Mijn Prive-domein
Mijn Privé-domein

Shortlist
Shortlist


Catalogus
Catalogus


Bijdragen aan website

Recensie

< Vorige pagina
Privé-domein nr. 8
Auteur(s): Paul Léautaud
Titel: Particulier Dagboek 1917 - 1924
Recensent: Jan Fontijn
Bron: De Volkskrant
Geplaatst door: Gerd-Jan Oud
Geplaatst op: 20-1-2007
Waardering: geen waardering bekend


Geen orgeltoon maar uw persoon
Deze zomer slaagde ik erin om in het hartje van Frankrijk, in 'la France profonde', het volledige dagboek van Paul Léautaud op de kop te tikken. Het was op een boekenmarkt in het lieflijke stadje La Charité-sur-Loire. De negentien delen van het Journal, een uitgave van Gallimard, keurig in leer gebonden, werden door een antiquair uit Brussel voor een heel billijke prijs aangeboden. Ik zag dat er twee kapers op de kust waren; ik haalde mijn portefeuille tevoorschijn en riep luid 'vendu'. Mijn dag kon niet meer kapot.
Het dagboek van Léautaud kende ik tot dan fragmentarisch dankzij de paar delen die in de voorbeeldige serie Privé-domein van de Arbeiderspers waren verschenen. Dat smaakte naar meer. Dankzij mijn Franse koop kon ik eindelijk mijn leeshonger bevredigen.


Ruim 35 jaar geleden had Adriaan Morriën, een groot kenner van de Franse literatuur, mij in een van onze lange gesprekken over literatuur voor het eerst op Léautaud gewezen. In de oorlog had hij samen met Fred Batten clandestien Le petit ami uitgegeven, het boek waarin Léautaud de navrante geschiedenis van de relatie met zijn moeder vertelt. Voor Morriën was Léautaud niet alleen de schrijver die vrijmoedig over zijn seksuele avonturen schreef, maar ook de schrijver met een unieke persoonlijkheid, met een groot gevoel voor stijl. In diezelfde tijd maakte Dick Hillenius in zijn enthousiaste essays mij warm voor Léautaud, met name voor diens betrokkenheid bij honden en katten. Dieren waren voor Léautaud de enige wezens op aarde die zich niet aanstelden, 'natuurlijk' waren.

Ik heb nu de eerste drie delen van het Journal gelezen. Ik heb gelukkig nog erg veel voor de boeg voordat ik de laatste dagboekaantekening van 17 februari 1956, vijf dagen voor zijn dood, bereikt heb. Nu ik het dagboek integraal lees, valt me op hoe kostelijk en raak Léautauds typeringen zijn van de schrijvers die hij ontmoette in zijn functie van secretaris bij het tijdschrift Mercure en van redacteur bij de gelijknamige uitgeverij. Hij had, zo merk ik, al heel jong een scherp oog voor details. Iemands oogopslag, zijn manier van spreken en vooral zijn stijl van schrijven waren voor hem voldoende om te weten wat voor vlees hij in de kuip had. Of iemand een gevestigde reputatie had, liet hem koud. Hij was allergisch voor elke vorm van hoogborstzetterij, pathos, te hooggestemde lyriek. Léautaud schrijft ergens in Passe-temps: 'Ik zou nooit een lyrisch dichter kunnen zijn, ik ben er niet dom genoeg voor.' Zijn ironie kon dodelijk zijn. Zijn toneelkritieken, die hij onder het pseudoniem Maurice Boissard schreef, waren geducht. Wat hij in de literatuur zocht was natuurlijkheid, menselijkheid, afkeer van effectbejag, de 'vent'. Niet voor niets liep Du Perron, die hem ook in zijn kamertje op de Mercure heeft opgezocht, met hem weg. Du Perron noemde de persoon en het werk van Léautaud een van de belangrijkste invloeden die hij heeft ondergaan, met name wat betreft het 'nuchter verneukende'. Beiden hadden dezelfde literaire familie waarin zij zich thuis voelden: Diderot, Chamfort en vooral Stendhal. Geen moeite was Léautaud te veel, zo blijkt uit het Journal, om Stendhal bij de Franse lezers bekend te maken. Zo schreef hij over zijn favoriete auteur: 'Wat een beknoptheid overal, wat een snelheid, wat een natuurlijkheid, wat een ongekunsteldheid - de toon van een luchtig praatje! - wat een volmaakte overeenstemming tussen uitdrukking en gedachte, manier van denken en gevoel, wat een roerende woorden, geweldige ideeën, scherpe observaties; wat is dat alles vol met toch maar weinig woorden, wat scherpzinnig is het, wat prikkelt het de geest, wat men van zijn werk ook leest!'

Wat me in het eerste deel van Léautauds Journal vooral opvalt is dat hij permanent op zoek is naar zijn eigen stijl. Hoe een eigen toon te vinden? Daar gaat het vooral om. Hij merkte dat als hij te veel aan zijn stijl begon te schaven, hij onpersoonlijk werd. Daarom schreef hij steeds meer wat in hem opkwam. Hij liet zich daarbij leiden door instinct voor de taal dat volgens hem meer waard is dan de breedste eruditie. Een zekere zorgeloosheid, ja slordigheid, was bij het schrijven noodzakelijk. Wie naar perfectie streefde, liep het gevaar onpersoonlijk te worden. Meermalen liet hij blijken dat hij aan Flaubert, de schrijver die permanent aan zijn zinnen bleef schaven om tot een hogere literaire stijl te komen, de pest had. Zoals hij ook aan Proust de pest had. Schrijvers die geen natuurlijke stijl hebben, werden volgens hem na een paar jaar ongenietbaar.

Iemand als Léautaud hebben we in de Nederlandse literatuur nooit gehad. Ook Du Perron was het niet. Die was te weinig bohémien, te veel burger. Jacques Gans was het misschien een heel klein beetje, de man die ik in de laatste jaren voor zijn dood in 1972 regelmatig op de terrasjes van Amsterdamse cafés zag. Ik pak zijn nog altijd leesbare, autobiografische roman Liefde en goudvissen uit de boekenkast en constateer dat Gans, levend in Parijs, al voor de oorlog Léautaud in zijn stoffige kamer in het oude gebouw van de Mercure heeft opgezocht. Hij werd bij dat bezoek niet teleurgesteld. Hij merkte dat achter het uiterlijk van de brombeer zich een man verborg die zijn leven lang gevochten had tegen het valse pathos in stijl. Zoals Léautaud afscheid nam, het gedeukte hoedje op het hoofd, een beige boodschappentas met inkopen voor zijn dieren in de hand, was hij voor Gans een van de weinige overlevenden die nog de sfeer van het negentiende-eeuwse Parijs om zich heen hadden. Gans voegt eraan toe: 'En toch, dacht ik dan, deze man is jeugdiger dan een jong auteur die schrijft met een berg vooroordelen in zijn schrijfmachine.'

Copyright: Fontijn, Jan
Mijn gegevens


Gustave Flaubert,
Haat is een deugd
gekozen tot GOUDEN PRIVÉDOMEIN



Kies het mooiste voorplat