Mijn Prive-domein
Mijn Privé-domein

Shortlist
Shortlist


Catalogus
Catalogus


Bijdragen aan website

Recensie

< Vorige pagina
Privé-domein nr. 255
Auteur(s): Sylvia Plath
Titel: De dagboeken 1950 -1962
Recensent: Jann Ruyters
Bron: Trouw
Geplaatst door: Gerd-Jan Oud
Geplaatst op: 12-3-2007
Waardering: geen waardering bekend


'Werk redt, werk verlost'
Trouw, 19 februari 2005

Na haar zelfmoord in 1963 groeide de Amerikaanse schrijfster Sylvia Plath uit tot een icoon van de vrouw die worstelt met de combinatie van artistieke en huiselijke ambities. Maar uit haar dagboeken spreekt behalve een gekwelde psyche vooral de enorme trouw aan haar literaire roeping. En die inspireert.
'Misschien word ik nooit gelukkig, maar vanavond ben ik tevreden.'' Zo luidt de eerste zin in Sylvia Plaths dagboek, geschreven op 18-jarige leeftijd, in juli 1950. Lekker moe is ze na een dag aardbeienuitlopers opplanten. ,,Nu begrijp ik hoe mensen zonder boeken, zonder college kunnen leven'', vervolgt ze. Even wil ze dat ook zelf, maar dat is maar even. ,,Ik houd van mensen zoals een postzegelverzamelaar van zijn verzameling houdt'', klinkt het alweer op de volgende bladzijde. Alles is grondstof, voeding voor objectieve (zelf)studie, voor beschrijvingen, en voor (hopelijk later) verhalen en gedichten.

Prachtig is de opening van deze collectie dagboekaantekeningen die verder juist zullen getuigen van een gierende onrust; van een voortdurend verlangen om te schrijven en te publiceren; van een even voortdurende angst te falen, afgewezen te worden. Tevredenheid past niet bij Sylvia Plath. Extatisch is ze, euforisch, woedend, diep depressief, vol twijfel, angst, afgrijzen. Niet zelden wisselen die gevoelens elkaar af op een enkele bladzijde.

Zoals op huwelijksreis in Spanje met echtgenoot Ted Hughes. ,,Een fantastische, knappe, superintelligente echtgenoot'', schrijft ze. ,,Volmaakt geestelijk en lichamelijk welzijn (..) We worden geleidelijk aan klaarwakker.'' Om in de volgende alinea even hartstochtelijk te klagen over pijn die als een scherp mes binnendringt. ,,Alleen, meer en meer alleen'', verzucht ze fatalistisch na een ruzie.

De nu voor het eerst in het Nederlands verschenen dagboeken van de Sylvia Plath, sinds de jaren zeventig icoon van dichtkunst, depressie, en gevangenschap in huwelijk en zorg, beschrijven een twaalf jaar durende worsteling met schrijven, leven en liefhebben -van haar achttiende tot haar zelfmoord op dertigjarige leeftijd.

Het zijn dagboekaantekeningen die nooit voor publicatie bestemd waren en ze onderscheiden zich in eenzijdigheid, directheid en intimiteit niet van andermans dagboekaantekeningen. Wel in genie en stijl. Plath beschrijft herkenbaar getob (gedoe met vriendjes, seks; later werk, huwelijk, zorg) maar met ongekende intensiteit en scherpte. Haar dagboek is bovendien haar oefenterrein. Ze experimenteert met vorm en stijl, ze maakt opzetjes voor verhalen en gedichten, dubt over onderwerpen voor een roman. Haar aantekeningen bieden zo een fascinerend inkijkje in de wording en groei van een groot schrijfster.

Als er volop geleefd wordt, wordt er echter niet geschreven. En dus ontbreken zowel aantekeningen uit de maanden van de aanloop naar haar huwelijk met Hughes als notities in het jaar na haar eerste zelfmoordpoging in 1953. Turbulente tijden waarin Plath geen dagboek bijhield. Vlak voor haar tweede (geslaagde) zelfmoordpoging in 1963 deed ze dat overigens wel, maar ook die aantekeningen ontbreken. Eén dagboek werd door Ted Hughes vernietigd omdat hij niet wilde dat hun kinderen het zouden lezen, een ander verdween spoorloos.

Nieuw in deze Nederlandse vertaling en sterk ingekorte bewerking van de in 2000 verschenen, ongecensureerde editie is de nu complete passage van de ontmoeting met Hughes op een feestje in Cambridge in 1956, waarbij hij haar op de mond kust en zij hem in zijn wang bijt. Nieuw zijn ook de aantekeningen naar aanleiding van haar psychoanalyse bij Dr.Ruth Beuscher in 1958 en 1959, de psychiater die eerder toezicht hield bij Plaths in 'The Bell Jar' zo koeltjes beschreven elektroshock-therapie in 1953.

,,Ik geef je toestemming je moeder te haten'', zegt deze Beuscher tijdens de analyse, waarna Plath in haar dagboek bladzijden lang tekeer gaat tegen haar veeleisende, zichzelf opofferende moeder die zij 'dodelijk als een cobra' en een 'wandelende vampier' noemt. Deze passages zouden aanvankelijk tot 2013 verzegeld blijven, maar Hughes ontsloot ze vlak voor zijn dood in 1998. Het zijn in hun bloemrijk vertolkte woede imposante aantekeningen.

Plath internaliseerde tegen wil en dank de verwachtingen van haar moeder. Ze was een faalangstige perfectionist en dat was ze in alles. De man moest ideaal, het huis moet opgeruimd, het kapsel moet goed, het diner moet lekker en gedicht of verhaal moeten gepubliceerd, liefst in The New Yorker. Het schrijven is haar diepste drijfveer. ,,Werk redt. Werk verlost'', schrijft ze.

Dat voortdurende streven naar een beter leven, waarachter wanhoop, onzekerheid en existentiële twijfel even voortdurend opdoemen, werkt in al zijn geploeter merkwaardig inspirerend. Dapper verwerkt Plath afwijzing na afwijzing. Wordt ze wel gepubliceerd, dan is ze maar heel even blij, om direct weer naar iets hogers te reiken. Afwisselend strenge kritiek en bewondering uit ze ook over het werk van voorgangers als Virginia Woolf aan wier schrijversdagboek zij op haar beurt steun ontleent -,,Haar boeken maken de mijne mogelijk!''- over idool D.H. Lawrence en over benijde tijdgenoten als de dichteressen Adrienne Rich en Anne Sexton.

Plaths leven bestaat uit vele kleine levens, schrijft ze zelf, en al die elkaar bestrijdende personages tref je in deze dagboeken aan: het kind van de te vroeg gestorven, beweende vader, de dochter van de gehate 'vampier'-moeder, de door haar grote liefde ondersteunde dichteres die dankzij hem tot scheppen komt, de in huishouden en verzorging gevangen echtgenote voor wie het feminisme te laat kwam, de gewonde, verraden geliefde die op wraak zint. Deze dagboekaantekeningen kunnen nu worden aangevuld met alles wat er sindsdien over haar leven bekend is geworden. Met Hughes' versie in 'Birthday Letters', met ontelbare verslagen van anderen, maar voor alles nog steeds met Plaths eigen werk.

Dat werk is in het verleden wel te gemakkelijk afgedaan als autobiografisch, als directe bekentenispoëzie, vooral populair vanwege het door de schrijfster geleefde melodrama. Dit dagboek biedt nu niet zozeer de waarheid over dat melodrama als wel de onmisbare ruwe versie. Ze tonen Plath zo direct en indirect als een geniale schrijfster; een die secuur en langdurig kneedde aan haar teksten, zowel aan haar onderkoelde, onomwonden proza als aan haar furieuze, beeldenrijke poëzie.

Mijn gegevens


Gustave Flaubert,
Haat is een deugd
gekozen tot GOUDEN PRIVÉDOMEIN



Kies het mooiste voorplat