Mijn Prive-domein
Mijn Privé-domein

Shortlist
Shortlist


Catalogus
Catalogus


Bijdragen aan website

Recensie

< Vorige pagina
Privé-domein nr. 205
Auteur(s): Klaus Mann
Titel: Opgejaagd, gedoemd, verloren
Dagboek 1933 - 1949
Recensent: Anneriek de Jong
Bron: NRC Handelsblad
Geplaatst door: Gerd-Jan Oud
Geplaatst op: 16-3-2007
Waardering: geen waardering bekend


Een zoet en treurig doodsverlangen; Dagboek Klaus Mann vol van tegenstrijdigheden
NRC Handelsblad, 19 april 1996

Klaus Mann: Opgejaagd, gedoemd, verloren. Dagboek 1933-1949. Geselecteerd, geannoteerd, vertaald en van een nawoord voorzien door W. Hansen. Uitg. De Arbeiderspers, 372 blz. Prijs: fl. 59,90.

Op 9 juli 1939 schrijft Klaus Mann in zijn dagboek: 'Tranen van uitputting, van hopeloosheid... Ach, ze troosten niet, niets troost. Had ik eindelijk maar eens toestemming om dood te gaan!!' Maar de schrijver weet dat hij een opdracht heeft. Het is zijn taak, voelt hij, om de wereld te mobiliseren tegen Hitler. Tot dan toe heeft niemand de nazi's een strobreed in de weg gelegd. Ongestoord konden zij Tsjechoslowakije binnenvallen. 'Een overdaad aan nieuw lijden', noteert Klaus Mann kort na de bezetting van Praag. 'En hoe afgrijselijk snel alles gaat. En hoe gladjes!'

In alle hoeken en gaten van de Verenigde Staten, het land waar hij tijdelijk toevlucht gevonden heeft, houdt hij driftig lezingen. Die dragen titels als Culture in Flames en The Inside Story of the Nazi Intrigue. Hij spreekt voor organisaties als de League for Peace and Democracy ('honderdtachtig wakkere dames'), geeft interviews, voltooit zijn roman Der Vulkan, schrijft vlammende krantenartikelen en beraadslaagt bijna dagelijks met andere Duitse emigranten over de toekomst van hun vaderland.

Hoeveel verschillende opvattingen deze ballingen ook hebben meegebracht, Klaus Mann staat erop dat de krachten worden gebundeld. Voor de Amerikaanse autoriteiten, die hem herhaaldelijk lastigvallen, zijn de Duitse activisten hoe dan ook communistische samenzweerders. Een cynische samenloop van omstandigheden, want Mann raakt juist steeds meer vervreemd van zijn ultralinkse kameraden. 'Entre nous: een orthodox marxistisch Duitsland zou voor mij bijna even onverdraaglijk zijn als het huidige', schrijft hij op 5 juli 1939. En hij voegt er moedeloos aan toe: 'Je suis dégoûté de tout...'

Optimistisch is hij en radeloos, omringd door mensen en toch eenzaam, heftig verlangend naar solidariteit onder de Duitse vluchtelingen en walgend van alles en iedereen. De germanist W. Hansen, die voor de reeks Privé-domein een selectie uit Klaus Manns dagboeken maakte, bedekt de tegenstrijdigheden in diens denken en doen niet met de mantel der liefde. Integendeel. 'Het zijn die kloven en spleten in het leven van Klaus Mann die het dagboek voor de lezer aangrijpend maken', lezen we in het voorwoord van de bundel Opgejaagd, gedoemd, verloren. Hansen heeft gelijk. Gelukkig is de oudste zoon van Thomas Mann meer dan alleen het prototype van 'de goede Duitser'. Gelukkig, voor ons althans, liet hij zich ook wel eens gaan, in zwartgalligheid, in drugsmisbruik, in avontuurtjes met dubieuze knapen.

Verrukt is de dagboekschrijver over de liftboys, matrozen en mannelijke lichtekooien die hij in de States ontmoet. Blank, geel of zwart: elk kleurtje vindt hij even aanbiddelijk. In het Frans doet hij verslag van zijn amoureuze excursies en hij snapt niet waarom christenen de vrije liefde zo verketteren. Wanneer Klaus na de ejaculatie naast een aardige knul in bed ligt, voelt hij zich allesbehalve zondig. Het is juist een van de schaarse ogenblikken waarop hij werkelijk vrede met zichzelf en met de wereld heeft. Dat sommige éénnachtsvriendjes hem beroven, neemt hij op de koop toe. 'Hoe aangenaam en godgevallig de sterke geuren van het geslacht', jubelt hij ergens. En even later lezen we: 'Ik verdedig iedere verspilling die ik met mijn energie heb gepleegd en pleeg. Dat geldt zowel voor de volstrekt willekeurige ontucht als voor de hang naar gif.'

Minutieus noteert hij welke doses gif hij zichzelf zoal toedient: 'Na het eten: de laatste 2 euko-amp'. Euko, licht Hansen toe, is een afkorting van eukodal, een morfineachtig verdovend middel. Klaus Mann spoot en slikte; hij gebruikte roesopwekkende, energieopwekkende en zwaar kalmerende drugs. Maar hij hoefde niet als een junkie te leven. Verzenuwde leden van de hogere klassen haalden hun portie toen nog gewoon bij de dokter of apotheker. Klaus Mann liet het spul zelfs dikwijls rechtstreeks thuisbezorgen. Voor zover je in zijn geval van een thuis kunt spreken: meestal bivakkeerde hij in een hotelkamer. Niet alleen in New York, maar ook in Amsterdam en Parijs - om slechts een paar steden te noemen waar hij na zijn vlucht uit nazi-Duitsland, in het jaar 1933, vaak en graag vertoefde.

En als de vier muren van zijn hotelkamer al te dreigend op hem afkwamen, vluchtte hij naar zijn ouders. Die hadden Duitsland eveneens verlaten en betrokken in 1940 een gloednieuw eigen huis in de Californische kustplaats Pacific Palisades. Consequent noemt Klaus Mann zijn vader in zijn dagboek 'Tovenaar'. Dat zegt iets over de even afstandelijke als bewonderende houding waarmee de zoon naar de grote schrijver keek. Botsingen met zijn vader had hij, als we op de dagboekselectie mogen afgaan, alleen in 1933, toen Thomas weigerde mee te werken aan het emigrantentijdschrift Die Sammlung. Vader Mann vond het te radicaal; hij wilde zijn uitgever in Duitsland niet voor het hoofd stoten. Pas in 1936, na hevig aandringen van Klaus en zijn zuster Erika, sprak Thomas Mann zich openlijk tegen het nazisme uit.

Wie helemaal niets weet van de familie Mann zal Klaus' aantekeningen lang niet altijd begrijpen. Houdt de verteller in de romans van Klaus Mann, in Mephisto bijvoorbeeld, in de Symphonie Pathétique en in de memoires Der Wendepunkt van een haast melodramatische breedsprakigheid, in zijn dagboeken hanteert hij een doorgaans droge telegramstijl. 'Naar het strand geweest, lekker warm. (-) Post, kapper, aperitief, kranten, Lisa en Billux.' Dergelijke kattebelletjes vullen een aanzienlijk deel van Hansens selectie. Wie zijn Lisa en Billux? Niet altijd voelde ik de lust het uitvoerige notenapparaat door te vlooien. En waarom gaat Klaus Mann toch zo irritant vaak naar de kapper?

Literaire waarde hebben de dagboekteksten alleen waar de auteur in oprechte emotionaliteit uitbarst. Dan krijgen zijn schriele zinnen ineens een grote intensiteit. En steeds duikt in zijn notities, als een zoet en treurig leidmotief, het doodsverlangen op. Zo formuleert hij op 11 juli 1948 cryptisch: 'Ik heb het weer geprobeerd...' De op dat moment 41-jarige Klaus Mann bedoelt dat hij bij zijn ouders, in het zonnige California, een zelfmoordpoging heeft gedaan. Op 21 mei 1949, in het eveneens zonovergoten Cannes, lukt het hem werkelijk er voorgoed tussenuit te knijpen.

Mijn gegevens


Gustave Flaubert,
Haat is een deugd
gekozen tot GOUDEN PRIVÉDOMEIN



Kies het mooiste voorplat