Mijn Prive-domein
Mijn Privé-domein

Shortlist
Shortlist


Catalogus
Catalogus


Bijdragen aan website

Recensie

< Vorige pagina
Privé-domein nr. 265
Auteur(s): Graciliano Ramos
Titel: Kinderjaren
Recensent: Ger Groot
Bron: NRC Handelsblad
Geplaatst door: Gerd-Jan Oud
Geplaatst op: 29-9-2008
Waardering: geen waardering bekend


Net zo laf als zijn klasgenoten
22 februari 2008

Graciliano Ramos: Kinderjaren. Vert. en van nawoord voorzien door August Willemsen. Arbeiderspers, serie Privé- domein, 271 blz. EUR25,-

Ger Groot

Er is geen reden om jaloers te zijn op de onbarmhartige jeugd van Graciliano Ramos. Sober en mild vertelt hij erover.

Een klein jongetje, tien, elf jaar oud misschien, kijkt bij de plaatselijke notaris door het raam naar binnen. Hij ziet hem juridische werken raadplegen - en achter hem ziet hij een volle boekenkast staan. Daar is het hem om te doen. Het jongetje wil lezen, maar thuis zijn geen boeken en willen ze van lezen niet weten. Die archetypische scène staat ergens op viervijfde van Kinderjaren van Graciliano Ramos, die in de jaren dertig en veertig de literatuur van zijn land schokte met vier onopgesmukte romans over het leven in noordoostelijk Brazilië. Alle vier werden ze door de eind vorig jaar overleden August Willemsen vertaald. Nu zijn ook zijn jeugdherinneringen verschenen, waarvan Willemsen de vertaling nog heeft kunnen voltooien. Alleen Ramos' Gevangenisherinneringen - geschreven nadat hij op verdenking van communistische sympathieën bijna een jaar lang had vastgezeten - wachten hier nog op publicatie.

Dat Graciliano ooit schrijver zou worden, mag een wonder heten. Slecht onderwijs en een bijna totale afwezigheid van enige geletterde cultuur tekenen zijn jongste jaren: eerst op het platteland, waar zijn vader een boerderij dreef, en na een verwoestende ziekte onder het vee in het stadje waar een stoffenwinkel voor de inkomsten moest zorgen.

Met het lezen wil het maar niet lukken, totdat Graciliano in de zaak van zijn vader een achtergelaten boekje vindt. Het heet 'Het jongetje in het bos en zijn hondje dat de weg wees', en geïntrigeerd probeert hij het te lezen. Maar het lukt niet goed, zijn nichtje zegt hem dat het vies en zondig is (want 'geschreven door een protestant') en Graciliano geeft zijn pogingen op. 'Ik heb toen veel gehuild. En ik heb [het] nooit durven lezen,' want in Kinderjaren schetst Ramos geen moedig beeld van zichzelf. Toch is hij dapper genoeg om aan te kloppen bij de notaris. Die geeft hem een populaire roman en nodigt hem uit nog eens terug te komen. In een paar maanden heeft Graciliano al diens boeken gelezen - de avonturenverhalen met meer plezier dan de naturalistische romans die dan in de mode zijn, maar die hij te weinig opwindend en een beetje aanstootgevend vindt.

Zo wordt een lezer en al snel daarop ook een schrijver geboren. Een paar verhalen verder in de bundel herinneringen die Kinderjaren vormt is Graciliano hoofdredacteur geworden van een tweewekelijks literair tijdschrift. Het blijkt van korte levensduur, maar het is een begin, al zou het vervolg lang op zich laten wachten.

Pas in 1933 verschijnt Ramos' debuutroman Kannibalen - hij is dan 41 jaar - en daarna gaat het snel. Het jaar daarop volgt São Bernardo en in 1936 Angst, dat zijn bekendste boek zal blijven. Na terugkeer uit de gevangenis schrijft hij onder de veelzeggende titel Dorre levens zijn laatste roman en begint hij in een krant de herinneringsschetsen te publiceren die in 1945 gebundeld worden als Kinderjaren. Zijn gevangenismemoires verschijnen postuum, na zijn dood in 1953.

Wie de vier romans van Graciliano Ramos kent, zal in Kinderjaren veel vertrouwds tegenkomen. Figuren en scènes uit zijn eigen herinnering vulden ook het fictiewerk dat zo onbarmhartig het ruwe bestaan schetst in het noordoosten van Brazilië, rond de voorlaatste eeuwwisseling. In zijn romans laat Ramos zijn taalgebruik compromisloos parallel lopen met die schraalheid. Geen woord staat er te veel in de sobere alinea's die meestal niet meer willen doen dan beschrijven. Geen soepelheid maakt hen verteerbaar, geen emotie komt hun hardheid verzachten.

Maar in Kinderjaren betoont Ramos zich minder ongenaakbaar. Zijn toon is vertellender, zijn taal verteerbaarder - misschien ingegeven door het besef dat een roman nu eenmaal anders gelezen wordt dan een krantenstukje. In vergelijking met zijn eerdere boeken lezen deze herinneringen als een soort Ramos-light.

Dat betekent niet dat Ramos je ontziet in wat hij beschrijft. Tegenover de onverwachte vriendelijkheid van de notaris staan de lijfstraffen van de soms bijna analfabete schoolmeesters en -juffen, de ongenaakbare gezagsverhoudingen in gezin, samenleving en politiek, het racisme in een land waarin de slavernij nog maar kort daarvoor was afgeschaft en bijna iedereen zich lijkt af te vragen waaróm eigenlijk.

Nog maar een klein kind is Graciliano wanneer hij zijn eerste dode ziet: een zwarte vrouw die is omgekomen in de brand die haar hut verwoestte. Het verminkte lichaam lijkt op een soort tabaksrol, vervormd en nauwelijks menselijk meer, totdat het kind de blinkend witte tanden uit het verkoolde vlees ziet steken en hij daarin plotseling, kokhalzend, een mens herkent. Het is Ramos kennelijk bijgebleven als een van zijn eerste traumatische ervaringen, en toch past die naadloos in een wereld vol alledaagse tragedies, waaraan geen woord wordt vuilgemaakt.

Met het verlies van de onschuld eindigen Ramos' jeugdherinneringen. In de gangbare zin, wanneer hij in een bordeel tersluiks wordt ingewijd in de liefde en ?misselijk, mijn snikken onderdrukkend' weer thuis komt. En in het voorlaatste hoofdstuk in de achterbaksheid waarmee het volwassen leven bij Ramos zichzelf zo vaak verraadt. De verachtelijkheid van wie níet sterk is komt ook in deze herinneringen onverbloemd naar voren, want Ramos ontziet zichzelf evenmin als de lezer.

Op school gedraagt hij zich tegenover de klassieke verschoppeling en zondebok van de klas niet anders of minder laf dan alle anderen. Hij vernedert hem mét hen en - wat nog wranger is - mét de leraar die hen allen in wreedheid overtreft. Die leerling zou later passend wraak nemen, schrijft Ramos. Hij werd een crimineel met macht, aanzien en heel veel vrouwen. 'In het huis van een van hen werd hij vermoord. [...] Een vijand, in het holst van de nacht, doorzeefde hem met dolksteken'. Het waren andere tijden, en andere zeden.
Mijn gegevens


Gustave Flaubert,
Haat is een deugd
gekozen tot GOUDEN PRIVÉDOMEIN



Kies het mooiste voorplat