Mijn Prive-domein
Mijn Privé-domein

Shortlist
Shortlist


Catalogus
Catalogus


Bijdragen aan website

Recensie

< Vorige pagina
Privé-domein nr. 187
Auteur(s): Franz Kafka/Max Brod
Titel: Een vriendschap in brieven
Recensent: Hans Ester
Bron: Trouw
Geplaatst door: Gerd-Jan Oud
Geplaatst op: 18-3-2007
Waardering: geen waardering bekend


Franz Kafka/Max Brod, 'Een Vriendschap in Brieven' 'Schrijven is de Beloning voor een Duivelsdienst'
Trouw, 9 september 1993

Franz Kafka/Max Brod, 'Een vriendschap in brieven', red. Malcolm Pasley, vert. Willem van Toorn, uitg. De Arbeiderspers (Prive Domein'), 554 blz. - F 75,-.
Max Brod heeft deze opdracht na het overlijden van Kafka in 1924 niet vervuld en heeft het vooral aan dit initiatief te danken dat zijn naam thans niet aan de vergetelheid is prijsgegeven. Dat Brod echter veel meer was dan de kapstok waaraan Kafka zijn ideeen kon ophangen en de brave assistent aan wie Kafka opdrachten inzake zijn nalatenschap kon geven, blijkt zonneklaar uit de briefwisseling Kafka/Brod die thans in een Nederlandse vertaling is gepubliceerd. Meer dan wie ook - misschien zijn zuster Ottla uitgezonderd - heeft Kafka in Brod een gespreksgenoot gezien op wiens gedachten en literaire werken met de grootste zorgvuldigheid moest worden geantwoord. De correspondentie tussen Kafka en Brod is het document van een volwaardige, tweezijdige vriendschap.

De briefwisseling tussen de twee Praagse vrienden begint in 1904 en eindigt in 1924. De beginjaren leveren een schaarse oogst aan brieven op. Latere jaren zoals 1917, 1920 en 1921 zijn vanuit epistolair oogpunt van beide kanten uitermate vruchtbaar geweest. De reden hiervoor ligt in de langdurige afwezigheid van Kafka van Praag in die perioden waarin hij bij zijn zuster Ottla in Zurau of in sanatoria in de Hoge Tatra of in Oostenrijk moest kuren wegens een hardnekkige longtuberculose.

Wie het werk van Kafka nog nauwelijks kent, zal mogelijk worden teleurgesteld door de brieven uit de eerste jaren. Deze brieven (bijna uitsluitend van Franz aan Max) vormen namelijk geen doorgaand geheel. Na 1910 komt daar verandering in. Dan worden de brieven langer, zijn de wat puberale kantjes afgesleten en komt gelukkig ook Max Brod regelmatig aan het woord. Het lezen van deze brieven kan aanvankelijk ook worden bemoeilijkt door de vele tijdsgegevens, van literaire, politieke en religieuze aard, die zij bevatten. In het begin ontkomt geen lezer aan het voortdurend raadplegen van het prachtige register achter in deze editie.

Enkele jaren lang leken de literaire en amoureuze interessen van Kafka en Brod parallel te lopen. Beiden waren voortdurend in liefdesgeschiedenissen verstrikt en bezochten met grote regelmaat de klaarblijkelijk talrijke Praagse bordelen. Maar in de loop van deze correspondentie wordt een markant verschil tussen de beide vrienden zichtbaar. Kafka kan zijn angst voor het huwelijk niet overwinnen. De beslissende stap van verloving naar huwelijk zet hij nooit. Tegenover zijn intiemste vertrouweling Max Brod probeert hij onder woorden te brengen wat hem angst inboezemt en ziek maakt: In de tweede helft van januari 1921 schrijft hij: ``Je onderstreept 'angst waarvoor?', voor zoveel, maar op het aardse vlak vooral angst voor het feit dat ik niet bij machte ben, lichamelijk niet, geestelijk niet, de last van een vreemd mens te dragen; zolang we bijna een zijn, is het niet meer dan een zoekende angst 'wat? zouden wij werkelijk bijna een zijn?' en als die angst dan zijn werk gedaan heeft, wordt het een tot in de diepste diepte overtuigde, onweerlegbare, ondraaglijke angst. Nee, vandaag niets meer daarover, het is te veel.''

Op 13 april 1921 schrijft Kafka over de verhouding met zijn verloofde Felice Bauer en die met zijn geliefde Milena: ``Zolang ze zich aan mij onttrok (F) of zolanfg wij een waren (M) was het niet meer dan een verre dreiging en niet eens zo heel ver, maar zodra er ook maar een kleinigheid voorviel, stortte alles in elkaar. Ik kan kennelijk vanwege mijn gevoel van eigenwaarde, vanwege mijn hoogmoed (al ziet hij er nog zo deemoedig uit, die kromme westjood!) alleen liefhebben wat ik zo hoog boven mijzelf kan plaatsen dat het onbereikbaar voor me wordt.''

Bij Brod berusten de problemen rond de liefde veeleer op de erotische onrust die hem steeds weer nieuwe liefdesrelaties liet aanknopen en die vooral tijdens zijn huwelijk tot een ingewikkeld gegoochel met afspraken, rendez-vous en beloftes leidde.

Franz Kafka voelde feilloos aan dat het kardinale verschil tussen hem en Brod lag in de betrekkelijke onzekerheid van Brod tegenover de volstrekte onzekerheid in het menselijk bestaan van hemzelf: ``Zie je Max, het is toch iets heel anders, jij hebt een enorme vesting, een linie is ingenomen door het ongeluk, maar jij zit in het binnenste of waar je anders zin hebt om te zitten en je werkt, werkt met storingen, onrustig, maar je werkt, maar ik sta zelf in brand, ik heb plotseling helemaal niets, een paar balken, stut ik die niet met mijn hoofd, dan storten ze in en nu staat die hele armoedige boel in brand. Heb ik geklaagd? Ik klaag niet. Mijn aanblik klaagt.''

In zijn brief van 5 juli 1922 roert Kafka een nog wezenlijker verschil met Brod aan: de plaats van het schrijverschap binnen het bestaan. Brod is een gepassioneerd schrijver die de zaken organiseert, die het concept van een nieuwe roman bedenkt en aan zijn personages aanwijzingen geeft. Hij is ten nauwste betrokken bij zijn schrijven en is bewonderenswaardig produktief, maar hij staat er nog altijd boven, hij is meer dan zijn schrijverschap. Voor Kafka is schrijven een absolute levensvoorwaarde, terwijl het nu juist het schrijven is dat het ``normale'', ``gewone'' leven (de ``Wonnen der Gewohnlichkeit'' van Thomas Mann) in de weg staat. Een van de interessantste documenten uit deze collectie is de brief van 5 juli 1922. Daarin schrijft Kafka: ``Schrijven houdt me in stand, maar is het niet juister te zeggen dat het dit soort leven in stand houdt. Daarmee bedoel ik natuurlijk niet dat mijn leven beter is als ik niet schrijf. Dan is het juist veel erger en totaal ondraaglijk en moet het eindigen in waanzin. Maar dat dan wel op voorwaarde, dat ik, zoals het ook werkelijk is, ook als ik niet schrijf schrijver ben en een niet-schrijvende schrijver is natuurlijk een onding dat de waanzin oproept. Maar hoe staat het met het schrijver-zijn zelf? Schrijven is een zoete prachtige beloning, maar waarvoor? Vannacht was het mij met de helderheid van aanschouwelijk onderwijs voor kinderen duidelijk dat het de beloning voor een duivelsdienst is.''

Het bovenste citaat is niet bevredigend en roept nog vele vragen op. In wezen geldt dat voor iedere afzonderlijke brief en uiteindelijk ook voor de brieven in hun geheel. Met een telkens weer verbluffende scherpzinnigheid weet Kafka de door hem als te eenvoudig bevonden verklaringen en vormen van uitleg van Max Brod tot de vereiste complexiteit terug te leiden. De nuchtere taal van Max Brod is als afwisseling af en toe heerlijk. Maar de intellectuele superioriteit van Kafka weet uiteindelijk ook de lezer steeds weer te winnen, niet alleen diens verstand maar ook diens hart. Uit de brieven spreekt namelijk niet alleen de behoefte om met de wapens van het verstand het oppervlakkig en onzuiver spreken over het leven, het schrijven en God te lijf te gaan, maar bovenal de onmisbare behoefte om aan de waarheid van het leven en van de taal recht te doen. Kafka stelt de hoogste eisen aan zichzelf en gebruikt Bijbelse beelden ter verduidelijking van zijn situatie. Mede daardoor kan de lezer van zijn brieven en zijn romans er gemakkelijk toe komen om zijn persoon en zijn werk in het perspectief van religieuze vraagstellingen te zien.

De verleiding is groot om Kafka met behulp van citaten zelf aan het woord te laten. Om de authenticiteit van het door hem zo beeldend geschrevene niet verloren te laten gaan en om de consequentie te laten voelen van zijn uitzichtloze strijd. Ik zou ook lang willen citeren om de kostelijke humor te laten horen die het zuurdesem van zijn taal vormt.

Deze briefwisseling is een kostbaar commentaar bij Kafka's werk of meer nog: een aanvulling daarop. Ze geeft ook een goed beeld van leven en werk van de als schrijver thans betrekkelijk onbekende Max Brod. De briefwisseling is daarnaast een toegangspoort tot een fascinerende periode in de Europese geschiedenis - van de Oostenrijkse dubbelmonarchie tot de eerste verschijnselen van het Derde Rijk - en geeft een veekleurige indruk van het joodse leven in Oostenrijk-Hongarije, de CSR en Duitsland in die jaren. Het volstrekt onmisbare commentaar is een ware 'Goldgrube', een goudmijn dus voor de literair geinteresseerde.

Mij bekroop wel eens de gedachte dat het tijdperk van Kafka voorbij was, dat de fascinatie van zijn werk aan sterke erosie onderhevig was. Deze brieven hebben me laten zien dat Franz Kafka een van onze belangrijkste tijdgenoten is gebleven.

Mijn gegevens


Gustave Flaubert,
Haat is een deugd
gekozen tot GOUDEN PRIVÉDOMEIN



Kies het mooiste voorplat