Mijn Prive-domein
Mijn Privé-domein

Shortlist
Shortlist


Catalogus
Catalogus


Bijdragen aan website

Recensie

< Vorige pagina
Privé-domein nr. 213
Auteur(s): Jean-Paul Franssens
Titel: Zuiderkerkhof I
Recensent: Martijn Meijer
Bron: NRC Handelsblad
Geplaatst door: Gerd-Jan Oud
Geplaatst op: 16-3-2007
Waardering: geen waardering bekend


Brieven vanuit de kroeg
NRC Handelsblad, 18 februari 2005

Jean-Paul Franssens en A.F.Th. van der Heijden: Ik heb je nog veel te melden. Bas Lubberhuizen, 301 blz. EUR22,90

Gerrit Komrij verzamelt al twintig jaar materiaal voor een groot boek over scheten en stront in de literatuur. In dat boek zouden zeker enkele fragmenten uit het werk van Jean-Paul Franssens passen. In een brief aan A.F.Th. van der Heijden uit 1991 vertelt Franssens een `prachtig strontverhaal uit Polen'. Daar wordt hij in de trein geplaagd door diarree. Hij snelt naar de wc en wil gaan zitten, maar de bril zit los. `Al schijtend donder ik op de grond. Pikke-pikkedonkere duisternis, want de trein raast een tunnel in en het licht doet het natuurlijk niet. Ik zit tot aan mijn nek in mijn eigen poep.' Dan blijkt er geen stromend water te zijn. En het kan nog erger: de deur wordt opengerukt door een mooie Poolse vrouw. `Ze ziet hoe ik erbij sta. En dan die stank. Ze vlucht.'

Het is zo'n verhaal dat in de kroeg met luid gelach wordt bekroond. En je moet je er twee mannen bij voorstellen, Franssens en Van der Heijden, met een `herenpils' in de hand. In de jaren negentig troffen de twee elkaar regelmatig in hun hoofdstedelijke stamkroegen, Welling en De Zwart. Franssens, van wiens debuut De Wisselwachter uit 1981 deze maand een tweede druk bij De Arbeiderspers verscheen, overleed in 2003. Het moet een belevenis zijn geweest, om naar deze schrijver te luisteren. Van der Heijden omschrijft het zo: `een luid orerende en breed gebarende aristocratische bohémien met haar en baard van zwaar, ongepoetst zilver. Met een weerbarstige bariton, die hoorbaar geen tegenspraak duldde, vertelde hij, meestal aan de bar gezeten, verhalen vol onvermoede zijsporen en onverwacht neerklappende valluiken'. Franssens en Van der Heijden raakten eind jaren tachtig bevriend. Vanaf 1991 begonnen ze brieven uit te wisselen, en die zijn nu gebundeld onder de titel Ik heb je nog veel te melden.

Het is goed dat weer eens de aandacht gevestigd wordt op de veelzijdige Franssens, die operaregisseur was, illustrator, schilder en schrijver. De interessantste brieven in dit boek zijn echter al eerder gepubliceerd, in Zuiderkerkhof 1 (1997) en De wereld wil bedrogen worden (1999), twee boeken van Franssens die in de reeks Privé-domein verschenen. Ook veel brieven van Van der Heijden zijn bekend: ze stonden in Engelenplaque (2003) of dienden als materiaal voor romans als Asbestemming (1994). Dat is niet vreemd, de briefwisseling was vanaf het begin bedoeld om nieuw materiaal voor boeken te genereren. Maar wat is dan de toegevoegde waarde van deze (gebrekkig geannoteerde) bundeling? Dat de ontwikkeling van deze mannenvriendschap nu van brief tot brief gevolgd kan worden.

Het begint met het uitwisselen van sterke verhalen. Franssens vertelt hoe hij 's nachts op straat met een boomlange man heeft geworsteld. Hij overwint en krijgt van een bewonderende omstander een zij gerookt spek cadeau. Van der Heijden stelt daar de zakkenroller tegenover die hij eens te grazen nam; hij wil niet voor de oudere Franssens onderdoen. Geleidelijk aan worden de brieven fijngevoeliger. De vriendschap krijgt een toon van zorgzaamheid. Ze houden elkaar op de hoogte van alcoholgebruik, kwaaltjes en letterkundige productiviteit. Vanuit Frankrijk schrijft Franssens zeer melancholiek over vroeger, vaak herinneringen aan geliefde en lang gestorven personen. Opvallend is dat hij het bij vertellen houdt, terwijl Van der Heijden tot theoretiseren neigt. Franssens had het al aan het begin van de vriendschap gezegd: `Wij zijn niet van dezelfde familie'.

Dat de theorie vaak geen vat heeft op de praktijk, blijkt pregnant aan het slot van het boek. Eerst sterft een zoon van Franssens, dan wordt hij zelf ziek. Van der Heijden stuurt hem `een pleidooi voor het anders richten van de huiver voor de dood'. `Het is natuurlijk allemaal maar filosofische Spielerei', schrijft hij. `Ik wilde maar laten zien dat ik op mijn manier met je meegeleefd heb.' Een maand later sterft Jean-Paul Franssens.
Mijn gegevens


Gustave Flaubert,
Haat is een deugd
gekozen tot GOUDEN PRIVÉDOMEIN



Kies het mooiste voorplat