Mijn Prive-domein
Mijn Privé-domein

Shortlist
Shortlist


Catalogus
Catalogus


Bijdragen aan website

Recensie

< Vorige pagina
Privé-domein nr. 80
Auteur(s): George Sand/Alfred de Musset
Titel: Een moeilijke liefde
De correspondentie tussen George Sand en Alfred de Musset en een keuze uit het dagboek van George Sand
Recensent: Paul Depondt
Bron: De Volkskrant
Geplaatst door: Gerd-Jan Oud
Geplaatst op: 25-1-2007
Waardering: geen waardering bekend


Romantiek in praktijk
George Sand, geboren op 1 juli 1804, was volgens Friedrich Nietzsche 'een melkkoe met een mooie stijl'. Ze was mateloos, zowel in de liefde als in het schrijven. Elke nacht schreef ze tientallen brieven.

‘Ze is dom, ze is plomp, ze is babbelziek', zei de dichter Charles Baudelaire 'Zover George Sand. 'Haar morele begrippen gaan net zo diep als die van de conciërge en de meisjes die onderhouden worden. Dat enkele mannen helemaal weg waren van deze beerput, bewijst slechts hoe diep de mannen van onze eeuw zijn gezonken.'

Baudelaire maakte haar uit voor latrine, de filosoof Friedrich Nietzsche noemde haar 'de melkkoe met een mooie stijl'. Verguisd en bewonderd, 'een leven in rebellie en liefde'; Sand - die op 1 juli 1804 als Amantine-Aurore-Lucile Dupin in Parijs is geboren - had minnaars, bewonderaars, talloze correspondenten, maar werd tegelijkertijd gekritiseerd - zelfs nog jaren na haar dood in 1876 door een al even vrijgevochten vrouw, Simone de Beauvoir, die haar verweet dat ze 'systematisch de stem van haar innerlijk vervalste', dat ze 'onwaarachtig' was.

De kwaadaardigheid van Baudelaire, dat verwijt, weten we, had iets te maken met een verzoek van hem aan Sand om bij een theaterdirecteur zijn geliefde Marie Daubrun weer in dienst te nemen. Dat lukte niet; het kon niet. Opeens veranderde zijn bewondering voor haar in verachting.

Maar wat kun je in haar verachten? Misschien alleen maar de mateloosheid. De schrijver en criticus Théophile Gautier maakte een keer mee hoe Sand om één uur 's nachts een roman voltooide en onmiddellijk met de volgende begon. Het maakte hem, zei hij later, 'kotsmisselijk'. Sand schreef 'met de regelmatigheid van een machine', haar oeuvre (afgezien van de krantenartikelen en de omvangrijke briefwisseling) telt 180 banden; die onmatigheid dreef haar minnaars tot wanhoop, ook Alfred de Musset of Frédéric Chopin.

In iedere kamer, zowel in Parijs als in haar 'kasteeltje' in Nohant, vond je geslepen potloden, vers schrijfpapier, gedraaide sigaretten, en altijd stond er warme koffie op haar schrijftafel, schrijft Daphne Schmelzer in George Sand - Een leven in rebellie en liefde. Het is een 'bedrijvig Nohant, een creatief Nohant', elke dag gingen tientallen brieven de deur uit - 40 duizend, hebben sommigen berekend. Rond middernacht ging Sand naar haar werkkamer, pas rond zes uur de volgende ochtend, 'na een laatste slokje suikerwater', misschien nog een sigaret, legde ze de pen neer en ging ze slapen tot het middaguur.

Het was, zeker voor haar correspondance, een hele onderneming. Ze had een koerier; de brieven die ze 's nachts had geschreven werden de volgende dag 's avonds naar Châteauroux gebracht, en vervolgens per trein naar Périgueux en verder. Het was een dagelijkse conversation par écrit, gehalveerde gesprekken die werden voltooid met weer een antwoord van haar geliefden en vele anderen - van de eenvoudigste arbeider (Sand noemde zich 'communiste') tot Napoléon III.

Toen de post de uurtabellen van de koerierdiensten veranderde, schreef Sand een brief aan de postmeester - een briefje met routebeschrijving, dat nu bewaard wordt in de New York Public Library. Ze wilde, schreef Sand, een klein kantoortje bekostigen tussen Vic, St Chartier en Nohant, waar haar koerier en de facteur elkaar konden ontmoeten.

Naar aanleiding van de bicentenaire van haar geboorte verschenen tientallen boeken, worden colloquia en congressen georganiseerd, zijn films te zien over die megalomane en nymfomane femme de lettres. Haar Histoire de ma vie is heruitgegeven, ook een keuze uit haar brieven (gesponsord door de Franse post) en uit de correspondentie met de door haar niet zo bewonderde Victor Hugo (Correspondance croisée, HB Éditions); maar vooral haar Lettres retrouvées, samengesteld door Thierry Bodin, opvolger van de onvergetelijke, vier jaar geleden gestorven Georges Lubin - dé Sand-kenner - is écht nieuws. Je vindt er de oorspronkelijke toon van de briefschrijfster in terug, het is niet herschreven, het is haar muziekje.

Lubin publiceerde in 1990 het 24ste deel van de correspondentie; het jaar daarop had hij al een 'supplément' geredigeerd met 1032 brieven en vier jaar later nog eens een tweede supplement met honderd teruggevonden brieven. Bodin heeft er nu 458 aan toegevoegd. En nog is de verzameling niet compleet.

In Sands carnet met adressen stonden ruim tweeduizend correspondenten. Nauwelijks de helft van haar brieven zijn nu gepubliceerd, sommige in haar Histoire de ma vie of in het postume Journal intime. Er zijn brieven die je absoluut zou willen lezen, die je nieuwsgierig maken, maar dat kan helaas (nog) niet, want ze zijn ofwel 'herschreven' door Sand (briefwisseling met De Musset, vertaald als Een moeilijke liefde, Privé-domein/De Arbeiderspers) en dus niet helemaal authentiek; ofwel door haar verbrand (brieven aan Chopin) dan wel onvindbaar ('vermoedelijk 123 brieven' aan haar romantische jeugdvriend Stéphane Ajasson de Grandsagne).

'. . . op de leeftijd die je nu hebt', schreef Sand eind januari 1872 aan de veel jongere Gustave Flaubert, geboren in 1821, 'zou ik je minder geïrriteerd en minder in beslag genomen door de domheid van anderen willen zien. In mijn ogen is het verloren tijd, net als tekeergaan tegen de last die regen en vliegen je bezorgen. Het publiek waartegen je zo vaak zegt dat het dom is wordt kwaad en wordt er alleen dommer door, want of je nu kwaad of geërgerd bent, je wordt subliem als je intelligent bent, en zwakzinnig als je dom bent.' Die toon, die scherpte, die intelligentie, die hartstocht. Sand boefende de praktijk van de romantiek.

De mooiste briefwisseling is die met Flaubert, vertaald als Wij moeten lachen en huilen (Privé-domein/De Arbeiderspers), een correspondentie tussen 'troubadours'. Het waren totaal verschillende schrijvers: de ene een piekeraar die maar moeizaam schreef, zij een veelschrijfster, een 'romanfabriekje'.

'Hou je dan van niemand meer, zelfs niet van je oude troubadour, die aldoor zingt en vaak huilt, maar zich verstopt, zoals de katten als zij sterven?', schreef babbelzuchtige Sand aan Flaubert. Aan hem kon ze alles zeggen, meent biografe Renate Wiggershaus. 'Jij wilt dat ik ophoud met lief te hebben?', klinkt het. 'Jij wilt dat ik toegeef dat ik me mijn hele leven lang vergist heb; de mensheid is verachterlijk, verfoeilijk, is dat altijd geweest en zal dat altijd zijn (. . .) Ons leven bestaat uit liefde, en niet meer lief te hebben betekent niet meer te leven.'

Copyright: de Volkskrant

Mijn gegevens


Gustave Flaubert,
Haat is een deugd
gekozen tot GOUDEN PRIVÉDOMEIN



Kies het mooiste voorplat