Mijn Prive-domein
Mijn Privé-domein

Shortlist
Shortlist


Catalogus
Catalogus


Bijdragen aan website

Recensie

< Vorige pagina
Privé-domein nr. 213
Auteur(s): Jean-Paul Franssens
Titel: Zuiderkerkhof I
Recensent: Arjan Peters
Bron: De Volkskrant
Geplaatst door: Gerd-Jan Oud
Geplaatst op: 16-3-2007
Waardering: geen waardering bekend


Een Hollandse picaro wordt ouder Verkapte handleiding 'zelf schelm worden' van Jean-Paul Franssens
de Volkskrant, Boeken, 4 april 1997 (pagina 31)

IN DE VIERDE klas lagere school is Jean-Paul voor het eerst verliefd. Zwaantje heet ze, de dochter van een prostituee. Op haar kamer boven mag hij haar tietjes zien, voor een dubbeltje. Aanraken is ook toegestaan, maar dat kost een kwartje en dat wordt voor het Groningse ventje te begrotelijk. Hij weet dan nog niet waar hij dat geld vandaan moet halen: uit vaders colbert, hetzelfde dat beneden in de gang hangt. Even later stommelt vader die gang van de hoerenkast op. Hij kijkt omhoog. Boven aan de trap staat zijn zoon.
Een belevenis om niet licht te vergeten. Nu Jean-Paul Franssens de zestig nadert, kost het hem geen moeite zich te verplaatsen in het kind op die trap. Met de rol van oudere, wat bedaagder heer die hij zoetjesaan geacht wordt te spelen, heeft hij grotere inlevingsproblemen.
In de afgelopen jaren is het werk van Franssens, die na zijn veertigste debuteerde met De wisselwachter, steeds persoonlijker geworden. In een drietal romans riep hij zijn Groningse jeugd op, waarbij hij de schijnwerpers richtte op moeder Jans (Een gouden kind, 1991), vader Sjef (Een goede vader, 1993) en broer Jos (Broederweelde, 1995). De drie romans zijn autobiografisch in de ware zin des woords: terwijl hij de indruk wekt zonder veel beleid de trommel barstensvol moppen en verdriet van zijn jeugd te ledigen, is het schrijven ook een daad van blootleggen en duiden. Door dat schrijven krijgt hij er tientallen jaren later een idee van hoe zijn familie en naasten in het leven stonden, en hoe zijn verhouding tot hen te typeren. Schroom en schaamte werpt hij af - boert is welkom, jokkernij uit den boze -, zodat ook zijn eigen tekortkomingen in een soms pijnlijk licht komen te staan.
Privé-domein heet de respectabele reeks waarin Zuiderkerkhof 1 verschijnt. Dichter dan hier kan de schrijver zichzelf niet naderen. De polyfonie van zijn romans is verruild voor een triomfantelijke bariton-solo. Dit proza komt op je af als een lekker glaasje bier op een dienblad, zojuist getapt en bekroond met hapklare schuimkraag. Waarschuwing: hele sloten ineens innemen kan tot een verzadigingspunt leiden.
Franssens doet denken aan een type dat, in het leven zowel als de literatuur, bijkans uitgestorven is: de picaro. Hij heeft een opleiding gevolgd voor opera-regie in Essen, maar bekwaamt zich nu al weer jaren in schrijven en schilderen, disciplines waar hij niet voor heeft geleerd. Hij haat bibliotheken, net zoals hij vroeger op school het land had aan tekenen naar voorbeeld. Zijn houding is niet anti-intellectualistisch te noemen; de wetenschap en haar beoefenaren bestáán gewoon niet voor hem. Immers, in de leerschool van het leven komt toch alles van waarde aan bod? Eén keer droomt hij ervan dat Peter Vos en hij samen professor worden. Ze trekken deftige kleren aan en krijgen een bul uitgereikt in een zaal met vrienden die zijn uitgedost met pothoed en zijden kousen. Ze trekken gekke bekken en hebben lol. Eenmaal wakker bedenkt hij tevreden dat dit niet gedroomd hoefde te worden, omdat het 'eigenlijk in het echt ook zo is'. De vrienden en vrolijkheid, bedoelt hij. Zo'n bul is toch maar academische poeha.
Hoe word je zo'n vrolijke Franssens?
Dit boek geeft indirect antwoord, door middel van anekdotes over degenen die hem inwijdden in de sjeu des levens. De herinneringen zijn een verkapte handleiding 'Zelf schelm worden', in de vorm van een situation comedy. De leukste schoolmeester was de gehandicapte alcoholist Roft, omdat die mooi kon vertellen wat nou een kunstenaar was. De eerste artiest die Jean-Paul ontmoette was een violist, aan de drank geraakt nadat zijn vrouw er met een paukenist vandoor was gegaan. 'Zelfs mijn viool heb ik verzopen.'
Van de stokoude schilder Bach die hij behulpzaam overeind helpt als de man op zijn bottige kont in de sneeuw is uitgegleden, hoort hij hoe de kunst de geestelijkheid een loer kan draaien. Bach heeft de plaatselijke deken als de beul van Jezus afgebeeld. 'Iedereen herkende hem. Behalve hijzelf.'
Ook omineus is de vermelding dat Franssens op jeugdige leeftijd een baantje had bij het 'Schmieretoneel van Dick van Peursen.' Verder geen woord hierover, helaas. Zou de schrijver misschien in Zuiderkerkhof 2 alsnog iets kwijt willen over het schmieren op de planken en achter de coulissen, vermoedelijk tot in de kleedkamers toe? Gaarne!
Tussen het drinken van 3500 glazen bier per jaar door heeft Franssens het nodige beleefd dat hij met Schwung weet te brengen. Om één eigenschap zal hij zelfs bij de fatsoensrakkers onder de lezers sympathie wekken, en precies op dat punt wijkt hij af van de volbloed-picaro: hij bekent vaak laf te zijn en kan niet liegen. In het openbaar durft hij niet eens een Hema-worst te eten. Een racistische taxi-chauffeur wekt zijn woede, toch geeft hij de vent een fooi. Hij is kunstenaar én Hollandse burger, doodsbang er voor gek bij te lopen. Nu hij grijzer wordt en er meisjes voor hem opstaan in de tram (de vernedering!) alsof ze in hem een tweede vader zien in plaats van een mogelijke minnaar, constateert hij ook zelf in de spiegel van zijn autobiografie dat een sentimentele romanticus hartveroverend is zolang hij de jeugd heeft. Daarna lijkt hij al gauw een overjarige bohémien en dat geeft maar geproest achter je rug.
Franssens heeft iets van Casanova die zijn potentie eerst in natura uitleefde en veel later overstapte op het schrijven over zijn avonturen. Maar waar die in alles schaamteloos was, met oplichten als tweede natuur, krijgt Franssens al een rood hoofd als hij op reis wil en een inktvlek op zijn colbert ontdekt.
Wanneer hij naar Ierland gaat en de regen met bakken uit de hemel komt, pakt hij trots zijn nieuwe regenpak uit. Goed dat hij dat gekocht heeft. Sneu alleen dat het tien maten te klein blijkt: 'De mouwtjes komen tot mijn ellebogen, de jasslippen tot boven mijn knieën.' Even later heeft hij een nieuw pak en zuidwester aangeschaft en is het heertje als hij in pleisterplaatsen neerstrijkt waar spontaan wordt gezongen en begenadigd verteld. Al loopt zijn leven niet 'naar voorbeeld', Franssens zou het niet anders willen hebben. Hij is ijdel, maar hij wéét dat tenminste en kan zichzelf ook uitlachen.
In de beginjaren zeventig bivakkeerde hij in een blokhut bij Losser. Op een keer kreeg hij bezoek van de (toen in Enschede woonachtige) Willem Brakman. 'In die hut heeft Brakman me verhalen ontfutseld om die in een van zijn romans te stoppen.' Een schelmse schrijversstreek, dunkt me; 't is en blijft een volkje van voyeurs en afluisteraars. Maar dít pikte Franssens niet, en als hij Brakman later in het Amsterdamse museum Fodor in het vizier krijgt, zit hij de P.C. Hooftprijswinnaar brullend na. Buiten vindt hij geen spoor meer van hem. Waarschijnlijk lag Willem verstopt onder een auto.
'Eerlijk delen is in de wereld der kunsten pure waanzin', heeft Brakman ooit apodictisch geschreven, 'daarom zijn kunstenaars elkaars doodsvijand.' De Boekelose meester vertoont zich nog zelden buiten zijn eigen Kring. Jean-Paul Franssens blijft daarentegen de saamhorigheid en desnoods confrontatie van het café zoeken. Nooit wordt hij wijzer en dat is goed: de misantropie van de latere Casanova blijft hem zo ook bespaard. 'Maar laat mij doen met eigen vuur/ wat ik verkies, zolang ik duur', kan hij met Elsschot zeggen. Niet voor niets zat hij op school bij meester Roft, die zo prachtig kon vertellen over een schilder die maling had aan geld. Ter illustratie daarbij opende die eerste leermeester dan zijn loonzakje om alle papiergeld door de joelende klas te smijten.
Arjan Peters%%
Jean-Paul Franssens: Zuiderkerkhof 1.
De Arbeiderspers; 258 pagina's; ƒ 45,-.
ISBN 90 295 1609 7.
Copyright: Peters, Arjan

Mijn gegevens


Gustave Flaubert,
Haat is een deugd
gekozen tot GOUDEN PRIVÉDOMEIN



Kies het mooiste voorplat