Mijn Prive-domein
Mijn Privé-domein

Shortlist
Shortlist


Catalogus
Catalogus


Bijdragen aan website

Recensie

< Vorige pagina
Privé-domein nr. 213
Auteur(s): Jean-Paul Franssens
Titel: Zuiderkerkhof I
Recensent: Aleid Truijens
Bron: De Volkskrant
Geplaatst door: Gerd-Jan Oud
Geplaatst op: 16-3-2007
Waardering: geen waardering bekend


Op elkaars begrafenis komen
de Volkskrant, Boeken, 4 februari 2005 (pagina 24)

Mannenvriendschappen verschillen in ieder opzicht van vriendschappen tussen vrouwen. Kijk maar eens op een schoolplein. Meisjes informeren lief naar elkaars welbevinden, aaien bewonderend over elkaars bloesjes, leven mee met relatie- en familieleed en geven kundige adviezen.
Hoeveel achtelozer lijken de jongens. Zij tolereren elkaar, uit welbegrepen eigenbelang. Zij praten niet mét elkaar, ze praten om de beurt. Ze gunnen de ander spreektijd, waarin ze even flink mogen opscheppen over zichzelf. Als ze wat ouder zijn doen ze dat liever in het café dan op een griezelig intieme plaats als een huiskamer. Maar als het erop aankomt, zijn ze trouwer in hun vriendschap dan vrouwen. Het venijn ontbreekt. Een vriend moet hun wel een erg gore streek leveren wil het tot brouillage komen.
Zo'n vriendschap, goedmoedige tolerantie en hondentrouw van twee forse ego's die graag alle ogen op zich gericht zien, moet het zijn geweest tussen A.F.Th. van der Heijden en Jean-Paul Franssens. Te oordelen althans naar de dikke stapel brieven die ze elkaar schreven tussen 1987 en 2002, nu gebundeld in Ik heb je nog veel te melden. Ze verleenden elkaar spreektijd, en applaudisseerden grijnzend voor elkaars voorstelling. En terecht.
Halverwege de jaren tachtig dong Van der Heijden naar de hand van de luidruchtige, aimabele schilder-schrijver en verhalenverteller Franssens, middelpunt van een ademloos gehoor in de Amsterdamse kunstenaarssociëteit Arti. Franssens was, bekent Van der Heijden in zijn inleiding, 'de enige man in mijn leven die ik ooit actief het hof heb gemaakt'. Platonisch, dat wel. En aanvankelijk met weinig succes. De jongere schrijver - toen al niet echt meer een beginneling; hij had groot succes met de eerste delen van De tandeloze tijd - probeerde de aandacht van de oudere te vangen op de jongetjesmanier: hij had óók een mooi verhaal te vertellen. Franssens negeerde hem straal, vervolgde zijn eigen, veel sterkere verhaal en kreeg het publiek plat.
Ze leken ook niet voor elkaar geschapen. Franssens was het multitalent. Ooit operaregisseur - daarvan getuigde zijn schallende bariton vaak luid in het café - en daarna maar liefst dichter, schrijver, illustrator en schilder tegelijk. Dat was eigenlijk ongeloofwaardig voor de ernstige Van der Heijden, die zich met volledige toewijding richtte op één kunst: het schrijven. En dan niet zoals Franssens op autobiografisch kruimelwerk, maar op grote, levensvullende projecten. Franssen had hem trouwens al nuffig laten weten zich literair gezien niet 'tot zijn familie' te rekenen. Niet dat dát zijn criterium voor vriendschap was. Dat luidde: 'Kom jij op mijn begrafenis, dan kom ik op de jouwe.'
Van der Heijden deed die belofte gestand. Jean-Paul Franssens overleed in juni 2003, na een zwaar ziekbed, aan kanker. Vrijwel gelijktijdig met de aanzegging van zijn eigen dood had hij in 2002 een nog verschrikkelijker bericht gekregen: zijn oudste zoon Mauringh had zelfmoord gepleegd. Uit de aangedane brief die Van der Heijden hem schrijft nadat hij het nieuws in de krant heeft gelezen, blijkt hoe liefdevol de vriendschap intussen is geworden. Hij draagt een mooi essay (eerder gepubliceerd in Engelenplaque), 'Knusse huiver', over de dood en de ondoordringbare gebieden vóór en na ons leven, op aan Mauringh en Jean-Paul.
'Blijf nog vele jaren bij ons!', had Van der Heijden hem in de laatste verjaardagsbrief die zij wisselden toegeroepen. Franssens, die tot hoon van zijn omgeving kinderachtig geloofde in 'voortekenen', vertelt in zijn retourbrief over de 63 kaarsjes op de taart die hij in één adem had uitgeblazen. Eén kaarsje bleef branden. 'Zou dat betekenen dat God me nog slechts één jaar gunt?'
Zeker, de schrijvers gebruikten elkaar in de tussenliggende jaren vooral als klankbord. Franssens iets meer dan Van der Heijden; zijn aanhef 'Beste Adri' lijkt slechts een alibi om in lange reisbrieven uit Frankrijk en Spanje flink uit te pakken met anekdotes, die zich zelden afspelen in het land van verblijf, maar vaker gaan over zijn Groningse jeugd, memorabele drankavonden, amoureuze avonturen of eerdere reizen. Daarmee kon hij zijn reis- en echtgenote Carla - een vrouw immers, en in de ogen van haar man ijzig nuchter en snel geïrriteerd - niet lastigvallen.
Van der Heijden betoont vriendendiensten als het presenteren van Franssens boeken of het openen van zijn exposities; thuis hangen de muren vol met aangeschafte echte Franssens. Zijn vriend grossiert in warmbloedige, geestige ansichtkaarten. Maar beiden kost het zichtbaar moeite om echt in te gaan op het werk van de ander. Daarin lijken ze op elkaar. Na een hartelijke papieren ram op de wederzijdse schouders verdiept elk zich in eigen besognes.
Voor Van der Heijden zijn dat werk, werk en nog eens werk, dreigende en denkbeeldige deadlines, en hinderlijke onderbrekingen: vaak conflicten met schrijvers, tijdschriftredacteuren, obers en vrouwelijke stalkers in café de Zwart - eentje bijt uit pure haat en hartstocht tot bloedens toe in zijn arm - die hem tot woede drijven. Aan een zo'n woede-aanval danken we een schitterend verhaal in deze briefwisseling, het verslag van een mislukt bezoek aan het Leidse restaurant De Kardinaal, dat eindigde in een slapstick-vechtpartij, compleet met rondvliegend aardewerk, een tussen de aardappeltjes geplette gérant en een besmuikt toekijkend publiek.
Dat Van der Heijden magistraal kan vertellen, weten veel lezers, maar voor Jean-Paul Franssens biedt dit brievenboek een postume kans op revanche. Maar weinig mensen kennen zijn werk. Het treurige, puntgave werk waarmee hij in 1981 debuteerde, De wisselwachter - nu gelukkig heruitgegeven door De Arbeiderspers - werd bekender door de nooit doorgebroken verfilming van Jos Stelling dan door het boek zelf. Ook de vertellingen over zijn jeugd en familie haalden geen tweede druk en kregen nooit een prijs, evenmin als zijn autobiografie in twee delen in de serie Privé Domein.
Franssens leek meer een leuk, eigenaardig type dan een schrijver die je serieus moest nemen. De mythe van de rondborstige, bij schuimend bier Heine citerende en grollen verkopende kroegganger - bijna een karikatuur van een 'flamboyante' kunstenaar; de flambard ontbrak er nog maar aan - overschaduwde zijn schrijverschap. Hij is het droom-personage voor de verbeelding van het Amsterdamse 'literaire leven' en dat werd hij dus ook. Tegelijk met de brieven verschijnt er een boekje met tekeningen van Peter van Straaten, Mooi einde hè? , met een knorrige, joyeuze, dronken, katerige, schattige en met zijn vrouw bekvechtende Franssens in de hoofdrol. Inderdaad, 'de laatste bohémien', zoals Willem Ellenbroek in zijn voorwoord schrijft.
Dat eerbewijs is prachtig, maar nu wordt het wel eens tijd voor aandacht voor Franssens' eigen werk. Dat is geen schreeuwerige kroegpraat, maar innemend, melancholiek proza in een perfect gestileerde parlando-stijl. De dood was altijd zijn protagonist. De man die graag luid zijn publiek vermaakte, sleep en ciseleerde in zijn boeken fijnzinnige portretten van degenen die hem dierbaar waren - zijn moeder, zijn broer. Het boek over Mauringh kwam nooit af. Hij vierde de dood, hij vervloekte, gedacht en verwelkomde hem. Opdat zijn doden niet vergeten werden. Jean-Paul Franssens moet ook niet vergeten worden.
Copyright: de Volkskrant
Ik heb je nog veel te melden - Briefwisseling tussen Jean-Paul Franssens en A.F.Th. van der Heijden, Bezorgd door Martien Bos, Willem Ellenbroek en Thijs Wierema, Bas Lubberhuizen, 303 pagina's, € 22,90, ISBN 90 5937 0821, Peter van Straaten: Mooi einde, hè? - Tekeningen over Jean-Paul Franssens, Bas Lubberhuizen; 81 pagina's; € 12,90, ISBN 90 5937 0848, Zondag 6 februari vindt er in de Amsterdamse Vondelkerk een verkoopexpositie plaats (12-17 u) van kunstwerken uit Franssens' nalatenschap

Mijn gegevens


Gustave Flaubert,
Haat is een deugd
gekozen tot GOUDEN PRIVÉDOMEIN



Kies het mooiste voorplat