Mijn Prive-domein
Mijn Privé-domein

Shortlist
Shortlist


Catalogus
Catalogus


Bijdragen aan website

Recensie

< Vorige pagina
Privé-domein nr. 236
Auteur(s): Maarten 't Hart
Titel: Een deerne in lokkend postuur
Persoonlijke kroniek 1999
Recensent: T. van Deel
Bron: Trouw
Geplaatst door: Gerd-Jan Oud
Geplaatst op: 13-3-2007
Waardering: geen waardering bekend


Een adembenemende Haarlemmerstraatverschijning
Trouw, 1 april 2000

De twee vorige schrijvers die door uitgeverij De Arbeiderspers gevraagd werden een jaar lang hun dagboek bij te houden voor de serie Privé-domein, waren Rogi Wieg en Boudewijn Büch, die er beiden, ieder op zijn eigen wijze, een gênante vertoning van maakten. Het schrijven van een dagboek dat voor de openbaarheid bestemd is, vereist de nodige stilering. Wie daar niet toe in staat is, kan er beter niet aan beginnen. Eerdere dagboekaniers, Koos van Zomeren en Paul de Wispelaere, konden dat wel, en hun persoonlijke kronieken behoren tot het beste wat zij geschreven hebben.
Ook Maarten 't Hart, die gevraagd werd het laatste jaar van het vorige millennium te boekstaven, begrijpt wat een dagboek nodig heeft om voor lezers interessant te zijn. Hij weet dat hij een indruk moet geven van wat hij dagelijks meemaakt, van wat hij leest en wat hij denkt, maar hij beseft ook dat daarbij zijn eigen verleden en zijn herinneringen voortdurend meespelen. 't Hart is schrijver genoeg om de dagelijkse motieven in een groter biografisch verband te plaatsen, en om in actuele gebeurtenissen thema's te herkennen die zijn leven bepalen. De opdracht een dagboek te schrijven heeft hem in de gelegenheid gesteld herinneringen op te halen en die in de jaarstructuur van een dagboek in te passen.

In het dagboek heeft elke maand zijn eigen onderwerp. Aan elk onderwerp wijdt 't Hart een zogenaamde 'Excursie'. Zo roept de vermelding van de Haarlemmerstraat de herinnering op aan de ontmoeting met een mooi meisje op een decemberavond in 1963. ,,Het meisje schonk mij een glimlach'' en de bleue 't Hart nam onmiddellijk de benen ,,nog één maal omkijkend naar die adembenemende Haarlemmerstraatverschijning. Zij keek mij na en schonk mij over de allengs groeiende afstand een tweede zo mogelijk nog lieftalliger glimlach. Onthutst versnelde ik mijn pas.''

In de maanden daarop handelen de excursies over onder andere 't Harts ervaringen als televisiepresentator, zijn pogingen zijn rijbewijs te halen (niet gelukt natuurlijk), zijn hartstocht voor het lezen, zijn vroege fascinatie voor de als vrouw verklede man, en zijn platenclub. Men begrijpt uit deze opsomming dat allerlei kanten van Maarten 't Hart de revue passeren: zijn publieke optreden, zijn onhandige omgang met de auto, zijn grote belezenheid en kennis van de muziek, zijn wens om als Maartje verkleed door de wereld te gaan. Eén onderwerp krijgt opvallend genoeg geen uitwerking in een excursie, en dat is Bach. Wel schrijft 't Hart dikwijls over zijn geliefde componist en gaat hij, wat heel bijzonder is voor deze huismus, op bedevaart naar Leipzig, zogenaamd voor de Buchmesse, maar in feite voor Bach. Het dagboek is deels te zien als een voorbereiding op zijn grote Bach-boek dat nog dit jaar verschijnen moet.

Het aardige van het dagboek is zeker ook gelegen in de typisch 't Hartse manier van vertellen: een tikje oubollig, graag overdrijvend, met gevoel voor zelfspot, humoristisch en gegarandeerd negentiende-eeuws. Er staan prachtige scènes in van ontmoetingen met de schrijvers Hotz, Biesheuvel en Koenegracht. Daarnaast komen er bijzondere waarnemingen voor, zoals deze: ,,Van alle menselijke bezigheden vind ik fluiten de meest geheimzinnige activiteit. Niemand leert het je. Je weet zelf ook niet hoe je de tonen vormt.'' 't Hart is een echte fluiter, alleen heeft hij een bezwaar van het fluiten ontdekt, namelijk dat het mogelijk is een prachtige melodie na veelvuldig fluiten doodgefloten te hebben.

Over zijn behoefte zich zo nu en dan als vrouw te verkleden, laat 't Hart zich geregeld uit, hoewel hij zich had voorgenomen ,,de grote gekte'' buiten dit dagboek te houden. Wat is de zin van deze travestie? ,,Wat je wilt bereiken is, voorzover ik dat bij mezelf kan nagaan, de opheffing van dat schrijnende verlangen naar meisjes. Ben je zelf een deerne, dan hoef je niet meer naar meisjes te hunkeren.'' Maar dat grote smachten is eigenlijk al behoorlijk verleden tijd en de behoefte zich te verkleden is eerder toe- dan afgenomen. ,,Zou er dan behalve een paardenmiddel tegen het smachten, nog iets anders in schuilgaan? Een verlangen om een totaal ander mens te zijn? Hanneke zei laatst tegen mij dat ik een 'monument van treurigheid en verstardheid' ben. Wil ik daar in die kleren aan ontstijgen?''

De deerne waarin 't Hart zichzelf verandert, heeft de titel van het dagboek bepaald: 'Een deerne in lokkend postuur'. Deze formulering komt enkele malen voor en is afkomstig van Multatuli, die over opzettelijk mooi geschreven proza zei dat het was ,,als van een deerne die zich voor geld in lokkend postuur stelt''. 't Hart houdt niet van zulk proza en voert Nooteboom en Van Dis als voorbeelden op; hij heeft een hekel aan ,,dat specifiek literaire''. Die hekel strekt zich uit tot ,,het hele kerkgenootschap van de letterkunde''. In dit verband is zijn keuze van de titel van zijn dagboek wat merkwaardig: het dagboek wil onder geen voorwaarde geassocieerd worden met mooischrijverij, maar de titel verwijst daar wel naar.

Misschien zit het anders. Op een plaats in het boek waar 't Hart over esthetiek schrijft, citeert hij Multatuli nogmaals: ,,Schrijven is ontucht want óf men schrijft wat men meent en gevoelt, en dan is die intimiteit te fijn voor vreemden óf men schrijft anders dan men gevoelt en 't wordt een laffe kunstemakerij, als van een gemeene meid die zich voor geld in lokkend postuur stelt of glimlacht.'' Dat zou betekenen dat ook dit dagboek, naar het oordeel van de schrijver, niet de waarheid spreekt, maar 'kunstemakerij' is.

Zoals ik al zei: ik ben blij met de stilering en thematisering die 't Hart aan het jaar 1999 heeft gegeven. Het heeft een uitstekend verhalend en essayerend dagboek opgeleverd waarvan de 'kunstemakerij' niet ontkend kan worden, maar toch ook weer niet te zeer in het oog springt. Het leven is erin gebleven en het portret dat 't Hart geeft van zijn bestaanswijze en zijn denkbeelden, is gevarieerd en samenhangend. Die deerne wil hij zelf graag zijn, en ook wil hij haar graag weer ontmoeten, zoals die keer in de Haarlemmerstraat, toen zij naar hem glimlachte, nota bene staande voor een etalage met bruidsjurken.

Mijn gegevens


Gustave Flaubert,
Haat is een deugd
gekozen tot GOUDEN PRIVÉDOMEIN



Kies het mooiste voorplat