Mijn Prive-domein
Mijn Privé-domein

Shortlist
Shortlist


Catalogus
Catalogus


Bijdragen aan website

Recensie

< Vorige pagina
Privé-domein nr. 261
Auteur(s): Koos van Zomeren
Titel: Nog in morgens gemeten
Nieuw Herwijns dagboek
Recensent: Clara Strijbosch
Bron: De Volkskrant
Geplaatst door: Gerd-Jan Oud
Geplaatst op: 12-3-2007
Waardering: geen waardering bekend


Een dodelijk schot hagel in de nek
de Volkskrant, Boeken, 26 mei 2006 (pagina 24)


Eind december 1951 wordt de jonge boer Lin (Leendert) van Zandwijk in de polder bij Herwijnen gedood door een schot hagel uit het geweer van jachtopziener Willem Bijl. Was het moord? Het verhaal van het drama loopt als een rode draad door Koos van Zomerens tweede Herwijnse dagboek Nog in morgens gemeten, niet zozeer een opvolger als wel een voortzetting van zijn eerste Herwijnse dagboek, Een jaar in scherven (1988). Herwijnen moet inmiddels een van de bekendste dorpen van Nederland zijn - behalve Van Zomeren schreef ook Rudie van Meurs erover - en net als het Jorwerd van Geert Mak <http://nl.wikipedia.com/wiki/Geert_Mak>; is het geofferd aan de god die vooruitgang heet.
Over de moord in de Herwijnse polder staan uiteindelijk de standpunten van Lins broer (moord) en Willems zoon (het was een ongeluk) tegenover elkaar. Wat de revue gepasseerd heeft, is niet hoe het precies zat, maar hoe erover gepraat wordt. Wat Willem Bijl voor man was? Een goeie man, maar driftig. En, volgens Piet de Duif, een van Van Zomerens zegslieden, hadden die jongens (de stropende boerenzoons) hem het bloed onder de nagels vandaan gehaald.
De ongerijmdheden in de geschiedenis zijn er ook. Beide mannen zouden hebben staan trekken aan een fiets, Lin zou zijn mes hebben getrokken, Bijl zou hem met het geweer hebben geslagen en daarbij ging het geweer af.
De hagel trof Lin in de nek. Hij overleed ter plekke. Nadat Willem Bijl bij een eerste rechtszitting was vrijgesproken, bleek het rechtsgevoel in het dorp zo geschokt, dat er een tweede volgde. Opnieuw werd hij vrijgesproken.
Nadat de horlogemaker te verstaan was gegeven dat hij beter geen zaken meer kon doen met Willem Bijl en verschillende boeren zich met hooivork aan de slootkant hadden geposteerd als Willem langskwam, was duidelijk dat hij beter kon vertrekken. Op den duur praatte niemand er meer over.
Op de grafsteen, waar Leendert en een als kind overleden, naar hem vernoemd neefje liggen, staat ‘zalig is hun lot/ jong gestorven, vroeg bij God’.
Was ’t hum schuld, of was ’t hum schuld?, vraagt een van zijn oude zegslieden aan Koos. Maar Van Zomeren wil met zijn verhaal nu net duidelijk maken dat niets zo eenvoudig ligt. Wat hij zoekt zijn de verhalen, is hoe mensen leefden met elkaar en met het landschap - die twee nadrukkelijk verbonden: er was in Herwijnen niets anders. ‘Je wás boer of je wérkte bij de boer.’ En iedereen kende iedereen. Mensen in dit boek heten Kiene van opoe, Kiene van Lin de Beul, Gerrie van ome Gijs. Dat is niet knus of schilderachtig, het is gewoon de toestand van nog geen zestig jaar geleden die onherroepelijk veranderd is.
En niet ten goede. Van Zomeren laat er geen misverstand over bestaan: hij beschouwt het landschap als verwoest door een verwoestend systeem; de vooruitgang heeft geleid tot onverdraaglijke lelijkheid, herrie en een land waarin ‘de rotzakken nu zo’n beetje het hele openbare leven en zo goed als de hele openbare ruimte … domineren’. Het zit hem in dit boek steeds in de weg, hoe de vooruitgang de inwoners van Herwijnen verloste uit barre armoede en hij toch zo gekant is tegen wat die vooruitgang teweegbracht. ‘Je kunt je toch op z’n minst afvragen welke prijs voor het opheffen van die armoede betaald werd.’ Jazeker kan dat. Je kunt je ook afvragen of het wel de bedoeling was de armoede op te heffen. Daarvoor had minder dan de helft van het asfalt dat het land inmiddels bedekt, volstaan.
Van Zomeren maakt het zichzelf en zijn lezers niet makkelijk. Hij is jaloers op iemand die zegt wat hij denkt, sterker nog: gewoon denkt wat hij denkt. Zelf peutert hij geduldig voort. Het gaat niet snel, dit boek, en het heeft een bedrieglijk keuvelende toon. Koos denkt wat, Koos praat wat, Koos gaat met de hond wandelen, het regent en er komt eens iemand langs.
Of Lin van Zandwijk omkwam bij een ongeluk of door moord, wordt niet opgehelderd. De verwoesting van het Nederlandse landschap kan alleen nog maar worden uitgesteld - en Van Zomeren vraagt zich af of je je er nog over moet opwinden. Maar hij doet het, en schrijft er met onverzettelijke koppigheid over. Het lezen van dit boek heeft iets van een stukje met iemand opwandelen. Er gebeurt niet veel, en dat is wel eens aangenaam.
Clara Strijbosch
Koos van Zomeren: Nog in morgens gemeten - Nieuw Herwijns DagboekDe Arbeiderspers319 pagina’s € 21,95 ISBN 90 295 6392 3(tevens als Privé-Domein nr. 261)
Copyright: Strijbosch, Clara

Mijn gegevens


Gustave Flaubert,
Haat is een deugd
gekozen tot GOUDEN PRIVÉDOMEIN



Kies het mooiste voorplat