Mijn Prive-domein
Mijn Privé-domein

Shortlist
Shortlist


Catalogus
Catalogus


Bijdragen aan website

Recensie

< Vorige pagina
Privé-domein nr. 187
Auteur(s): Franz Kafka/Max Brod
Titel: Een vriendschap in brieven
Recensent: Dick Wittenberg
Bron: NRC Handelsblad
Geplaatst door: Gerd-Jan Oud
Geplaatst op: 18-3-2007
Waardering: geen waardering bekend


Wat een geluk jou te hebben; De briefwisseling tussen Franz Kafka en Max Brod
NRC Handelsblad, 17 september 1993

Franz Kafka/Max Brod: Een vriendschap in brieven. Red. Malcolm Pasley. Vert. Willem van Toorn. Uitg. De Arbeiderspers, 554 blz. Prijs fl. 75,-

Waarom, vraagt Max Brod in een brief aan Franz Kafka, ``Waarom voor de liefde banger zijn dan voor de vriendschap die toch ook nooit het "onmogelijke' realiseren kan (-)?'' Dat schrijft hij in 1921, voor allebei een jaar vol rampspoed. Kafka voelt zich onbegrepen, zoals wel vaker. Terwijl de vraag in dit geval toch al het antwoord insluit. ``(-) Alsof je zou zeggen: "Waarom ben je niet voor elk braambos even bang als voor het brandende'?'', luidt het weerwoord aan Brod.

Zijn angst voor de liefde, legt Kafka wanhopig uit, wordt gevoed door het onweerlegbaar feit ``dat ik niet bij machte ben, lichamelijk niet, geestelijk niet, de last van een vreemd mens te dragen''. Bij vriendschap is dat niet nodig. Vrienden mogen naast elkaar gaan. Ze kennen niet de dwang en het genot van het één zijn. ``Als vrienden zijn wij noch zijn artsen, noch zijn leraren, noch zijn rechters maar alleen mensen naast hem die hem liefhebben'', schrijft Kafka aan de vrouw van Brod.

Maar ook de vriendschap valt hem niet altijd licht. Vaak voelt hij zich misverstaan, niet gehoord, verwaarloosd. Krijgt hij steun en aandacht, wijst hij die met schaamte af als "onverdiende goedheid'. Hij wil zich wel uitspreken tegenover een vriend. Maar hij mijdt het gesprek. ``Schrijf liever over jezelf'', antwoordt hij als Brod teveel woorden aan hem wijdt. ``Onze briefwisseling kan heel eenvoudig zijn: ik schrijf het mijne, jij het jouwe en dat is al het antwoord, vonnis, troost, troosteloosheid wat je maar wilt.''

De briefwisseling tussen Kafka en Brod beslaat twintig enerverende jaren. Ze begint in 1904 als beiden nog studeren. Ze eindigt in 1924 met Kafka's dood. In de tussenperiode verandert ze twee keer ingrijpend van karakter, wat uitsluitend uit de brieven van Kafka opgemaakt kan worden. Van Brods antwoorden bleven alleen de schrijfsels uit de jaren 1917 tot 1924 bewaard.

De brieven uit de eerste acht jaar zijn kort en oppervlakkig. Brod en Kafka zien elkaar bijna dagelijks en de kattebelletjes dienen vooral voor het arrangeren en annuleren van ontmoetingen. Plichtplegingen die nog verbazend prachtige passages opleveren. Soms vermakelijke, als Kafka zich uitput in excuses: ``Ik heb hoofdpijn, mijn tanden brokkelen af, mijn scheermes is bot; het is een onaangename aanblik.'' Soms hartverscheurende, als de hypochonder Kafka weer eens klaagt over huiduitslag, aambeien, kiespijn, zijn verstuikte teen: ``Ik heb zo'n druk in mijn maag: alsof de maag een mens was en wilde huilen.''

Na 1912 bekoelt de vriendschap. Brod trouwt en Kafka neigt naar een verloving. Ze worstelen beiden met hun werk, Kafka bij een verzekeringsmaatschappij, Brod bij de posterijen. Twee brieven heeft Kafka in 1914 aan zijn vriend geschreven, het jaar daarop nog maar een.

Twee jaar later bloeit de correspondentie toch weer op. Niet alleen worden de brieven talrijker, ook langer en persoonlijker. Dat komt omdat ze elkaar zelden meer zien, nu Kafka vanwege zijn tuberculose veel op het platteland verblijft. Nog zwaarder weegt misschien dat hun verhouding meer gelijkwaardig is geworden. In de jaren daarvoor heeft Brod zich altijd opgeworpen als de beschermer, de helper, de wegbereider van zijn vriend, die toch te zwak was voor het leven. Kafka liet zich die zorg maar wat graag aanleunen van een man, die hij beschouwde als het toonbeeld van daadkracht en gezondheid. Zo helemaal zijn tegenpool. Alsof ze elkaar in evenwicht hielden.

Aanvankelijk raakt die balans verstoord als de "onaantastbare' Brod - een omschrijving van Kafka - ook niet immuun blijkt voor ziekte en neerslachtigheid. Dat hijzelf "natuurlijkerwijze hulpeloos' is, dat is niets, vindt Kafka. Maar dat hij zijn vriend hulpeloos heeft gezien, kan hij "bijna niet verdragen'. Hij neemt de ellende van Brod ook eerst niet serieus, omdat ze zo gering is, vergeleken met de zijne. En dat er overeenkomsten zijn, moet hij hardnekkig ontkennen. Dat bedreigt de exclusiviteit van zijn hel.

Pas later, als Brod steeds nadrukkelijker om hulp vraagt, komt Kafka met een handreiking, die de onderlinge afstand niet overbrugt maar verkleint. ``Jij wilt het onmogelijke, voor mij is het mogelijke onmogelijk. Ik sta misschien maar één trede onder jou op dezelfde trap.'' In die slotfase wordt hun correspondentie ook pas echt een tweegesprek. Pas dan durven ze de vreugde over hun vriendschap in woorden te vangen. ``Ik verlang echt naar je'', schrijft Brod. ``Wat een geluk Max jou te hebben'', antwoordt Kafka. Zo dicht bij elkaar en zo dicht bij de dood.

De uitgave van hun correspondentie in de serie privé-domein is al even liefdevol. Dat geldt voor de zorgvuldige vertaling van Willem van Toorn, net zo goed als voor het uitputtende notenregister. Een boek als een vriendendienst.

Mijn gegevens


Gustave Flaubert,
Haat is een deugd
gekozen tot GOUDEN PRIVÉDOMEIN



Kies het mooiste voorplat