Mijn Prive-domein
Mijn Privé-domein

Shortlist
Shortlist


Catalogus
Catalogus


Bijdragen aan website

Recensie

< Vorige pagina
Privé-domein nr. 269
Auteur(s): Paul Léautaud
Titel: Brieven aan mijn moeder
Recensent: Yra van Dijk
Bron: NRC
Geplaatst door: Gerd-Jan Oud
Geplaatst op: 24-11-2009
Waardering: geen waardering bekend


Wat een onaangenaam kind heb ik!
Waarom Paul Léautaud het loeder dat zijn moeder was, bleef liefhebben

Zij verliet hem toen hij drie dagen oud was, negeerde hem het grootste deel van zijn leven en liet hem vallen als een baksteen toen hij dertig was. Een slechtere moeder dan die van Paul Léautaud (1872-1956) is nauwelijks denkbaar. In haar vileine gedrag evenaart ze het stiefmoederlijke dat we vooral kennen uit sprookjes.

Dat is dan ook precies wat Léautaud met haar, en met zijn jeugd, heeft gedaan: hij heeft er een sprookje van gemaakt. De schrijver, die we vooral kennen van zijn dagboeken en memoires, tekende het verhaal van zijn jeugd op in Le petit ami uit 1903. Niet voor niets bleef hij dat autobiografische werk zelf hardnekkig een 'roman' noemen. Zijn herinneringen zijn daarin bijna mythische momenten geworden. Vooral de schaarse keren dat hij zijn moeder zag, de actrice Jeanne Forestier die dit onechte kind op haar twintigste kreeg en het bij de vader achterliet.

Ziek
Deze onverschillige schone maakte zo nu en dan haar opwachting en nam het kind dan mee naar een van haar afspraakjes, waarbij ze hem ofwel verwende ofwel vergat. In de herinnering van Léautaud zijn het gestolde fragmenten geworden, die een enorme indruk op hem hebben gemaakt. Vooral de keer dat zij langskwam toen hij ziek in bed lag, en zij scheen te hebben uitgeroepen: `Mijn hemel! Wat is dat een onaangenaam kind!' Nog meer invloed op Léautauds leven had echter het moment waarop hij als kind een afspraak had met zijn moeder en haar half ontkleed in haar hotelbed trof, omringd door het prachtigste kanten ondergoed dat door de hele kamer gedrapeerd lag. Je hoeft geen Freudiaan te zijn om te bedenken wat zoiets met een kleine jongen kan doen.

Uit de nu vertaalde Brieven aan mijn moeder spreekt inderdaad een smoorverliefde man, die zijn moeder enerzijds het hof wil maken, maar haar anderzijds als kind benadert, vol terechte verwijten, waarna hij weer onhandig en sentimenteel om vergiffenis vraagt. Hij overstelpt zijn moeder met liefde en schrijft haar hartstochtelijke brieven van wel tien kantjes lang. De lezer voelt al snel aan dat dit niet lang goed kan gaan, gezien de harteloosheid van de moeder en de overgave van de zoon. De briefwisseling zal dan ook maar een jaar duren.

Zij vangt aan wanneer moeder en zoon elkaar na twintig jaar weer hebben ontmoet aan het sterfbed van een tante, aan wier lot ze allebei opmerkelijk weinig aandacht besteedden. De luttele momenten die ze samen hadden in dat sterfhuis, worden voor de inmiddels dertigjarige Paul opnieuw tot haast heilige gebeurtenissen, die hij in lange brieven uitpluist.

Hoewel de hernieuwde kennismaking slechts enkele dagen duurde, leverde die stof op voor hardnekkige misverstanden, zo blijkt uit de briefwisseling. Jeanne neemt zichzelf voortdurend in bescherming - tegen Pauls affectie, die haar beklemt, en vooral tegen haar eigen geweten: ‘geen enkel verwijt van u kan mij bereiken, ik heb u niet opgevoed’. Blijkbaar had ze niet het vernuft om in te zien dat dat nu juist het probleem was. Ze blijft haar kind zijn onopgevoedheid verwijten en gaat ook in op dat beroemde moment waarop hij zo ‘onbehoorlijk’ tegen haar was geweest op zijn ziekbed. Léautaud antwoordt met nieuwe excuses, maar oppert ook voorzichtig: ‘was het niet eerder schuwheid, verlegenheid, vreemdheid?’

Veel van wat in deze brieven staat, is woordelijk terug te lezen in Le petit ami, het boekje dat voor de helft over deze hernieuwde ontmoeting gaat. Toch is er den groot verschil. Hier zijn de gebeurtenissen nog niet gestold en lezen we wat er met de mens Léautaud in die dagen gebeurde, nog voordat de schrijver in hem er een verhaal van heeft kunnen maken.

Léautaud was beroemd om zijn distantie. En inderdaad is Le petit ami met de nodige afstand en ironie geschreven: de schrijver maakt hier de balans op en portretteert zichzelf als een man die zich min of meer platonisch blijft omringen met meisjes van plezier, in een vruchteloze poging zijn mythische moeder in bed te hervinden. Zijn leven blijkt een aaneenschakeling van rollen: 'die nu eens sentimenteel zijn, dan weer ironisch'.

Uit de brieven spreekt minder distantie, en meer verwarring. Naast de verstandige volwassene die weet dat de moederliefde waar hij naar haakt hoe dan ook te laat zal komen, horen we ook de verliefde jongeling die zijn moeder aanbidt. Moederlief laat zich, ijdel als ze is, de oedipale adoratie welgevallen. Ook al is ze inmiddels vijftig jaar oud, getrouwd en moeder van nog twee kinderen, ze wisselt toch ‘vurige zoenen’ uit met haar zoon.

Explosief mengsel

Dat levert een explosief mengsel van kinderlijk verlangen en volwassen hartstocht op. Voorzichtig probeert Paul zijn moeder uit te leggen hoe hij zich voelt: ‘Daardoor bestaat er een lichte verwarring tussen ons, temeer daar uw uiterlijk weinig weg heeft van een moeder van een jongen van mijn leeftijd. En wanneer u mij ‘mijn lief’ noemt, als u mij bloemen stuurt, of wanneer ik een beetje te lang aan u denk, raken mijn gedachten, zo lijkt het een beetje op drift'. Zelf voelt ze niets, schrijft ze uitein­delijk in haar meest eerlijke brief. Slechts uit ‘plichtsbesef’ heeft ze Paul ‘de illusie [...] gegeven van een genegenheid die ik niet kon voelen. Omdat ik u niet kende, maar die wel had kunnen komen als u zich haar waardig had betoond. Ik kan me al­leen maar gelukkig prijzen dat ik u niet heb opgevoed, want dan zou ik me zeer vernederd hebben gevoeld!’.

Daarna vervalt ze in stilzwijgen. Ook wanneer haar stilte aanhoudt, blijft Paul haar twee keer per jaar vrij beleefde brief­jes schrijven, op den duur eindelijk met de milde ironie die zijn andere teksten kenmerkt: ‘Ziehier uw corvee van tweemaal per jaar: een brief van mij te lezen. Het zou wat zijn als u hem beantwoordde, niet waar?’ Door stug te blijven schrijven, op Nieuwjaar en op haar naamdag, toont hij zich het meest volwassen van de twee. En het beste opgevoed, zij het niet door haar.

Paul Léautaud: Brieven aan mijn moeder. Vertaald door Mels de Jong. De Arbeiderspers, 195 blz. € 21,95
Mijn gegevens


Gustave Flaubert,
Haat is een deugd
gekozen tot GOUDEN PRIVÉDOMEIN



Kies het mooiste voorplat