Mijn Prive-domein
Mijn Privé-domein

Shortlist
Shortlist


Catalogus
Catalogus


Bijdragen aan website

Recensie

< Vorige pagina
Privé-domein nr. 254
Auteur(s): Gérard de Nerval
Titel: Het treurige beroep van schrijver
Recensent: Paul Depondt
Bron: De Volkskrant
Geplaatst door: Gerd-Jan Oud
Geplaatst op: 12-3-2007
Waardering: geen waardering bekend


Autobiografie van de waanzin
de Volkskrant, Boeken, 12 november 2004 (pagina 24)

De jonge Gérard de Nerval vroeg een keer aan zijn oom, die hem opvoedde, wie God nu eigenlijk was. 'God', antwoordde zijn oom, een eerlijke plattelander die de revolutie nog had meegemaakt, 'is de zon.' Enkele jaren later, vertelde zijn vriend Théophile Gautier, was de dichter op bezoek bij Victor Hugo op het Parijse place des Vosges. Hij gooide tijdens het diner 'de Hemelen en de Hellen van een aantal totaal verschillende religies met een angstvallige onpartijdigheid door elkaar'. Nerval, merkte een van de gasten op, geloofde in geen enkele godsdienst.
'Geen enkele religie?', vroeg een verbijsterde Nerval. 'Maar ik heb zeventien religies - minstens zeventien.' Het ontlokte Gautier de uitspraak dat 'het mooie Pantheon van Gérards verstand allengs een Pandemonium werd'. De dichter ging ten onder aan zijn hallucinaties en kwellingen.
In een van zijn brieven, nu in vertaling in Het treurige beroep van schrijver, heeft Nerval het over een recensie van zijn verslag van een reis naar het Oosten, Les Nuits du Ramazan, 'Ramadannachten'. 'Hij bekeert zich zonder al te veel wroeging tot de islam . . .', had de schrijver Champfleury over hem geschreven. Nerval is geen mohammedaan geworden, integendeel. Hij vertelt in zijn brief aan de hoofdredacteur van de Messager des Théâtres et des Arts dat hij in Constantinopel bijna om het leven is gebracht, omdat hij uitdrukking had gegeven aan zijn afschuw over een terechtstelling. Zijn belager zei hem: 'Het hoofd van mensen die hoeden dragen kan ook wel afgehakt worden.'
Misschien tonen zulke passages aan waarom klassieke teksten als het reisverslag Ramadannachten of zelfs oude brieven en commentaren nog steeds zeer lezenswaardig zijn. Ze zeggen ons iets over Nerval, ze leren ons iets over zijn tijd, maar ook over onze opvattingen en onze tijd. Wat ging er om in Nervals geest?, vraagt Richard Holmes, een van zijn biografen, zich af. Zijn levensverhaal, schrijft hij in Footsteps, vond hij aanvankelijk 'zo kunstmatig, zo door en door - tja, Frans': duister, exuberant en gekunsteld. Nerval is lange tijd ook in Nederland nagenoeg onbekend en onbemind gebleven, al heeft hij wel enkele uitgesproken bewonderaars: schrijver Geerten Meijsing, dichter Menno Wigman, essayist en criticus Arnold Heumakers, en nu vertaler Edu Borger met Het treurige beroep van schrijver.
Nerval was een getourmenteerd dichter. Zijn goden, waar hij het over had, werden meer en meer boze geesten; in de schemering zag hij vooral kwelgeesten. Begin 1841 - Nerval was drieëndertig - trad voor het eerst de geestesziekte aan het licht waarvan hij nooit helemaal zou genezen en waarvan hij in zijn 'autobiografie van de waanzin' Aurélia een beeld gaf; 'acute manie', luidde de diagnose.
'Je suis le Ténébreux, - le Veuf, - l'Inconsolé', luidt de beroemde regel uit Les Chimères, het gedicht 'El Desdichado' ('de onterfde') uit de 'hersenschimmen': 'Ik ben de Sombere, de Weduwnaar, de Ongetrooste'. (Een Vlaams bewonderaar, Paul Claes, vertaalt: 'Ik ben die duister is, - bestorven, - ongetroost.') Nervals leven was een en al beproeving: hij was twee toen hij zijn moeder verloor; zijn vader was in dienst van Napoleon als legerarts gekazerneerd in Polen en Duitsland en zag hij nauwelijks in zijn kindertijd; hij groeide op in het dorpje Mortefontaine in de Valois bij zijn oom, nichten en tantes; hij verloor er zijn jeugddromen en de 'lieftallige meisjes' uit die tijd (waarover hij schreef in Sylvie) én treurde om zijn geliefde Jenny Colon, de comédienne die met een ander trouwde en al heel vroeg stierf (uit het boek Aurélia).
Het wonderkind Gérard Labrunie, de jonge dichter die zich later Nerval noemde naar een stuk land dat zijn familie van moederszijde toebehoorde, het clos de Nerval, werkte de hele winter van 1827 - hij was toen pas negentien! - aan een vertaling van Goethes Faust. Toen hij het boek zag, zei de oude Goethe, die vijf jaar later zou sterven, dat hij 'nog nooit zo goed begrepen was'. De nu gevierde Nerval werd een literaire bourgeois maar leidde tegelijk een leven tussen de bohème van romantici, kunstenaars en dandy's.
Dankzij de fotografie, vond Holmes, is vanaf 1850 een heel nieuw soort biografie mogelijk. De door de eerste fotografen geportretteerden zijn geen 'personages' meer in het levensrelaas van hun biograaf, maar mensen van vlees en bloed, met hun gegroefde wangen, hun bleke teint en hun knokige handen. Op het beroemde portret dat Félix Nadar van hem maakte, zie je dat afgeleefde gezicht van Nerval, getekend door de herinnering aan gekkenhuizen, 'het portret van iemand die de gevoeligheid van een open zenuw had' - schrijft Borger in zijn voorwoord. De gekwelde poète maudit werd door koortsdeliriums getergd, periodieke aanvallen van krankzinnigheid en gewelddadigheid, vermoedelijk wat we nu 'manische depressiviteit' noemen.
Nerval werd meermalen opgenomen in de beroemde kliniek van dokter Esprit Blanche. Maar hij bleef reizen, dat hielp tegen zijn waanbeelden, en vooral ook schrijven, 's nachts in cafés. Telkens zag hij l'autre, een ander die hij in zijn waandenkbeelden tegenkwam en die hij haatte. Je suis l'autre, schreef hij onder zijn eigen portret, 'ik ben het niet, dit is de ander'. Hij had krankzinnige visioenen. 'De Droom is een tweede leven', schrijft hij in Aurélia of de droom van het leven. 'Ik heb nooit zonder te sidderen door die ivoren en hoornen poorten kunnen dringen die ons van de onzichtbare wereld scheiden.' Zijn visioenen waren memorabilia, zei Nerval, een verwijzing naar de ziener Emmanuel Swedenborg; zijn teksten, zei Gautier, waren 'herinneringen aan de waanzin gedicteerd aan de rede'.
In Le Roi de Bicêtre - Raoul Spifame, het verhaal van de waanzin van een hoogst eigenaardige figuur die rond het midden van de 16de eeuw leefde, het openingsverhaal van Het treurige beroep van schrijver, gaat het over dat beeld en dat spiegelbeeld. Spifames waanzin, schrijft Nerval, 'was tot dan toe slechts een bepaalde vorm van gezond verstand en een soort logica geweest' wanneer hij onder curatele wordt gesteld. De fantast Spifame, waarin koning Hendrik de Tweede zijn spiegelbeeld zag, werd voor de rechtbank gedaagd en verliet de zitting als een echte gek, beroofd van zijn hersens, 'een van de meest rekkelijke breinen die ooit door de kerkers van het dolhuis zijn opgeëist'.
Was Nerval een van die fous littéraires, die 'literaire gekken' waarover de romanticus Charles Nodier schreef? De droom en het visioen zijn openbaringen voor de schrijver. Ontneem de dichter zijn visioen, zei Nodier, 'en je ontneemt hem zijn vleugels'. Nerval maakte in het gesticht vaak genealogieën, zoals de généalogie fantastique uit de Bibliothèque de l'Institut de France, een wirwar van lijnen en krommen, amorf gekras. Hij was op zoek naar 'een moeder'; hij heeft zijn moeder nooit gezien. 'Ik weet alleen dat ze leek op een gravure uit die tijd', schrijft hij in Promenades et souvenirs, 'naar Prud'hon of Fragonard, die de Ingetogenheid heette.' Haar brieven werden hem voorgelezen; in die tijd had Nerval altijd het gevoel dat zijn geest aangeslagen was 'door de beelden van verdriet en verlatenheid die mijn wieg omringd hebben'.
Op een koude winterdag, eind januari 1855, hing de levensmoede bon Gérard, zoals zijn vrienden hem altijd noemden, zich op aan een hek in de obscure Parijse rue de la Vieille-Lanterne. Pauvre Gérard had zijn hoed nog op. Toen zijn vader over de zelfmoord van zijn 44-jarige zoon hoorde, zei hij: Ah! Le jeune homme est mort, 'de jongeman is gestorven, 'een goede jongen, ik zal hem erg, ja erg missen'.
Copyright: de Volkskrant

Gérard de Nerval: Het treurige beroep van schrijver., Vertaald uit het Frans door Edu Borger., De Arbeiderspers Privé-Domein; 412 pagina's; € 27,50. ISBN 90 295 3688 8., Florence Delay: Dit Nerval., Gallimard/folio, import Nilsson, Lamm; 153 pagina's; € 6,06. ISBN 2 07 031597 5.

Mijn gegevens


Gustave Flaubert,
Haat is een deugd
gekozen tot GOUDEN PRIVÉDOMEIN



Kies het mooiste voorplat