Mijn Prive-domein
Mijn Privé-domein

Shortlist
Shortlist


Catalogus
Catalogus


Bijdragen aan website

Recensie

< Vorige pagina
Privé-domein nr. 256
Auteur(s): Matsuo Basho
Titel: De smalle weg naar het verre noorden
Recensent: Frank Ligtvoet
Bron: De Volkskrant
Geplaatst door: Gerd-Jan Oud
Geplaatst op: 12-1-2008
Waardering: geen waardering bekend


Dichtend door het barre noorden
07-10-2005

De grote zeventiende-eeuwse dichter Matsuo Basho maakte in 1689 een reis door het noorden van Honshu, het hoofdeiland van Japan. Van die reis deed hij verslag In De smalle weg naar het verre noorden. Het was niet zijn eerste reis, noch zijn eerste verslag, maar dit boek sluit het meest aan bij wat wij in het Westen reisliteratuur noemen. Het maakt althans de indruk van een tamelijk realistische beschrijving van de vreugden en kwellingen van een reizende dichter, die met een gezel tweeduizend kilometer door het hoge en vaak barre noorden trek.

Toch is die indruk onjuist. De onlangs verschenen, zorgvuldig becommentarieerde vertaling laat op twee manieren zien dat Basho’s werk niets van doen heeft met het genre van de reisliteratuur zoals wij dat kennen. Vertaler en editeur Jos Vos verwijst naar het dagboek van de reisgenoot van de dichter, Sora, en die verwijzingen maken duidelijk dat Basho de werkelijkheid rigoureus ondergeschikt maakt aan de literaire vorm. Ook in een aantal haibun, korte prozaschetsen die voorafgaan aan hokku (of haiku), waarin geput wordt uit het zelfde ‘reismateriaal’, komt soms een andere werkelijkheid te voorschijn dan in De smalle weg. Een aantal vertalingen van die haibun vindt men ook in deze uitgave.

Op nog een andere wijze wordt het verschil met het hedendaagse reisboek duidelijk. Het commentaar laat zien dat het verslag van Basho’s reis een soort compilatie is van verwijzingen naar de poëzie die in de eeuwen voor Basho geschreven werd, en naar klassieke prozawerken over Japanse geschiedenis, zoals het bekende, elfde-eeuwse Verhaal van Genji. De dichter maakt in het bijzonder gebruik van zogenaamde utamakura: namen van plekken (rivieren, bergen, enzovoorts) die beroemd zijn geworden omdat ze door de eeuwen heen steeds weer opnieuw door dichters werden bezongen. Zijn aantekeningen moeten dus niet begrepen worden als individuele observaties, maar als literair- of cultuurhistorische reflecties. In de rijkdom en de diepgang van de elegant in de tekst verweven verwijzingen lag voor de Japanse lezer - en door het commentaar ook voor ons - de kwaliteit van het werk.

Buiten de utamakura spelen allerlei andere formele elementen een rol. De vier seizoenen bijvoorbeeld hebben standaard eigenschappen: nevels horen bij de lente (hoewel ze in alle jaargetijden voorkomen), er zijn zeven gewassen die bij de herfst horen. De maan en de bloesem dienen bij voorkeur op bepaalde plekken en op bepaalde tijden gezien te worden.

Basho reisde dus in een strikt geformaliseerd, literair universum, waarin hij zich schrijvend mat aan zijn voorgangers. Zijn werkwijze deed me denken aan de manier waarop ongeveer in dezelfde tijd In de Europese literatuur met de klassieken werd omgegaan Vondel bijvoorbeeld paste in zijn toneelspelen de strikte regels van het Romeinse drama van Seneca en de zijnen toe.

De kunstmatigheid van Vondel doet ons echter zeer geforceerd aan. Het wonder van Basho’s reisverslag, minstens zo gekunsteld en in wezen veel verder van de westerse lezer afstaand dan Vondels werk, is dat het op ons overkomt als ‘echt’. Basho’s werk leeft voor ons, ondanks de regels.


Matsuo Basho: De smalle weg naar het verre noorden
Gekozen, vertaald en ingeleid door Jos Vos
De Arbeiderspers, € 21.95

Mijn gegevens


Gustave Flaubert,
Haat is een deugd
gekozen tot GOUDEN PRIVÉDOMEIN



Kies het mooiste voorplat