgbaar dus wat zou het. Ik heb weinig last van dit soort concurrentiegevoelens.
 
Gerd-Jan: Zoek je voornamelijk zelf naar nieuwe mogelijke uitgaven, of doen jullie dat in teamverband? En wat zijn daarbij de criteria? Wanneer is het geschikt voor Privé-domein?
 
Peter: De reeks maakt deel uit van het non-fictiefonds, dus ben ik de aangewezen persoon om PD te coördineren, wat niet wil zeggen dat ik alle titels acquireer. We streven naar een gedifferentieerd palet qua origine, auteur, autobiografische genre, aanpak, stijl, taalgebied, periode, alhoewel we ons wat dat laatste criterium aangaat toch wel concentreren op de moderne tijd, al is het dan nog de vraag waar je die precies laat beginnen. Auteurs met een onnavolgbare stijl die ook nog eens in staat zijn hun intens doorleefde ervaringen in compromisloos proza te verankeren, hebben de voorkeur: ik noem Canetti, Kapuscinski, Lichtenberg, Leopardi, Kessler, Flaubert, Pla, Perec. Voorop staat dat de keuze die wij maken van vindingrijkheid moet getuigen. Er is al zoveel van hetzelfde in de boekenwereld.
 
Gerd-Jan: Welke boeken heb je nog op het oog?
 
Peter: Dat houd ik wijselijk voor mezelf. Ik heb nog wel een paar droomtitels op mijn verlanglijstje.
 
 
Gerd-Jan: Welke boeken wil je in 2007 laten verschijnen?
 
Peter: We beginnen met een keuze van Arie van der Ent uit het kapitale dagboek van Prokofjev, als tegenhanger van die andere grote twintigste-eeuwse componist van Russische komaf Sjostakovitsj, wiens Getuigenis zo’n curieuze status als autobiografisch document heeft. Daarna volgt de keuze van Joop van Helmond uit het dagboek van de schilder Delacroix. De bijzondere editie van brieven van de Franse wereldreiziger Victor Segalen uit China zijn door omstandigheden vertraagd. Ik hoop dat ze nog dit jaar kunnen verschijnen. De oorlogsbrieven van Heinrich Böll verschijnen in april in een gebonden editie en dus niet in Privé-domein. Voor het najaar staat Kinderjaren van Graciliano Ramos gepland. Je ziet, er zit muziek in de serie, en een mooie waaier van talen: Russisch, Frans, Portugees. Auteurs die de gave hebben de werkelijkheid onder een bijzondere gezichtshoek te beschouwen, te berichten uit onbekende hoeken van de (verbeeldings-)wereld.
 
 
Gerd-Jan: Zo nu en dan zijn er bijzondere edities verschenen. Ik noem bijvoorbeeld de genummerde en gelimiteerde Paustovskij-cassette, de bijzondere uitgave van Georges Perec en de exclusieve gebonden en gesigneerde editie van Komrij. Bestaan er nog plannen voor zo’n uitgave? Bijvoorbeeld een mooie cassette met alle componisten (inclusief een cd met hun belangrijkste werk). Of een cassette met alle diva’s: Andreas Salomé, Claire Goll, Alma Mahler en Misia Sert. Of al het werk van Canetti?
 
Peter: Van alles is mogelijk. Je vergeet onze eigen diva, Belle van Zuylen, nog. Met Paustovskij valt natuurlijk nog wat moois te doen. En Canetti, te meer daar we over een tijdje de soevereine biografie van Sven Hanuschek over Elias Canetti in vertaling zullen publiceren. Een monumentaal werk. Trouwens ook staat er een hell van een biografie op stapel over Alma Mahler, die haar persoon het masker afrukt. Dan heb ik het over titels die uitkomen in de tegenhanger van Privé-domein, de reeks Open Domein.
 
 
Gerd-Jan: Op welke uitgave ben je echt trots? En welk deel is je lievelingsboek?
 
Peter: Trots zal ik zijn op Segalen omdat ik dan een langverwachte, zeer uitzonderlijke titel toch de wereld in heb gekregen. Mijn lievelingsboek, ja dat had je al verwacht, is de keuze die ik heb gemaakt uit de dagboeken van Harry Kessler tussen 1918 en 1933, onder de titel De dans op de vulkaan. Kesslers dagboek, dat 57 jaar beslaat, wordt vaak in één adem genoemd met dat van Viktor Klemperer als de twee belangrijkste Duitse dagboeken uit de twintigste eeuw. Als ik er even kans toe zie wil ik nog een selectie vertalen uit de eerste decennia van zijn dagboek. Andere favorieten zijn Het keerpunt van Klaus Mann en De fakkel in het oor van Elias Canetti.
 
Gerd-Jan: En ten slotte, welk deel heeft naar jouw mening het mooiste voorplat?
 
Peter: Misschien toch wel dat van Zinaida Hippius, de vrouw als dandy. Het omslag van Mijn droom is van mij, een keuze van Harrie Lemmens uit het werk van Pessoa, vind ik ook prachtig.
 
Gerd-Jan: Wil je verder nog iets kwijt over Privé-domein? Een anekdote of geheim?
 
Peter: Nou, een geheim wil ik je wel sub rosa vertellen. We hebben onlangs de rechten van een titel geacquireerd van een auteur wiens oeuvre aanleiding gaf tot de naam van onze reeks: Domaine privé. Het is een cruciaal werk uit diens oeuvre. Daarmee brengen we eigenlijk een beetje een ode aan de oervader van de reeks en daaruit kun je opmaken dat er een grote consistentie in de reeks zit, hoewel het palet alleen maar diverser en rijker is geworden. Die kwaliteit in de volle breedte, daarin schuilt echt het geheim van de reeks.
 
 
* Bij een aantal grotere boekhandels is de aparte kast voor de Privé-domein reeks gedurende de afgelopen jaren verdwenen, terwijl er juist een omgekeerde  tendens lijkt te zijn in het antiquariaat. Misschien kunnen we ons troosten met de gedachte dat de oude ‘Privé-domein kast’ van een van onze beste boekwinkels, de Athenaeum Boekhandel in Amsterdam, vanwege de aanhoudende diefstal van de delen onlangs is ondergebracht in de boekenkast achter de kassa. In dit opzicht heeft de reeks niet aan prestige ingeboet (zie het artikel van Lisa Kuitert op de site over de geschiedenis van de reeks).
Mijn gegevens


Gustave Flaubert,
Haat is een deugd
gekozen tot GOUDEN PRIVÉDOMEIN



Kies het mooiste voorplat