Mijn Prive-domein
Mijn Privé-domein

Shortlist
Shortlist


Catalogus
Catalogus


Bijdragen aan website

Recensie

< Vorige pagina
Privé-domein nr. 174
Auteur(s): Søren Kierkegaard
Titel: Dagboeken
Recensent: Hans Dijkhuis
Bron: Trouw
Geplaatst door: Gerd-Jan Oud
Geplaatst op: 26-2-2007
Waardering: geen waardering bekend


De spillebenen van Kierkegaard
Soren Kierkegaard: Dagboeken. Gekozen en ingeleid door Sybren Polet. Vert. Cora Polet. De Arbeiderspers, Amsterdam. Privedomeinreeks nr. 174. 315 blz. 49,90.
Hij hield van de frisse zeewind die door de stad waaide, en tegelijk verfoeide hij haar provinciale bekrompenheid. Maar waar zou hij anders heen moeten? "Kopenhagen kan men niet verlaten zonder Denemarken te verlaten," schrijft hij in zijn dagboek, "zonder de Deense taal, de Deense nationaliteit kwijt te raken. Kierkegaards tijdgenoot Hans Christian Andersen trok er heen om er beroemd te worden. Ze kenden elkaar, maar vrienden zijn ze niet geworden. Kierkegaards eerste boek was een felle kritiek op Andersen, en als wraak stelde deze de filosoof in een van zijn verhalen voor als een krassende papegaai.

Beroemdheid was wel het laatste waar Kierkegaard naar streefde. Dat maakt hij in zijn dagboeken, waaruit onlangs een nieuwe selectie is verschenen in de reeks 'Prive-domein', telkens weer duidelijk. Maar hij ontkwam er niet aan, en zeker niet aan de onplezierige kanten ervan. In 1846 raakte hij, 33 jaar oud en met al meer dan tien boeken op zijn naam, in conflict met het satirische blad 'Corsaren' (De vrijbuiter). In polemische scherpte deed hij allerminst onder voor zijn tegenstander, maar de affaire bezorgde hem toch veel narigheid. De spotprenten die de tegen hem gerichte aanvallen illustreerden werden zo bekend dat hij niet meer de straat op kon gaan zonder honende opmerkingen van zijn stadgenoten. Zijn spillebenen en de ongelijke lengte van zijn broekspijpen werden zaken van nationaal belang.

Kierkegaard werd, zoals hij zelf in zijn dagboek schrijft, voortaan beschouwd als een interessant ding. Deze publieke aandacht voor zijn uiterlijk was vooral zo pijnlijk omdat zij, naar zijn eigen mening, gepaard ging met het volstrekte onbegrip voor zijn innerlijk. Het gevoel niet te worden begrepen verleidt hem tot een aristocratische zelfverheffing boven het gepeupel. Hij acht zich te groot voor Denemarken. De eenling tegenover de massa - dat is precies de tegenstelling waar het in Kierkegaards werk om draait. Hij ziet een steeds grotere eenvormigheid, die ten koste gaat van individualiteit. Mensen vermijden de risico's van het individuele bestaan, het maken van strikt persoonlijke keuzes, het dragen van verantwoordelijkheid voor het eigen leven.

Als oorzaken van deze ontwikkeling beschouwt hij de opkomst van de grote steden, de centralisatie van het bestuur, de overheersende rol van het geld. Hij legt de schuld ook, en niet in de laatste plaats, bij de pers waarvan hij de macht zelf had ervaren: zij levert kanten-klare meningen, die zelfstandig nadenken overbodig maken.

Nu is de kritiek van filosofen op de 'massamens' bijna even oud als de filosofie zelf. Hoe dommer filosofen die massa afschilderden, des te beter kwam de voortreffelijkheid van hun eigen, hyperindividuele bestaan tot uiting. Ik denk dat het bestaan van zo'n homogene massa voor een belangrijk deel een hersenspinsel van die filosofen was. In zekere zin geldt dat ook voor Kierkegaard. Hij aarzelde niet, zichzelf als een onbegrepen genie te beschouwen, Want "een genie is iemand die met iets nieuws komt" , en daarom wil niemand iets van hem weten. Maar het is deze zelfde 'geniale' vernieuwingsdrang die Kierkegaard uittilt boven het elitaire denken. Hij wil het onderscheid tussen individu en massa juist opheffen. "Waar we heen moeten is naar het kweken van persoonlijkheden," noteert hij. Hij voelde het als zijn bestemming zijn tijdgenoten te bevrijden van de sleur waarin hij hen zag leven, van de oppervlakkige illusies die ze najaagden. Hij probeerde hen ervan te overtuigen dat ze zelf verantwoordelijk waren voor hun bestaan. Het zijn de thema's van wat later de 'existentie-filosofie' is genoemd, een wijsgerige stroming waarvan Kierkegaard als de grondlegger wordt beschouwd.

Voor dit doel was hij bereid vernederingen en mishandelingen te verdragen. Hij wilde "de menigte hervormen" , en juist daarin school zoals hij zelf schrijft, zijn martelaarschap: "Wat betekent vervolgd worden door de regering vergeleken met het dagelijks vervolgd worden, elk uur van de dag, door al die duizenden en duizenden mensen?"

Pathetische woorden, zeker voor een schrijver die beroemd is om zijn ironie. Van de ironie die veel van zijn geschriften kenmerkt is in zijn dagboeken weinig terug te vinden. Wel geeft hij er een verklaring van: zij komt voort uit zijn bedroefdheid verkeerd te worden begrepen. Het was voor hem een middel om het algemene onbegrip te trotseren en vast te houden aan het ware dat hij dat had ontdekt. Hij verdroeg zijn martelaarschap om "de idee van de waarheid te dienen" . Die waarheid was niet louter een kwestie van wijsgerige kennis - zij eiste de inzet van zijn hele leven, de uiterste consequentie van zijn handelen.

Om die reden verbrak hij zelfs de verloving met zijn grote liefde Regine Olsen. In de nieuwe selectie uit zijn dagboeken komt deze dramatische gebeurtenis uitgebreid aan de orde. Het was het grootste offer dat hij bracht aan de idee van de waarheid. In een aangrijpende notitie geeft hij zijn eigen versie van het offer van Abraham. Als de oude man zijn mes al heeft getrokken doet hij zich tegenover Izak voor als een gewetenloze en goddeloze moordenaar, uit angst dat zijn zoon, als hij zou beseffen dat God zelf het offer wilde, Hem zou vervloeken. Abrahams innerlijke conflict biedt, zo merkt Kierkegaard op, de sleutel tot zijn eigen leven. Hij doelt kennelijk in de eerste plaats op zijn opoffering van Regine aan de 'idee' (waar overigens door geen engel een stokje voor werd gestoken). Ook hij stelde zich hardvochtig en wreed tegen haar op, zodat zij een afkeer van hem zou krijgen en vrede met de breuk zou hebben. Hij voelde zich zelfs een moordenaar - Regines vader had hem gezegd dat de verbreking haar dood zou worden. Achteraf bleek dat mee te vallen, zij trouwde met iemand anders en leidde het gezinsleven dat Kierkegaard zichzelf na lange innerlijke strijd had ontzegd.

De vergelijking met Abraham is niet toevallig, en evenmin de gedachte van een vrijwillig martelaarschap terwille van de waarheid. Kierkegaard was een christen, ook al hebben weinigen het christendom zo ongenadig gehekeld als hij. Maar wat hij hekelt verdient volgens hem de naam christendom niet meer; het is een verstarde leer geworden, verzand in onverschilligheid en eigenbaat. Wat verdween, is de religie zoals die hem voor ogen staat: gekenmerkt door een strikt persoonlijk relatie tussen mens en God, door de bereidheid alle aardse genoegens, zelfs het leven, op te geven voor God. Zijn breuk met Regine noemt Kierkegaard "religieus gezien mijn verloving met God" . Het is een voorbeeld van de meest wezenlijke , existentiele keuze waarvoor de mens in zijn leven geplaatst wordt.

Kierkegaards grief tegen het christendom van zijn tijd is dat het zelf tot een massafenomeen is geworden, dat het de kant van de wereld en het eindige heeft gekozen. Het wordt elk kind met de paplepel ingegoten. Van 'vrees en beven' (de titel van zijn boek over Abraham) is in zo'n godsdienst geen sprake meer. "Zoals alles getraind is op het gemak v.d. eindigheid" , noteert hij, "zo is God zelf afgericht; de dominees hebben hem aan de lijn." Het christendom is een broodwinning geworden - zelfs als onomstotelijk werd bewezen dat Christus nooit had bestaan zouden de dominees naar Kierkegaards mening nog op hun post blijven. Gods woord leeft niet meer, het wordt nog slechts massaal als leer verspreid: "Volgens onze huidige manier van denken zou men menen dat God toch zeker tot na de uitvinding van de boekdrukkunst gewacht zou hebben met geboren worden, dat het daarvoor nog niet de volheid der tijden was en dat hij zich verzekerd zou hebben van twee, drie snelle drukpersen."

Een kant-en-klare leer presenteren, dat was het laatste wat Kierkegaard wilde. Zijn wijsbegeerte heeft een door en door persoonlijk en concreet karakter en laat zich niet in een systeem vangen. Wat ik zeg mag niet worden gedoceerd, schrijft hij, en elders, in een niet in deze uitgave opgenomen fragment, uit hij zijn (terechte) angst dat na zijn dood docenten en professoren zich meester zullen maken van zijn, naar eigen zeggen, niet geringe intellectuele kapitaal. Hij wilde zijn tijdgenoten niet iets opdringen, maar hen wakker schudden, aan het denken zetten. Hij verfoeide de geldzucht en roemzucht die zich volgens hem ook meester hebben gemaakt van de wijsbegeerte en de literatuur. "Mijn schrijversbestaan is zuiver als pas gevallen sneeuw, ver van alle aardse begeren en staat in dienst van een idee." Het klinkt nogal vroom, maar we moeten hem gelijk geven: hij schreef als een gedrevene.

Kierkegaard beschouwde het schrijven in zijn dagboek als een 'oefenen achter de schermen'. Maar ook deze notities laten, in al hun onafheid, zien dat hij een geboren schrijver is. De samensteller van deze nieuwe uitgave, Sybren Polet, heeft met zijn keuze vooral Kierkegaards schrijverschap willen benadrukken. Maar schrijven en filosoferen zijn bij Kierkegaard eigenlijk niet te scheiden.

Dat Kierkegaard goed kon schrijven wil nog niet zeggen dat zijn filosofie ook altijd toegankelijk is. Het onbegrip waar hij zo over klaagt is ook aan hemzelf te wijten, of liever aan het feit dat hij experimenteerde met een heel nieuwe stijl van filosoferen waarin het niet primair om kennis maar om leven gaat, niet om het bezit van de waarheid maar om het zoeken daarnaar. Al schrijvend ontwikkelde hij zijn gedachten, ook in zijn dagboeken. De aantekeningen die Polet geselecteerd heeft zijn gelukkig doorgaans goed te lezen zonder wijsgerige voorkennis, al had hij in zijn noten soms wel wat meer uitleg mogen geven.
Mijn gegevens


Gustave Flaubert,
Haat is een deugd
gekozen tot GOUDEN PRIVÉDOMEIN



Kies het mooiste voorplat