Mijn Prive-domein
Mijn Privé-domein

Shortlist
Shortlist


Catalogus
Catalogus


Bijdragen aan website

Recensie

< Vorige pagina
Privé-domein nr. 265
Auteur(s): Graciliano Ramos
Titel: Kinderjaren
Recensent: Henk Pröpper
Bron: De Volkskrant
Geplaatst door: Gerd-Jan Oud
Geplaatst op: 28-9-2008
Waardering: waardering: 4 uit 5


Literatuur is voor de zwakken
**** Kinderjaren
Graciliano Ramos
Vertaald uit het Portugees door August Willemsen; 272 pagina’s; € 25,-ISBN> 978 90 2956 562 2

Bijna zonder uitzondering heeft vertaler August Willemsen (1936-2007) interessante en ook sympathieke stemmen aangebracht. Zonder grote woorden introduceerde hij grote schrijvers: Drummond de Andrade, Fernando Pessoa, Euclides da Cunha. Met een eenvoudige lamp belichtte hij hun werk.

Dat bescheiden licht heeft de merkwaardige eigenschap altijd te blijven branden. Ze eenmaal gelezen hebbend, blijven die auteurs voorgoed op je netvlies en in je geheugen. Ze worden vrienden, gestalten die een rol spelen in je leven en lectuur.

Zo heeft de lezer en vertaler Willemsen een hele reeks auteurs in onze baan geslingerd. Een daarvan is de Braziliaanse auteur Graciliano Ramos (1892-1953), van wie hij enkele romans vertaalde en vlak voor zijn overlijden eind vorig jaar, het boek Kinderjaren (oorspronkelijk gepubliceerd in 1945).

In zijn nawoord schetst Willemsen de verbindingslijnen van dit mémoire-achtige boek met de romans. Autobiografie en fictie zijn bijna steeds sterk verbonden in Ramos’ werk. Historische figuren treden onder verschillende namen op in verhalen, romans en autobiografische geschriften. Willemsen volgt enkele van die sporen om aan te geven hoezeer fictie en werkelijkheid verweven zijn, hoe de werkelijkheid het schrijverschap heeft gevormd, zoals het schrijverschap de werkelijkheid heeft gekleurd.

Dat is bij Ramos een fascinerend proces. Er is nauwelijks iets dat hij meer haatte dan het schrijverschap en toch was het voor hem het enige en ideale toevluchtsoord: plek om zich te verschuilen tegen het dagelijkse geweld van mensen tegen mensen om hem heen, om dat ook in alle finesses te analyseren. Zoals hij alles in een beheerste stijl, uiterst rustig analyseerde - merkwaardig omdat het beschrevene vaak zo onthutsend, zo gewelddadig is.

De heftigheid van de natuur in het onherbergzame, legendarische Noordoosten (van Brazilië) waar Ramos opgroeide, de armoede waarin mensen verkeerden, de alledaagsheid van het geweld, dat alles beschrijft hij bijna laconiek, en daarom beklijft het. Onderhuids trilt soms iets van humor, iets kolderieks in zijn verhaal - feitelijk valt er niets te lachen -, die subtiele toets maakt dat de lezer alles met droge ogen leest, niets wordt vertroebeld.

De schrijver kan het geweld slechts bestrijden door het zo precies mogelijk te beschrijven. Niettemin beschouwde Ramos de literatuur als een bezigheid van zwakken, echte mensen zijn uit op heldendaden, en stellen zich te weer tegen het leven en het geweld. De keuze voor de literatuur bestempelt hem in eigen ogen tot een soort deserteur.

In het repetitieve, in de superieure beschrijving van de zinloosheid van het geweld, ontstaat echter een beeld van de ontstellende zwakte van de gewelddadige. Daar schuilt iets humoristisch in, ook een woedende bokser kan zijn boksbal nooit verslaan. De schrijver heeft dat feilloos waargenomen en het kind heeft het ook vanaf het begin zo gevoeld.

Als kind was Graciliano Ramos zelf een soort boksbal, die na elke klap terugvalt op zijn plaats, al beschrijft hij zij jeugd als een voortdurende poging zich te verschuilen, zich klein te maken, niet op te vallen. In dat opzicht heeft het werk van Ramos iets weg van dat van de Franse auteur Henri Michaux die ook bijna letterlijk zijn pen gebruikte om de werkelijkheid te ontleden die hem bedreigde. Een pen gebruikt als een dolk.

Dat is des te opvallender omdat Ramos als kind grote moeite had met lezen en schrijven, of eigenlijk met de vormende, aartsconservatieve, weeïg katholieke boekjes die hij kreeg voorgeschoteld. Zijn weigering te lezen was - welbeschouwd - een formidabele daad van verzet tegen teksten die hij als onwaarachtig beschouwde. Wat was de zin van te kunnen lezen als men veroordeeld was tot teksten die zo ongeveer alles wat levend is vermoorden?

Fijnzinnig, zonder opschepperij, tekent Ramos in Kinderjaren een sensitieve jongen die uiteindelijk alleen maar via de taal en de verbeelding kan ontsnappen aan het massieve geweld dat hem omringde. De moed die de jongen bezielde is niet geheel en al ongerijmd. Zelfs de vader die met al zijn gewelddadigheid de grootste zwakkeling is in het universum van Ramos, kent momenten van vriendelijkheid en lichtvoetigheid.

De jongen bewondert zijn beide grootvaders, van wie de een oersterk is, totaal onverstoorbaar. De ander is ‘kunstzinnig’, kan zich geconcentreerd verliezen in het maken van iets. Ook passeren er figuren, ze zijn schaars, die hij als welwillend kenschetst. Dat woord: welwillend, is misschien wel cruciaal in Ramos’ oeuvre, met dit begrip ontstijgt dit werk ook zoveel andere verhalen over een geteisterde jeugd.

De grote kunst schuilt, behalve in de schitterende sobere stijl, in die fascinerende welwillendheid die dit werk gloed geeft. Ramos weet uit zijn jeugd niet alleen zijn schrijverschap te verklaren, met de onverstoorbaarheid en de vindingrijkheid van zijn beide grootvaders. Hij weet ook een élan vital op te richten, ofschoon dat in zijn kinderlijke verbeelding uitsluitend toebehoort aan musketiers en misdadigers die hij bewondert om hun levenskunst, dit is hun vermogen het leven aan te vallen en ervan te profiteren.

In alle sensitiviteit is daarmee het werk van Ramos ongekend levenskrachtig. Ronduit magistraal is het begin van Kinderjaren, waar de schrijver zich de groeiende ruimte verbeeldt die een kind om zich heen ontwaart; vol wonderen, geheimen, gestalten, de oersoep van de schrijver. Door August Willemsen prachtig weergegeven.

Henk Pröpper

Copyright: Pröpper, Henk
Mijn gegevens


Gustave Flaubert,
Haat is een deugd
gekozen tot GOUDEN PRIVÉDOMEIN



Kies het mooiste voorplat