Mijn Prive-domein
Mijn Privé-domein

Shortlist
Shortlist


Catalogus
Catalogus


Bijdragen aan website

Recensie

< Vorige pagina
Privé-domein nr. 266
Auteur(s): Atte Jongstra
Titel: Klinkende ikken
Bekentenissen van een zelfontwijker
Recensent: Ed Schilders
Bron: Volkskrant
Geplaatst door: Gerd-Jan Oud
Geplaatst op: 26-11-2008
Waardering: waardering: 4 uit 5


Röntgenfoto’s van Simon Carmiggelts kaken
7/11/2008

Kunnen we geloven wat Atte Jongstra over zichzelf en an­deren vertelt in zijn egodocu­ment Klinkende ikken? Anek­doten en curiosa liggen op de loer, mystificaties zijn niet uit­gesloten.

Vroeger heette het een 'vie roman­cée', een geromantiseerd leven. Dan was er veel mogelijk. Van Jan van Schaffelaar weten we bijna niets, maar Jan Frederik Oltmans slaagde er niettemin in een roman over hem te schrijven van zo'n dui­zend pagina's, De Schaapherder (1838). Daarop was weliswaar kri­tiek uit letterkundige hoek, maar geen historicus mopperde dat het nog te bewijzen viel dat Van Schaf­felaar werkelijk van de toren van Barneveld gesprongen was. Met De avonturen van Henry II Fix (2007) ging Atte Jongstra een paar letter­kunstige stapjes verder. Bij gebrek aan een historisch personage dat aan alle eisen voldeed, bedacht hij er zelf maar een: een Zwolse homo universalis uit de achttiende eeuw, Henry Fix. Rondom Fix drapeerde Jongstra zijn enorme research, en hij liet Fix zelf over diens leven ver­tellen. Een 'vie autobiographiée', zou je kunnen zeggen, en toen be­gonnen de historici te mopperen.

In het hoofdstuk 'Circus Fix' van zijn nieuwe boek Klinkende ikken, vertelt Jongstra uitgebreid hoe hij voor zijn letterkundige 'vrijmoe­digheid' gestraft werd. Historici berispten hem, oudheidkundigen eisten een nadere verklaring, en een enkele academica beschuldig­de hem van plagiaat. Jongstra geeft toe dat 'Fix' een mystificatie is, maar daarmee doet hij zichzelf te kort, toont hij te veel mededo­gen voor zijn slechte lezers. Hij is een uitstekend gedocumenteerde romanschrijver.

Jongstra heeft in zijn boeken al­tijd veel verantwoordelijkheid ge­legd bij de lezer, en dan rijst na­tuurlijk de vraag in hoeverre we Klinkende ikken, een uitgave in de reeks Privé Domein, kunnen ver­trouwen als een onvervalst egodo­cument. Argwaan ligt op de loer. Niet als het gaat over jeugd- dan wel seniorliefdes, eerste en latere huwelijken. Wie daarmee wil mys­tificeren, zoals Boudewijn Büch dat deed, die doet maar. Maar voor de zekerheid heb ik wel enige letterkundige feiten nagetrokken. En wat blijkt? Figuranten als de Letse dichter Uldins Berzins, de Griekse essayist Anastasis Vistonitis, en de Zweedse dichteres Heidi von Brun bestaan echt. Gudrun Bjarnhed­insdottir, die in een kritieke perio­de tussen Jongstra's twee huwe­lijkslevens zijn 'renaissance' ge­noemd wordt, is werkelijk een IJs­landse dichteres.

Boeken, schrijvers, curiosa en li­teraire anekdotes, bijna overal lig­gen ze op de loer en slaan ze toe. In een humoristische verhandeling over tandartsfobie duikt uiteinde­lijk een röntgenfoto van Simon Carmiggelts kaken op. In een van de portretten over vrienden en vij­anden, geeft het fabuleuze geheu­gen van Michaël Zeeman, die 'de Gijsbrecht' uit het blote hoofd declameert, aanleiding tot bespre­king van een artikel uit 1934, 'The Value of Useless Knowledge'. Jongstra: 'Als ik iets wil begrijpen heb ik boeken nodig.'

Die afhankelijkheid, die ook een ontwikkeling is, lijkt begonnen toen de puber Jongstra op de zol­der van het ouderlijk huis een ro­man van Zola vond en heimelijk las: 'Mijn leven werd nooit meer wat het was.' Later kreeg Zola ge­zelschap van velen, maar vooral van Michel de Montaigne en Fran­çois Rabelais. De laatstgenoemde zou zeer tevreden geweest zijn over zijn discipel na lezing van 'Hollywoodstudie', over het sche­ren van schaamhaar.

Montaigne is essentiëler, in Jongstra's leven en in dit boek. Hij wordt geciteerd met betrekking tot de tegenstrijdigheden in één karakter, en Jongstra concludeert: 'Meer ikken dan één, twee zielen.' Honderd pagina's verderop nog een citaat, als ware het een begin­selverklaring: 'Ik wil dat men mij in mijn gewone doen ziet.'

Helemaal in het begin van het boek kwam echter die andere ziel al aan het woord bij monde van Atte Jongstra: 'Laten we dus stellen dat iedereen die dit boek leest, er nooit zeker van is dat hij werkelijk door mij heen kijkt.'

Ed Schilders


****
Klilnkende ikken
Atte Jongstra
de Arbeiderspers, 424 pagina's; € 25,-
ISBN 978 90 295 6629 2

Mijn gegevens


Gustave Flaubert,
Haat is een deugd
gekozen tot GOUDEN PRIVÉDOMEIN



Kies het mooiste voorplat