Mijn Prive-domein
Mijn Privé-domein

Shortlist
Shortlist


Catalogus
Catalogus


Bijdragen aan website

Recensie

< Vorige pagina
Privé-domein nr. 230
Auteur(s): Jean Cocteau
Titel: Dagboek van een duizendkunstenaar 1942 - 1954
Recensent: Margot Dijkgraaf
Bron: NRC Handelsblad
Geplaatst door: Gerd-Jan Oud
Geplaatst op: 14-3-2007
Waardering: geen waardering bekend


Altijd in staat van wording
NRC Handelsblad, 10 oktober 2003

Claude Arnaud: Jean Cocteau. Gallimard, 864 blz. EUR42,70

Op de ochtend van 4 april 1908 vulde het toen beroemde theater Femina aan de Champs-Elysées zich tot aan de nok. Op initiatief van de invloedrijke, populaire acteur Edouard de Max werd een hommage gebracht aan Jean Cocteau: de symbolistische dichter Laurent Tailhade nam het woord en brandde alle levende dichters af, met uitzondering van het wonderkind Cocteau. Die riep hij vanwege zijn `bittere conceptie' van de dichtkunst en dankzij zijn `jeugdig pessimisme' uit tot de `nieuwe Rimbaud', waarna de toptalenten van de Académie Française en de beste stemmen van de Opéra Cocteau's gedichten voordroegen.

De nieuwe kroonprins van de Franse poëzie raakte geheel in extase, een gemoedstoestand waarnaar hij de rest van zijn leven is blijven zoeken. Jean Cocteau was toen achttien jaar en kort daarvoor voor de tweede keer gezakt voor zijn eindexamen.

Het is maar één van de duizenden anekdotes uit de nieuwe biografie van Jean Cocteau van de romanschrijver Claude Arnaud, die zich eerder wijdde aan het levensverhaal van de achttiende-eeuwse aforist Chamfort. Zijn biografie van Cocteau telt, inclusief noten en index, 864 bladzijden. Dat is te veel voor de geïnteresseerde leek en tegelijkertijd te weinig voor de Cocteau-specialist. Maar wie geboeid is door het culturele debat van het begin van de vorige eeuw en zich interesseert voor details uit het persoonlijk leven van de toenmalige sterren uit de wereld van toneel, film, ballet, schilderkunst en literatuur, heeft aan Arnauds biografie een uitstekende, goed gedocumenteerde en prettig geschreven bron.

Sinds Cocteaus dood veertig jaar geleden, op 11 oktober 1963, zijn er veel nieuwe documenten openbaar geworden of aangetroffen in de nalatenschap van tijdgenoten. Daarvan heeft Arnaud gebruik gemaakt om het beeld van het fenomeen Cocteau completer dan zijn voorgangers in kaart te brengen. Door de enorme productie van de kunstenaar in verschillende disciplines duiken er steeds weer nieuwe brieven op, gedichten, tekeningen, muzikale composities, choreografieën, libretto's, schetsen voor kostuums en scenarioteksten.

Cocteau mag dan bij het grote publiek vooral bekend zijn als dichter, dandy en societyfiguur, het talent van dit enfant terrible van de creativiteit overschrijdt de literaire grenzen en raakt aan alle kunstdisciplines. Uit de biografie van Arnaud blijkt goed met welk gemak de kunstenaar vanuit de dichtkunst een uitstapje maakte naar het schrijven van een choreografie voor ballet, hoe hij opging in het maken van een film om zich daarna te wijden aan het beschilderen van de muren van een trouwkapel of hoe hij optrad als drummer en woordvoerder van Les six, een groep moderne componisten, om zich vervolgens te concentreren op het schrijven van een hymne aan de liefde.

Cocteau had een innerlijke obsessieve drang om steeds van bezigheid te veranderen, steeds weer een ander domein van de kunsten te betreden. `Zijn ziel is voortdurend onderweg', schrijft zijn biograaf, net zoals zijn teksten steeds van vorm veranderen, van gedicht naar essay, van autobiografie en verhaal naar scenario en film. In zijn gedreven creativiteit `vervelt' Cocteau voortdurend: hij laat zijn oude huid achter waarna hij in een handomdraai met een nieuwe tevoorschijn komt. Het maakt Cocteau tot een kunstenaar die op ieder moment van zijn leven `in wording' is, die zichzelf steeds vernieuwt, verandert, aanpast. `Cocteaux' (meervoud) zou dan ook een betere titel voor deze biografie geweest zijn, suggereert de auteur.

Cocteau werd geboren op 5 juli 1889, een paar uur voor de inauguratie van de Eiffeltoren, in een tijdperk waarin het de Franse bourgeoisie voor de wind ging. Zijn vader, advocaat, kon zich na goed gedane zaken volledig wijden aan de schilderkunst en de muziek, zijn moeder, dochter van een effectenmakelaar, bezocht in Parijs alle voorstellingen die de moeite waard waren. De programmaboekjes die zij na thuiskomst op het bed van haar getalenteerde, aanbeden zoon legde vormden de basis van zijn verbeeldingswereld, waarin alle kunsten samensmolten tot `de totale kunst', Cocteau's latere credo.

Na de zelfmoord van zijn vader, waarvoor ook Arnaud geen precieze verklaring heeft (vermoedde hij overspel van zijn vrouw?), ontstaat er tussen moeder en zoon een symbiotische, Proustiaanse relatie. Arnaud verklaart er Cocteaus grenzeloze narcisme mee en ook zijn ziekelijke behoefte aan erkenning. `Hij die leeft om anderen te behagen, heeft een absolute noodzaak te behagen om te kunnen bestaan. Alleen de blik van de ander kan aards maken wat hij aan goddelijks bezit.'

De eersten die hun blik op Cocteau laten vallen zijn de dichter Lucien Daudet en de pianist Reynaldo Hahn, waardoor zijn sluimerende homoseksualiteit, al aangewakkerd door zijn bewondering voor Oscar Wilde, zich verder ontwikkelt. Met Marcel Proust onderhoudt Cocteau een intense vriendschap, die gevoed wordt door eenzelfde vermogen tot observatie en imitatie, een wederzijdse overgevoeligheid en door eenzelfde innige relatie tot hun moeder. Het is ook een relatie vol amoureuze jaloezie en professionele rivaliteit: Proust slaagt er maar niet in een uitgever te vinden, terwijl iedereen wegloopt met de jongere Cocteau.

Tijdens zijn leven frequenteert de alleskunstenaar de groten van zijn tijd: de danser Vaslav Nijinsky, de schilder Amadeo Modigliani, de componisten Eric Satie, François Poulenc en Darius Milhaud, de dichter Guillaume Apollinaire, de schrijvers André Gide, Jean Genet, de modeontwerper Coco Chanel, de acteur Jean Marais (lange tijd zijn minnaar) - om er maar enkelen te noemen. In een documentaire over zijn leven noemt Cocteau de drie personen die voor hem cruciaal zijn geweest: Igor Strawinsky, Pablo Picasso en Raymond Radiguet. Strawinsky's Le Sacre du printemps was voor hem een openbaring: daarna liet hij zijn klassieke literaire modellen achter zich, keerde de literaire salons de rug toe en omarmde hij het modernisme. Vanaf dat moment experimenteerde hij met het futurisme en het kubisme, en zocht hij de transgressie in de poëzie, waarmee hij bijdroeg aan zijn imago van eeuwig rebellerende dichter die door de maatschappij wordt uitgesloten. Het dadaïsme van Tzara, dat de principes van schoonheid radicaal afzwoer, zocht hem aan als voorman totdat de surrealist André Breton, die Cocteau `de meest vreselijke man ter wereld' vond, hem aan de kant wist te zetten.

Picasso ontmoette Cocteau vlak voor de Eerste Wereldoorlog. Vanuit de loopgraven, waar hij vrijwillig diende als ambulancemedewerker, onderhield hij intensief contact met hem. Zijn leven lang bleef Picasso zijn voorbeeld, zijn leermeester en een voortdurende bron van energie en inspiratie.

Heel zorgvuldig schetst Arnaud Cocteaus grote liefde voor de schrijver en dichter Raymond Radiguet. In gezelschap van Cocteau schreef de toen 15-jarige jongen het meesterwerk Le diable au corps, terwijl hij op zijn beurt Cocteau deed terugkeren naar de klassieken en hem bovendien inspireerde tot het beroemde liefdesgedicht Plein chant. Na de dood van Radiguet, op 20-jarige leeftijd, zocht Cocteau troost bij de opium, een verslaving waar hij nooit meer vanaf zou komen. In de mystieke periode die daarop volgt, bekeert Cocteau zich kortstondig tot het katholicisme, alvorens zich steeds meer aan het medium van de film te wijden.

Op de vraag in welk opzicht Cocteau het meest toonaangevend is geweest - als dichter, als toneelschrijver, als tekenaar of als filmmaker - geeft ook Arnauds biografie geen antwoord. `Dood aan de avant-gardes!', riepen Cocteau en Radiguet, waarna ze zelf de volgende avant-garde creëerden. Veertig jaar na Cocteaus dood herleeft de avant-garde van toen: in exposities, filmprogramma's, theatervoorstellingen en in deze indrukwekkende biografie.

Mijn gegevens


Gustave Flaubert,
Haat is een deugd
gekozen tot GOUDEN PRIVÉDOMEIN



Kies het mooiste voorplat