Mijn Prive-domein
Mijn Privť-domein

Shortlist
Shortlist


Catalogus
Catalogus


Bijdragen aan website

Recensie

< Vorige pagina
Privé-domein nr. 249
Auteur(s): Anna Achmatova
Titel: De echte twintigste eeuw
Autobiografisch proza
Recensent: MichaŽl Zeeman
Bron: De Volkskrant
Geplaatst door: Gerd-Jan Oud
Geplaatst op: 13-3-2007
Waardering: geen waardering bekend


Kluizenares van de kunst
de Volkskrant, Boeken, 17 februari 2006 (pagina 24)

Anna Achmatova is een van de twee met niemand te vergelijken dichteressen die de Russische literatuur van de 20ste eeuw zo belangrijk maken; die andere is Marina Tsvetajeva. Allebei hebben zij de toon die in de 19de eeuw door Aleksandr Poesjkin was gezet, dat hoogst oorspronkelijke lyrische geluid, voortgezet en verder ontwikkeld. Hun werk geeft weerklank aan het dramatische verloop van de geschiedenis van Rusland in het tijdvak van hun leven, maar het geeft daar ook gestalte aan. In de poëzie is de geschiedenis een aaneenschakeling van individuele indrukken en de verwerking daarvan. Soms is het nuttiger naar de geschiedenis van de poëzie te kijken om iets van de geleefde werkelijkheid te begrijpen, dan naar die van de politiek.
Van de beide dichteressen is Achmatova degene die het breedste register bespeelde. Zij heeft zowel epische poëzie geschreven, als intieme lyrische; haar werk loopt uiteen van symfonie tot kamermuziek. Als er een kunstenaar onder haar tijd- en lotgenoten is geweest met wie je haar en haar werk kunt vergelijken, is dat de componist Dmitri Sjostakovitsj: veelzijdig, gedreven, niet bang van pathos en al evenmin van een besef van het transcendente, levenslang verdacht, verafschuwd en getreiterd door het communistisch schrikbewind waaronder zij hun dagen moesten slijten.
De dichteres Achmatova was al bij haar leven een legende. Als een kluizenares van de kunst leefde zij in het toenmalige Leningrad, een ranke en gesloten vrouw, ogend als het standbeeld van een Egyptische profetes, wier werken voornamelijk buiten haar eigen land verschenen en daar ontzag wekten. In eigen land was zij veroordeeld tot de marge, maar zowel haar werk als haar persoonlijkheid gaf voeding aan diep respect voor wie de kunst en de waarheid was toegedaan.
Beroemd zijn de tekening die Amedeo Modigliani van haar maakte en de nachtelijke bedevaart die de filosoof Isaiah Berlin naar haar huis ondernam bij een bezoek aan Leningrad. Voor Modigliani, de schilder van de uitgerekte en uitgemergelde vrouwengestalten, moet zij het ideale model zijn geweest, voor Berlin was zij de stem van het nobele Rusland dat door de revolutie vrijwel vernietigd was.
En ondertussen zat de dichteres zelf, verguisd en beroofd van vrienden en verwanten, de taal te herscheppen tot een monument van sensibiliteit en weerbaarheid. Zij heeft veel liefdeslyriek geschreven, maar die is ook bijna altijd doodslyriek. Afscheid en verlatenheid werden tegen wil en dank haar vaste thema's. Zij was in 1889 geboren in Odessa en stierf in 1966 in Leningrad: haar volwassen leven viel samen met de zwartste bladzijden uit de geschiedenis. Daar danken wij die indrukwekkende poëzie aan.
Soms heeft zij zich ook in proza uitgedrukt: ze deed verscheidene keren een poging haar autobiografie te schrijven, ze scheef een commentaar op haar beroemdste gedicht, het 'Epos zonder held', en ze schreef haar herinneringen op aan kunstenaars die ze van nabij had meegemaakt: Modigliani, de dichters Aleksandr Blok en Osip Mandelstam. Ook maakte zij soms dagboeknotities. Dat proza is nu verzameld in een dun deeltje autobiografische geschriften, De echte twintigste eeuw. Daar gaat, doordat de poëzie eruit is weggelaten, de suggestie van uit dat zij als kroniekschrijfster van gewicht is.
Dat is een treurig stemmende vergissing en een mismoedig makende vertekening.
In 1989 verscheen bij uitgeverij Meulenhoff een bloemlezing uit de gedichten van Achmatova, aangevuld met enkele autobiografische prozastukken, Vlucht van de tijd. De keuze, de vertaling en het commentaar waren van Hans Boland. Die uitgave was te beschouwen als de kroon op zijn inspanningen om Achmatova voor Nederlandse lezers toegankelijk te maken. Acht jaar daarvoor had Boland een royale bloemlezing uit haar poëzie vertaald, In andermans handen, en in 1984 had hij haar hele Epos zonder held vertaald. Die uitgaven hadden Achmatova in Nederland een schare toegewijde en belangstellende lezers bezorgd.
De voornaamste stukken in de nieuwe uitgave van haar prozawerk, De echte twintigste eeuw, stonden ook al in die uitgave van Boland. De reeks autobiografische aantekeningen 'Pro domo sua' heette bij Boland nog 'Het boek dat ik nooit zal schrijven', van de 'Herinneringen aan tijdgenoten' nam Boland alleen de stukken over Blok, Modigliani en Mandelstam op. Maar dat zijn wel de belangrijkste en langste stukken. Ook nam hij Achmatova's beschouwing over haar eigen beroemde gedicht op, 'Proza bij het Epos'. Het enige werkelijk nieuwe in de huidige uitgave zijn de dagboeknotities, nog geen kwart van het totaal.
Voor het proza baseerde Boland zich op oudere uitgaven in het Russisch van Achmatova's werk. De huidige vertaalsters, Alissa Leigh en Silvana Wedemann, gebruikten de nieuwe uitgave van Achmatova's werken, die begon te verschijnen jaren nadat Boland klaar was. Daardoor verschillen de teksten nu op ondergeschikte punten van de zijne: ze zijn soms iets uitvoeriger, soms kennen ze een andere opbouw. Doordat de nieuwe Russische uitgave een wetenschappelijke is, komt dat de leesbaarheid niet ten goede; we krijgen nu soms ook varianten en zinloze herhalingen te zien.
Maar wat vervelender is, is dat de nieuwe vertaling lang niet altijd even goed is als, of beter is dan die van Boland. Dat kan aan die grondtekst liggen, die ik niet gezien heb, maar dat denk ik niet. Er staan namelijk zoveel rarigheden in, dat ik de indruk heb dat Leigh en Wedemann eenvoudig minder goede vertalers zijn dan Boland. Zij schrijven bovendien geregeld beroerd Nederlands - 'een wisselend succes' voor 'wisselend succes' - en hanteren dat akelige modieuze anglicistische 'meest' voor een bijvoeglijk naamwoord waar wij de overtreffende trap kunnen maken door gewoon -st achter zo'n woord te plakken ('meest verschrikkelijk' voor 'verschrikkelijkst').
De annotatie is, zoals de afgelopen jaren steevast het geval is bij uitgaven in de ooit illustere reeks privé domein, een rommeltje: sommige beroemdheden krijgen een noot, anderen, onbekenden, niet. De eerder in dezelfde reeks uitgegeven schrijfster 'Zinaida Hippius' heet nu ineens 'Gippius', en de vertaalsters besloten dat de Dode Zee rollen waarover Achmatova schrijft, in enkele grotten aan de Zwarte Zee zijn gevonden. Voor wie Russisch kent, zijn dat begrijpelijke strapatsen, maar een vertaling wordt gemaakt voor wie geen Russisch kent. De inleiding ten slotte is verwaarloosbaar: wie werkelijk iets over Achmatova aan de weet wil komen, kan nog altijd het best te rade gaan bij Bolands uitstekende inleiding op de bundel Epos zonder held.
Maar het vervelendst is dat Achmatova's proza los is gemaakt van haar poëzie. In Vlucht van de tijd stonden die prozastukken na de gedichten, waar ze hetzij een commentaar op vormen, hetzij een verantwoording of een toelichting. In De echte twintigste eeuw (de titel is ook al een verzinsel) staat geen enkel gedicht van Achmatova. Wij lezen het commentaar op een gedicht dat wij niet te lezen krijgen, en autobiografische toelichtingen bij poëzie die niet beschikbaar is. Dat slaat juist bij deze geweldige dichteres nergens op.
Michaël Zeeman
Anna Achmatova: De echte twintigste eeuw - Autobiografisch prozaVertaald uit het Russisch door Alissa Leigh en Silvana WedemannDe Arbeiderspers216 pagina's 24,95 ISBN 90 295 0051 4
Copyright: Zeeman, Michaël

Mijn gegevens


Gustave Flaubert,
Haat is een deugd
gekozen tot GOUDEN PRIVÉDOMEIN



Kies het mooiste voorplat